Een Siberische storm van 35 graden

Door de bosbranden en smog is het aantal doden in de Moskouse mortuaria inmiddels drie keer zo hoog als normaal. Het voelt alsof de stad in brand staat.

Om één uur ’s nachts zit ik drijfnat van het zweet rechtop in bed. Mijn keel is uitgedroogd, mijn oogleden zitten vastgekleefd. Rook kruipt door de dubbele voordeur het huis binnen. Het is alsof de stad in brand staat.

In de slaapkamer wentelt een ventilator, maar het helpt niets. Ik zet alle luchtbevochtigers rond het bed, controleer nogmaals of de ramen goed dicht zijn en probeer verder te slapen. De thermometer wijst 35 graden Celsius aan.

Vier uur later word ik opnieuw wakker van de brandlucht. De zon probeert door een dikke witte nevel heen te breken. Het lijkt op een Siberische sneeuwstorm, maar dan met de temperatuur van de woestijn.

Om negen uur moeten de kerkklokken luiden, maar het is stil in de stad, alsof de nevel al het leven heeft gestolen. In de kerk wordt gebeden voor vergeving van ieders zonden. „Want die zijn de oorzaak van het hellevuur dat Rusland en zijn mooie natuur teistert”, zegt de 82-jarige Alla Goratsjeva.

Op weg naar mijn 85-jarige vriendin Aleksandra Prolygina en haar 62-jarige zoon Sergej, kruist een vrouw die een onderbroek voor haar mond heeft gebonden mijn pad. „Ik kon niets anders vinden”, zegt ze. „Ik ben in zes apotheken geweest, maar mondkapjes hadden ze niet. Zo is het altijd in Rusland. Als je iets nodig hebt, is het er niet.”

In haar keukentje zit Aleksandra in haar onderjurk wijdbeens op een krukje, haar voeten op een natte dweil. „Zo overleef ik”, zegt ze. „Daarom ga ik even niet naar de kerk, want de deur uitgaan wordt mijn dood. En wat ik ook zo erg vind, is dat de kraaien niets van zich laten horen. Sinds donderdag is het stil in de bomen om ons huis. Alle vogels zijn verdwenen.”

Een ventilator heeft ze niet en kan ze ook niet betalen, want ventilatoren en airconditioners zijn, als de winkels ze al op voorraad hebben, zes keer zo duur geworden.

Bij ziekenhuis nummer 23, aan de overkant, zitten de artsen van de eerste hulp aan de thee. „Het is allemaal zo erg niet”, bagatelliseert een van hen als ik haar vraag of er veel slachtoffers worden binnengebracht. „Die droge rook is onschadelijk voor astma- en bronchitislijders. Maar je krijgt er wel vier jaar eerder kanker van.”

In het mortuarium ligt een rij lijken. Door de verstikkende smog herbergen de mortuaria inmiddels drie keer zo veel doden als normaal. In plaats van de gebruikelijke tien komen er dagelijks dertig binnen. De slachtoffers zijn vrijwel zonder uitzondering bezweken aan long- en hartziektes. Maar de overheid weigert de exacte cijfers vrij te geven. Artsen die het oplopende dodental met de smog in verband brengen, zouden worden gedreigd met ontslag. Wel wordt bekendgemaakt dat het sterftecijfer in Moskou door de smog is verdubbeld tot zevenhonderd per dag.

Op het Rode Plein wemelt het van de Russische toeristen. „Niet naar Moskou gaan zou betekenen dat ik mijn geld kwijt ben”, zegt een jonge moeder. „Maar gelukkig neemt onze regering de juiste maatregelen en is het over een paar dagen voorbij.” Dat de leider van die regering, Vladimir Poetin, in 2007 een wet door het parlement loodste die driekwart van de boswachters en brandweermannen hun baan kostte, waardoor er nu niet genoeg bekwame vuurvechters zijn om de ramp te bedwingen, hoort ze voor het eerst.

Veel Russen die zich op straat wagen, lijkt het niets te kunnen schelen dat de smog – drie keer zo veel als de gezondheidsnormen toestaan – schadelijk is. Dat de hoofdlongarts van Rusland beweert dat drie uur op straat lopen gelijkstaat aan het roken van twee pakjes sigaretten, verontrust ook niemand in een land waar kettingroken traditie is.

Als ik in de loop van de middag een van de meer dan honderd opvangcentra voor smoglijders binnenloop, zit er welgeteld één bezoeker. „Omdat het thuis zo warm is”, zegt ze.

Aan het begin van de avond neemt de smog toe. Ik neem de metro naar Vychino, een volksbuurt in het zuidoosten van Moskou, waar de smogconcentratie het hoogst is, omdat de bosbranden enkele tientallen kilometers verderop woeden. Maar hoe dichter de metro bij de nevel komt, hoe minder passagiers een mondkapje dragen. „Je had het hier drie dagen geleden moeten zien”, zegt een bloemenverkoopster. „Toen stond de rook tot in de onderdoorgang. Het is nu veel beter.”

De smognevel wordt dichter en dichter. De verstikkende nacht loeit weer aan. De witte woestijn neemt opnieuw bezit van de stad. Als niet-roker heb ik vandaag het equivalent van acht pakjes sigaretten ‘gerookt’. Zo voel ik mij ook. Als ik het niet meer uithoud, vlucht ik naar een NOS-collega die airco heeft.

Commentaar: pagina 7