Justitie Antillen en Aruba gehandicapt in strijd georganiseerde criminaliteit

telefoontapOp de Nederlandse Antillen en Aruba gaan op korte termijn grote strafzaken ‘klappen’, voorspelt strafpleiter Gerard Spong, veelvuldig actief daar als advocaat. Dat is het gevolg van een gat in de wetgeving waardoor de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen daar niet geregeld is. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie oordeelde afgelopen februari dat het ontbreken van die wetgeving in strijd is met het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens.

“Er drijven donkere wolken boven de juridische hemel op de Caraïben”, aldus Spong.  Rechters in Willemstad en Oranjestad hebben dat gebrek aan wetgeving jarenlang afgedekt langs sluiproutes die de politiewetgeving bij opsporing biedt.  Maar ook rechters daar zijn gehouden aan de jurisprudentie van het Europese Hof en die zijn steeds kritischer geworden als het om onrechtmatig gebruik van opsporingstechnieken gaat. Wat in het verleden kon worden afgedekt, is nu steeds minder mogelijk. Dat kan alleen als de wetgeving op orde is.”

Die wetgeving ontbreekt en dat is in strijd met jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de Mens, zo oordeelde het Gemeenschappelijk Hof. Bijzondere opsporingsmethoden, zoals observatie, infiltratie of telefoontaps grijpen diep in in de privacy van burgers, ook als het om verdachten gaat. Het kan, maar niet zonder adequate wetgeving.
Sindsdien maakt het Openbaar Ministerie op de Antillen en Aruba bij grote onderzoeken zo min mogelijk  gebruik van bijzondere opsporingsmiddelen om te voorkomen dat zij door de rechter niet ontvankelijk wordt verklaard of bewijs tijdens de zitting ongeldig wordt verklaard. Dat laatste is op Sint Maarten en Aruba  al gebeurd.

„We zijn nu beperkt in onze opsporingsmogelijkheden”, zegt de Arubaanse hoofdofficier van justitie Peter Blanken. „De politiek moet haast maken met een wettelijke regeling.”
Aruba en de Antillen gelden als belangrijke doorvoerhavens van drugs, wapens en illegale geldstromen. Justitie werkt daar veelvuldig samen met buitenlandse en Nederlandse opsporingsdiensten in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Vorig jaar legde justitie nog een netwerk van vastgoedfraude en cocaïnesmokkel bloot op Bonaire, met vertakkingen naar Venezuela, Amerika, Frankrijk en Nederland.

Op de ministeries van Justitie in Willemstad en Oranjestad wordt inmiddels koortsachtig gewerkt aan wetgeving om het gat te dichten. Voor de Antillen is dat van belang omdat de landsregering komend najaar ontmanteld wordt en Curaçao en Sint Maarten dan zelfstandige landen binnen het Nederlands Koninkrijk worden, waar de strafwetgeving op orde moet zijn. De drie overige eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden Nederlands grondgebied. De Nederlandse minister van Justitie wordt er verantwoordelijk voor de rechtshandhaving. Daarom kunnen de bijzondere opsporingsbevoegdheden volgens een woordvoerder van staatssecretaris Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) nog op tijd geregeld worden via een ministeriële beschikking.

Op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag wordt met argusogen gekeken naar de race tegen de klok op de Antillen die het gat in de wetgeving moet dichten. In 2007 is geld én ambtelijke capaciteit aan de Antilliaanse regering verstrekt om het Wetboek van Strafvordering te moderniseren. Het conceptwetboek is er al lang, maar met de productie van de daarbij behorende wetgeving is te lang gewacht.

Ook strafrechtgeleerde en hoogleraar Ybo Buruma van de Radboud Universiteit Nijmegen verwacht complicaties voor lopende strafzaken. „Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat, tien jaar nadat in Nederland bijzonder opsporingsbevoegdheden wettelijk geregeld is, dat op de Antillen en Aruba niet gebeurd is. Het tappen van telefoons, de inzet van burgerinfiltranten of stelselmatige observatie zijn middelen die zwaar ingrijpen in de privacy van burgers, ook als die verdachten zijn. Het mag, onder voorwaarden, maar het is toch duidelijk dat daar een gedegen wettelijke basis voor moet zijn.”

Op Bonaire loopt sinds vorig jaar een groot strafrechtelijk onderzoek naar vastgoedfraude, waarbij politici, ambtenaren en drugssmokkelaars betrokken zouden zijn. In dat strafrechtelijk onderzoek werken Antilliaanse en Arubaanse opsporingsdiensten samen met die van Nederland en Amerika. Het is de vraag of het vergaarde bewijsmateriaal in die zaak stand zal houden bij de rechter.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.