Gewone jongen, ongewone jeugd

Nyck de Vries is vijftien jaar, 1,52 meter lang en weegt 37 kilogram. Vorig weekend won hij in Amerika zijn zoveelste prijs. „Hamilton was op zijn vijftiende ook goed, maar had niet de mentaliteit van Nyck.”

Hij heeft het uiterlijk van een twaalfjarige. En op podiumfoto’s is hij steevast een kop kleiner dan zijn concurrenten, zelfs als die een trede lager staan. Begin dit jaar werd Nyck de Vries – pas vijftien jaar – opgenomen in het talentprogramma van de Britse autorenstal McLaren.

De Vries is een klasse apart op de kartbaan. In de KF3 won hij zowel in 2008 als 2009 de World Series Karting. Hij behaalde vorig jaar vele overwinningen, waaronder de Europese titel. Dit jaar maakte Nyck de overstap naar de zwaardere SKF-klasse. En ook hier is hij met voorsprong de beste.

Het grootste deel van het jaar woont de jonge Fries uit Sneek met zijn vader, zijn zus en zijn monteur in het Italiaanse Lonato. Daar kart hij voor Chiesa Corse Zanardi, het team van Dino Chiesa, die eerder de wereldkampioen in de Formule 1 van 2008, Lewis Hamilton, en de Duitse Formule 1-coureur Nico Rosberg in hun jonge jaren begeleidde.

Voor school heeft De Vries geen tijd: hij is te vaak onderweg om te racen. En als hij geen wedstrijden rijdt, brengt hij de hele dag door op het trainingscircuit in Lonato. Na zijn avondoefeningen voor McLaren maakt hij tijd vrij voor de Wereldschool, waar hij een havo-diploma hoopt te halen. Via e-mail stuurt hij huiswerk op, dat door leraren gecorrigeerd wordt en vervolgens teruggestuurd.

De Vries is in vergelijking met zijn vaak veel oudere concurrenten heel klein (1,52 meter) en licht (37 kilogram). Zijn tegenstrevers zijn gemiddeld dertig centimeter groter en twintig kilo zwaarder. Bij het karten moeten alle coureurs met hun kart over een weegschaal rijden en dan horen ze evenveel te wegen. Op de kart van De Vries wordt daarom gemiddeld 23 kilo lood gemonteerd. „Niemand begrijpt echt hoe hij met zijn kleine armen kan concurreren met jongens van 25”, vertelt vader Hendrik Jan. Grotere coureurs kunnen met hun lichaam bovendien nog extra druk zetten op een bepaalde kant van de kart, wat helpt bij het sturen in de bochten.

Dat De Vries ondanks zijn lichamelijke beperkingen de beste is in alle categorieën waar hij aan de start verschijnt, betekent voor teambaas Chiesa één ding: hij is zo’n talent dat maar eens in de tien jaar komt bovendrijven. „Je kan coureurs natuurlijk moeilijk vergelijken, maar nog nooit heb ik er een gezien die op zijn leeftijd al zo professioneel was. Hamilton en Rosberg waren op hun vijftiende ook goed, maar ze hadden niet de mentaliteit van Nyck.” Bovendien wordt het nadeel van zijn gestalte een voordeel als hij mag uitkomen in grotere auto’s.

Hendrik Jan de Vries haast zich om de lofbetuigingen aan het adres van zijn zoon te relativeren. „Dat hij talent heeft staat buiten kijf, maar het is absoluut niet voldoende; er zijn tientallen jongens met talent.” Hij schuift het succes af op de gedrevenheid en focus van zijn zoon. Maar volgens Chiesa moet ook de rol van De Vries senior niet worden uitgevlakt. „Nyck en zijn zusje zijn na de scheiding van hun ouders opgevoed door Hendrik Jan en hebben zijn discipline en focus geërfd.”

Dat weet ook Alain van Wordragen, een goede vriend van Hendrik Jan en betrokken bij de start van Nycks racecarrière. „Zijn vader heeft de sport nooit opgedrongen; het ging allemaal op een hele speelse manier. Nyck heeft op een gegeven moment zelf aangegeven dat hij verder wilde in de sport, het serieus aan wilde gaan pakken.”

„Soms is de ernst van Nyck een beetje op het maniakale af,” is Chiesa van mening. „Als de andere jongens van zijn leeftijd hun tas inpakken voor een wedstrijd, gooien ze hun materiaal er gewoon in. Of hun moeder doet het. Nyck niet, hij vouwt zijn outfit en handschoenen mooi op en legt ze heel secuur naast zijn helm.”

