Benjamin Herman brengt de hele jazz

Jazz Benjamin Herman Weekend, Robeco Zomerconcerten. 6, 7/8 Concertgebouw, Amsterdam ****

Drie dagen mocht hij los in het Concertgebouw. Een eervol verzoek, bedoeld om de zomerleegte op te vullen, maar door jazzsaxofonist Benjamin Herman (42), succesvol met gepeperde bebop, impro en dansbare orkestrale grooves, met beide handen aangegrepen om een staaltje van zijn kunnen te tonen. Niks routinematig de avonden weg toeteren; Herman selecteerde zijn gasten zorgvuldig. Hij paarde techniek aan talent en humor aan energie en glorieerde zo met een fijn, compleet jazzweekend.

Zanger Wouter Hamel, rapper Pete Philly en dichter Remco Campert lieten inhoudelijke woordstromen en rhymes vloeien in avontuurlijke jazzjams. Vooral de muziek afkomstig van de jazzsoundtrack Campert – de tijd duurt een mens lang sprak aan. Die nostalgische sfeer werd ook nog vastgehouden door de plaatjes van Jules Deelder.

Zaterdag stonden „fenomenale oude knakkers” centraal. In 2005 nam Herman al met de 83-jarige pianist Stan Tracey, nestor van de naoorlogse Britse jazz, het bop-album The London Session op. Nu kreeg Hermans idool alle ruimte. Tracey, die de best verkopende Britse jazzplaat Under Milk Wood op zijn naam heeft, speelde met saxofonist Bobby Wellins (74) vooral nummers van Thelonious Monk als I Mean You en Bye-Ya.

Echte sensatie bleef helaas uit. De ‘legendes’ hielden het op een beleefd uitgevoerde sessie met Tracey als zwierige kunstenaar met licht dansende handen en Herman als koesterende bewonderaar. Een werkelijke parel was het door Wellins gebrachte Angel Eyes met een mistig diepe toon.

Na de pauze werd er olie op het vuur gegooid. „Uit machochisme” had Herman saxofonist Piet Noordijk uitgenodigd. Als hij niet uitkijkt, speelt de zeventiger hem namelijk nog moeiteloos van de sokken. Het werkte goed. Begeleid door een vorstelijke spelend trio (pianist Rein de Graaff, bassist Ernst Glerum en drummer Joost Patocka) liet Herman zich door Noordijk opzwepen in spannende duels. Zo hoor je hem het liefst: met een harde heldere klank zwetend zoekend naar de orgineelste noten.