De spullen-identiteit

Telkens als ik ga verhuizen kijk ik op de laatste avond in mijn oude huis naar de ingepakte dozen en denk: wat overzichtelijk, mijn hele leven past in deze kartonnen dozen.

Natuurlijk begrijp ik dat ik meer ben dan alleen mijn spullen (hoe druk je bijvoorbeeld mijn onnavolgbare ritmegevoel voor de Macarena uit in materiële zaken?). Maar niettemin zegt de inhoud van de verhuisdozen veel over mij.

Het is ook de uitgelezen kans om mijn spullen-identiteit weer op orde te krijgen: ik gooi de dingen weg die zich om mysterieuze redenen in mijn huis ophopen (waarom ontstaat er in mijn gootsteenkastje altijd een uitgebreide verzameling plastic tasjes? Planten ze zich voort ofzo?) en overdenk opnieuw de probleemgevallen (oude brieven van penvriendinnetjes, een plastic trolpoppetje met paars haar). Uiteindelijk neem ik toch weer te veel mee en verdwijnt de zak met de penvriendinbrieven opnieuw onder een bed. Waar hij geduldig wacht op een volgende verhuizing.

Nu mijn opa is overleden, moeten wij de laatste verhuizing doen. Het hele huis moet leeg. Ik zie nu pas hoe ingrijpend dat is: alle spullen moeten ergens naartoe, van de enorme wandkast tot de gebaksvorkjes, van het bed tot zijn pantoffels. Ik moet denken aan het verhaal van een vriend, die ooit naar een begrafenis ging waar de familie na afloop meteen doorreed naar het huis van de overledene. Daar werden gekleurde stickervellen uitgedeeld, waarop iedereen als een waanzinnige door het huis begon te rennen om zijn sticker op spullen te plakken.

Stickers zijn gelukkig bij ons niet nodig. Traag lopen we door het huis om te inventariseren. Gelukkig is mijn opa’s spullen-identiteit sober, zoals hij zelf was. Er is niks ten overvloede, er zijn geen verborgen lades vol halfwerkende pennen en batterijen of papierbakken met kranten van het gehele afgelopen jaar erin, alles is opgeruimd en netjes.

Terwijl ik zo wandel door de kamers, valt mijn oog steeds weer op hetzelfde: cadeautjes. Cadeautjes die ik hem ooit gegeven heb. Een fotolijstje met daarin een schoolfoto (mond stijf dichtgeknepen uit schaamte voor het fietsenrek), een groot zelfgemaakt schilderij, een houten giraffe uit Tanzania. Waar moeten deze cadeautjes nu naartoe? Alle opties zijn bizar: ik wil ze liever niet zelf meenemen, maar mijn zelfgemaakte schilderij naar de kringloopwinkel brengen lijkt me wat misplaatst. Moet ik met mijn cadeaus leuren bij andere familieleden, om ze een lot bij het grofvuil te besparen?

Uiteindelijk kies ik een aantal van opa’s spullen, waar ik mijn eigen spullen-identiteit weer mee uitbreid. En voor de cadeautjes ga ik voor de lafste optie: ‘voorlopig bewaren’, in een doos onder mijn bed, naast de brieven en de paarsharige trol.

Rense de Greef