Moskou is een woestijn

Het is alsof de stad in brand staat. Rook kruipt door de voordeur het huis binnen.

Als ik het mortuarium binnenloop, zie ik een rij bejaarde lijken liggen.

Om één uur ’s nachts zit ik drijfnat van het zweet rechtop in bed. Mijn keel is uitgedroogd, mijn oogleden zitten vastgekleefd. Rook kruipt door de dubbele voordeur het huis binnen. Het is alsof de hele stad in brand staat.

In de slaap- en woonkamer wentelen ventilatoren, maar het helpt niets. Ik sleep alle luchtbevochtigers naar de slaapkamer, controleer of de ramen wel goed dicht zijn en probeer verder te slapen, terwijl de thermometer 35 graden Celsius aanwijst.

Vier uur later word ik opnieuw wakker van de brandlucht. De zon probeert door een dikke witte nevel heen te breken, die het zicht op de kerk aan het eind van de straat wegneemt. Het lijkt op een winter in Siberië, maar dan met een omgekeerde thermometerstand, want de droogte en hitte zijn die van de woestijn.

Om negen uur moeten de kerkklokken luiden, maar het is stil in de stad, alsof de nevel al het leven heeft gestolen. Ik doe een mondkapje voor, pak mijn tas met een flesje water en een natte sjaal en ga de straat op.

Voor de kerk zitten bedelares Tanja en haar zestienjarige zoon Andrej, die nu al het gezicht heeft van een doorleefde alcoholist. „Voor ons geen mondkapjes, hoor”, zegt Tanja. „Die drogen uit en maken alles alleen maar erger.”

Binnen wordt gebeden voor vergeving van alle zonden. „Want die zijn de oorzaak van het hellevuur dat Rusland en zijn mooie natuur teistert”, zegt de 82-jarige Alla Goratsjeva, die met mondkapje op naar huis strompelt.

Ik loop naar het einde van de straat, waar mijn vriendin Aleksandra en haar zoon Sergej Prolygin wonen. Een vrouw die een onderbroek voor haar mond heeft gebonden, kruist mijn pad. „Ik kon niets anders vinden”, zegt ze. „Ik ben in zes apotheken geweest, maar ze hadden niets. Zo is het altijd in Rusland. Als je iets nodig hebt, is het er niet.”

De 85-jarige Aleksandra en de 62-jarige Sergej hokken op een tweekamerflatje van veertig vierkante meter. Aleksandra zit in haar versleten onderjurk wijdbeens in de keuken, haar voeten op een natte dweil. „Zo overleef ik”, zegt ze. „Daarom ga ik even niet naar de kerk, want de deur uitgaan wordt mijn dood. En wat ik ook zo erg vind, is dat de kraaien niets van zich laten horen. Sinds donderdag is het stil in de bomen om ons huis. Alle vogels zijn verdwenen.”

Bij ziekenhuis nummer 23, aan de overkant, zitten de artsen van de eerste hulp aan de thee. „Het is allemaal zo erg niet”, bagatelliseert een van hen als ik haar vraag of er veel slachtoffers worden binnengebracht. „Die droge rook is onschadelijk voor astma- en bronchitislijders. Maar je krijgt er wel vier jaar eerder kanker van.”

Als ik even later het mortuarium binnenloop, zie ik een rij bejaarde lijken liggen. Het lijkt het gerucht te bevestigen dat er zoveel ouden van dagen door de smog overlijden dat de crematoria overbelast zijn en artsen er niets over mogen zeggen.

Op het Rode Plein wemelt het van de Russische toeristen. Slechts een kwart van hen heeft mondkapjes voor. „Niet naar Moskou gaan zou betekenen dat ik mijn geld kwijt ben”, zegt een jonge moeder. „Maar gelukkig neemt onze regering de juiste maatregelen en is het over een paar dagen voorbij.”

Dat de leider van die regering, Vladimir Poetin, in 2007 een wet door het parlement loodste die driekwart van de boswachters en brandweermannen hun baan kostte, waardoor er nu niet genoeg bekwame vuurvechters zijn om de ramp te bedwingen, hoort ze voor het eerst.

„Dankzij die wet zijn ook de brandgeulen in de bossen verdwenen, omdat er niemand meer was om ze aan te leggen”, zegt landschapsarchitect Anna Golovej. „En de rook blijft nog zeker een maand hangen.”

Anders dan zij kan het veel Russen niet veel schelen dat de smog – 6,5 keer zo veel als de veiligheidsnormen toestaan – schadelijk is voor de gezondheid. Dat de hoofdlongarts van Rusland beweert dat drie uur op straat lopen gelijkstaat aan het roken van twee pakjes sigaretten, verontrust ook niemand in een land waar kettingroken traditie is. Zeker niet in het park van metrostation Schone Vijvers, waar schakers met mondkapjes op urenlang competitie spelen.

Als ik in de loop van de middag een van de meer dan honderd opvangcentra voor smoglijders binnenloop, zit er welgeteld een bezoeker. „Omdat het thuis zo warm is”, zegt ze, bijna verontschuldigend. Bijna alle centra zijn leeg, blijkt later die middag.

Aan het begin van de avond neemt de smog toe. Ik neem de metro naar eindhalte Vychino, een arme buurt in het zuidoosten van Moskou, waar de smogconcentratie het hoogst is omdat de bosbranden enkele tientallen kilometers verderop woeden. Maar hoe dichter de metrotrein bij de nevel komt, hoe minder passagiers een mondkapje dragen. „Ach, stel je niet aan”, zegt een bloemenverkoopster bij de eindhalte. „Je had het hier afgelopen donderdag moeten zien. Toen stond de rook tot in de onderdoorgang. Het is nu al veel beter.”

De koolmonoxidenevel wordt dichter en dichter. De temperatuur stijgt als de duisternis valt. De nacht loeit weer aan. De woestijn neemt opnieuw bezit van Moskou. Ik bedenk mij dat ik vandaag het equivalent van acht pakjes sigaretten ‘gerookt’ heb. Zo voel ik mij ook. Ik hou het niet meer uit. Ik ga even twee uur de deur uit. We gaan naar de NOS-redactie, die airco heeft.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Bij het artikel De nevel heeft al het leven gestolen (pagina 4 en 5, 9 augustus) staat een fout in de tabel van het smoggehalte in de lucht boven Moskou. De smog bestaat uit koolmonoxide, en niet zoals vermeld uit kooldioxide (koolzuur).