De tijdgeest dicht op de huid

Tony Judt maakte naam met zijn werk over Europa en met een verdediging van de sociaal-democratie.

Al maakte zijn ziekte het hem onmogelijk om nog een pink op te tillen, het schrijven kon de Britse historicus en essayist Tony Judt ook in de laatste maanden van zijn leven niet laten. In korte stukken voor The New York Review of Books, die hij dicteerde, keek hij terug op zijn leven en beschreef hij onder meer zijn bestaan als patiënt met de slopende zenuw- en spierziekte ALS.

Vrijwel verlamd in zijn rolstoel was hij eigenlijk alleen nog maar een stel hersens, zei hij in een interview, „een denkende hoop dode spieren”. Als publieke intellectueel had het denken altijd een hoofdrol gespeeld in het leven van Tony Judt. En zolang mogelijk ging hij daarmee door.

„Maar het plezier van een scherpe geest wordt vaak overdreven”, schreef hij droogjes vanaf zijn ziekbed, „vooral door mensen die er niet volledig afhankelijk van zijn.” Vrijdag stierf hij in zijn huis in New York, op 62-jarige leeftijd.

Judt was het soort historicus dat de eigen tijd dicht op de huid zit. Zijn belangrijkste werk was het lijvige Postwar; A History of Europe since 1945, uit 2005. Meesterlijk beschrijft hij daarin hoe Oost- en West-Europa zich moeizaam oprichtten uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog. Moeizaam, want Europa herrees „in de schaduw van zijn verschrikkelijke verleden”. De oorlog was in 1945 voorbij, maar Europa zou nog een halve eeuw gedeeld blijven.

Judt, geboren in 1948, had de Europese geschiedenis in zijn bloed. Hij groeide op in Londen, als zoon van seculiere Joodse ouders, die wortels hadden in Rusland, België en Litouwen. In 1963 ging hij naar een zomerkamp in Israël, in 1966 werkte hij er in een kibboets. Na de Zesdaagse Oorlog meldde hij zich bij het Israëlische leger als chauffeur en vertaler. Maar in die tijd kreeg hij ook oog voor het lot van de Palestijnen en begon hij zijn enthousiasme voor het zionisme te verliezen.

Vervolg Judt: pagina 4

Judt werd criticus van Israël

Als historicus werd Tony Judt altijd sterk geboeid door de rol van intellectuelen in de politiek. In Past Imperfect (1992) bijvoorbeeld hekelde hij de naoorlogse linkse intellectuelen in Frankrijk, die hun ogen sloten voor de misdaden van het communisme in de Sovjet-Unie en China. Zelf was hij ook een intellectueel die zich politiek engageerde, soms in felle polemieken. Zo nam hij, sinds 1987 docent aan New York University, scherp stelling tegen de regering van George W. Bush en diens „catastrofale buitenlandse politiek”. En hij stak zijn nek uit door naar Amerikaanse maatstaven ongebruikelijk felle kritiek te uitten op Israël, dat zich steeds meer zou ontwikkelen tot een „oorlogszuchtige, onverdraagzame en door het geloof gedreven etnische staat”. Van een joodse staat, schreef hij in de New York Review of Books, zou het land zich moeten omvormen tot een „binationale staat” voor zowel Joden als Arabieren.

Het blad werd overspoeld met boze brieven, Judt werd uitgemaakt voor antisemiet en zelfhatende jood. Een ander tijdschrift, The New Republic, verwijderde hem uit de vaste groep commentatoren. Het Poolse consulaat annuleerde na druk van twee pro-Israël-organisaties een bijeenkomst waar Judt zou spreken. En critici verweten hem dat zijn idee van Palestijnen en Israëliërs in hun gezamenlijke staat hen zou veroordelen tot een permanente staat van oorlog, met de Palestijnen al snel in de meerderheid – typisch het soort naïviteit dat hij in Franse intellectuelen uit een andere tijd zo sterk had veroordeeld.

Maar Judt liet zich het zwijgen niet opleggen, niet door critici en zo lang het ook maar enigszins mogelijk was ook niet door zijn ziekte. In maart nog verscheen een moreel bevlogen boek, dat hij gedicteerd had aan medewerkers. Ill Fares the Land is een pleidooi voor een typisch Europees fenomeen: de sociaal-democratie. Er is iets grondig mis met de manier waarop we leven, stelde Judt. Door het allesoverheersend materialisme, het blinde vertrouwen in de vrije markt en de minachting voor de publieke sector zijn we de afgelopen decennia uit het oog verloren dat er alternatieven zijn. Niemand spreekt meer zo, had een jonge collega tegen hem gezegd. Juist daarom wilde Judt zijn betoog nog nalaten.

Eerdere artikelen van en over Judt op nrc.nl/buitenland