Delft gaat zijn 'litteken' eindelijk begraven

De nieuwe spoortunnel van Delft is zeker een jaar later klaar dan in 2016, zoals de bedoeling was.

„Er zitten nog steeds risico’s in de planning.”

De omgeving van het Delftse station is één groot bouwterrein. Directeur Bart-Jan Kouwenhoven van het Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft staat op het dak van een pand tegenover het station, waar een wijk met voornamelijk negentiende-eeuwse panden heeft moeten wijken. De sloop ervan werd betreurd, vertelt Kouwenhoven. Om de afbraak van het spoorviaduct, dat het centrum van de stad tientallen jaren in tweeën splitste, zal geen traan gelaten worden. Over een paar jaar is Delft eindelijk van zijn „ritssluiting” of „litteken” verlost. De stad wordt weer één, is de verwachting.

Delft krijgt een 2,3 kilometer lange spoortunnel. Daarmee verdwijnt een van de drukste stukjes spoor van Nederland onder de grond; 350 treinen per etmaal denderen nu nog over het spoorviaduct. Met de nodige overlast voor omwonenden tot gevolg. Kees Dukker, die zo’n vijftien jaar aan de Spoorsingel woont, somt in zijn huiskamer op: trillingen van de huizen, verpaupering van de buurt, fijnstof van de bovenleidingen op auto’s en zelfs in de achtertuinen. Om bezoekende Tweede Kamerleden te overtuigen van het nut van de tunnel werden emmers vol met wc-papier, afkomstig van voorbijrazende treinen, overhandigd.

Al zolang hij naast het viaduct woont, ijvert Dukker voor de komst van de spoortunnel. Hij is bestuurslid van de in 1996 opgerichte Bewoners Overleggroep Spoorlijn Delft, een van de vele bewonersorganisaties die zich heeft ingezet voor de komst van de spoortunnel. Sinds eind jaren tachtig wordt gesproken over de verdubbeling van het Delftse spoor. Het zou tot eind 2004 duren voordat toenmalig minister Peijs (Verkeer, CDA) geld reserveerde voor de spoortunnel. Een jaar eerder had Peijs de ondergrondse verbinding nog geschrapt. Met het project is een investering van 1 miljard euro gemoeid. In 2008 is afgesproken dat de rijksoverheid via spoorbeheerder ProRail als opdrachtgever verantwoordelijkheid draagt voor de aanleg van de tunnel. De rijksbijdrage is 531 miljoen euro. De gemeente Delft is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het nieuwe stuk centrum dat met de komst van de tunnel beschikbaar komt.

Daar worden een nieuw stadskantoor, circa 1.500 woningen en 23.000 vierkante meter kantoorruimte gebouwd. Het nieuwe station komt grotendeels onder de grond te liggen, met ondergrondse parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen. Het monumentale stationsgebouw blijft behouden – als horecagelegenheid. Ook de rijksmonumenten ‘Molen de Roos’ en de Bagijnetoren worden gespaard. Boven de tunnel komt een groot stadspark. De Phoenixstraat wordt een wandelboulevard met veel bomen en aan de Spoorsingel keert de gracht terug. De Spaanse architect Joan Busquets tekende voor het ontwerp.

Vorig jaar is begonnen met de werkzaamheden. Ruim een maand geleden viel de eerste grote tegenvaller te noteren: een vertraging van zeker een jaar. De spoortunnel zal niet in 2016, zoals gepland, gereed zijn. Bij deze vertraging blijft het naar verwachting niet. „Er zitten nog steeds risico’s in de planning. Die zullen we er na de zomer met geweld uitslaan”, zegt Bart-Jan Kouwenhoven. Aan het einde van het jaar komt de ‘definitieve’ planning.

De vertraging kwam amper als een verrassing voor bewoners en de Delftse gemeentepolitiek. Dat grote projecten meestal langer duren dan gepland is ook in Delft bekend. Wel wekte het vroege tijdstip verbazing. „Nog geen schop de grond in en er is nu al vertraging van een jaar”, zegt fractievoorzitter Lennart Harpe van oppositiepartij VVD.

De voorbereidingen hebben volgens de projectleiding meer tijd gekost dan vooraf verwacht werd. De uitwerking van „samenhangende werkzaamheden” bleken complexer dan gedacht, aldus een persverklaring. Ook was het verleggen van kabels en leidingen ingewikkelder dan ingeschat. „Van tevoren kun je veel uitzoeken, maar er zitten altijd verrassingen onder de grond”, zegt Kouwenhoven. Zo moesten negentien verschillende kabeleigenaren worden bereikt. „Misschien zijn we wel iets te optimistisch geweest.”

Onduidelijk is nog wat de kosten van de vertraging zijn. Volgens Kouwenhoven gaat het om een „substantieel bedrag”. De gemeente onderhandelt met de rijksoverheid over de verdeling van de meerkosten. Verantwoordelijk wethouder Milène Junius (Economie en Verkeer, CDA) zegt dat de gemeente „een marginale bijdrage heeft geleverd aan de vertraging”. Een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat benadrukt dat pas aan het einde van het jaar duidelijk is wie opdraait voor de extra kosten. De gemeente heeft 5 miljoen euro voor het project gereserveerd, zegt Junius.

Omwonenden zijn huiverig voor meer tegenvallers en overlast, weet Kees Dukker. Volgens hem zouden verzakkingen kunnen ontstaan door lekkages en grondverschuivingen. Daarnaast vreest Dukker dat de huizen tijdens de werkzaamheden onverkoopbaar zijn. „De gemeente zegt: gaat u maar rustig slapen. Maar werkzaamheden onder de grond blijven risicovol.” Dukker verwijst naar andere grote projecten als de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, de Haagse tramtunnel en de Koepoortgarage in Delft zelf. In 2006 liepen daar tientallen huizen in de nabije omgeving scheuren op.

Vergelijkingen als deze klinken vaker in Delft. Ten onrechte, vindt wethouder Junius. Zij houdt volledig vertrouwen in een goede afloop. Bart-Jan Kouwenhoven wijst erop dat een ingrijpend project als de spoorzone „pijn” zal doen voor de inwoners. Zo is de stad minder goed bereikbaar tijdens de werkzaamheden. Maar hoeveel pijn, dat valt niet te voorspellen.