Eind vorig jaar kon de jonge Fries kiezen tussen een contract bij Ferrari of McLaren. Het werd uiteindelijk de Britse renstal, die hem nu begeleidt op zijn weg naar de top. Dagelijks krijgt De Vries trainingsschema’s doorgestuurd vanuit Groot-Brittannië die hij nauwgezet uitvoert. Hij fietst, loopt en doet krachttraining. Na elke training stuurt hij zijn gegevens – hartslag, tijden en intensiviteit van de oefeningen – door naar zijn trainer. Eén keer per maand ontmoeten ze elkaar om de trainingen te bespreken.

Dat Nyck de Vries binnen een jaar of vijf Formule 1 gaat rijden, is volgens kenners een uitgemaakte zaak. „Maar er is geen haast bij”, zegt Chiesa. Een gemiddelde Formule 1-carrière duurt zo’n tien jaar, vertelt hij. „Ervaring en volwassenheid zijn de belangrijkste vereisten voor een succesvolle piloot. Je mag dus niet te vroeg beginnen, want dan stop je ook eerder.”

Ook monteur Tom Stevens ziet De Vries zonder problemen doorstoten naar de hoogste autosportklasse. En hij geeft toe dat hij daar gemengde gevoelens bij heeft. „Ik weet dat ik zelf jammer genoeg niet met hem mee kan naar een F1-team, maar het zou natuurlijk mooi zijn om later te kunnen zeggen dat ik zijn monteur was in zijn kartperiode”.

Hendrik Jan denkt ook dat het erin zit. „In principe ligt de weg naar de Formule 1 open, dat is als zijn prestatiecurve blijft doorlopen.” Volgens zijn vader is Nyck zelf echter nog niet bezig met Formule 1 en wil hij stap voor stap met succes alle categorieën doorlopen. „Het is zoals met een voetballer die bij de Ajax-jeugd terecht komt. Die moet ook blijven werken om in het eerste elftal te komen.”

Op zijn vierde begon De Vries met karten op een klein circuitje van autobanden bij het toenmalige autobedrijf van zijn vader. Van Wordragen werkte voor Hendrik Jan en herinnert zich nog de eerste keer dat De Vries in een kart stapte. „Hij vloog direct tegen een splinternieuwe wagen die daar geparkeerd stond. Door de schrik moest De Vries er een tijdje niets meer van hebben: bij het starten van een willekeurige auto begon hij al te huilen.” De jonge De Vries bleek gewoon bang voor het lawaai van de motoren – iets wat met een paar oordopjes snel te verhelpen was, vond zijn vader snel uit.

Toen De Vries een jaar of zes was kreeg hij een helm waarin een luidsprekertje was gemonteerd waarmee hij aanwijzingen kon krijgen, vertelt huisvriend Van Wordragen. „Eerst was het gewoon spelen, kennismaken met de kart: gas geven, remmen, bochten nemen.” In die tijd trainde hij op een indoorbaan in Heerenveen. De Vries kon er voor openingstijd rondjes rijden, aangezien Hendrik Jan de eigenaar goed kende.

Toen De Vries een paar jaar later in competitieverband uitkwam – op een indoorbaan, hij was nog te jong voor de outdoorbanen – trainde hij elke woensdag en zaterdag in Amsterdam. Zijn vader: „Daarna ging hij elk weekend naar een kartschooltje in Strijen, waar wel dertig tot veertig jongetjes zoals hij rondliepen. Ze konden er een kwartiertje per uur rijden en de rest van de tijd speelden ze samen.” De jongens zijn al die jaren zijn vrienden gebleven, vertelt Stevens.

„Hij heeft natuurlijk geen tijd om met vrienden te gaan voetballen”, vertelt Chiesa. Van een verloren jeugd wil hij niets weten. „Het feit dat Nyck niet naar school gaat maakt het er voor hem natuurlijk niet makkelijker op. Wel ziet hij zijn kartvrienden minstens één keer in de twee weken. Die zitten ook gewoon allemaal in dezelfde situatie. En zijn zusje, dat een jaar jonger is, houdt hem overal gezelschap.” Ter illustratie vertelt Chiesa nog dat De Vries blij was dat hij na zijn overwinning in de Verenigde Staten vorige week naar huis kon omdat zijn oma jarig was. „Dat typeert hem, het blijft een hele gewone jongen.”