Banengroei in de VS valt tegen

Het werkloosheidsprobleem in de Verenigde Staten lijkt structureler van aard. De daling van de niet-agrarische werkgelegenheid kan grotendeels het gevolg zijn geweest van het ontslag van tijdelijke krachten die waren ingehuurd voor de volkstelling. Maar de particuliere sector heeft slechts 71.000 nieuwe banen geschapen, ongeveer de helft minder dan economen hadden verwacht. Dit duidt erop dat bedrijven het zwaar hebben om nieuwe deelnemers aan de arbeidsmarkt te verwerken, en dat de taak van het herstel van de werkgelegenheidscreatie veel lastiger zal zijn dan verwacht.

In het werkloosheidsrapport van juli stonden voor het overgrote deel sombere zaken. Naast het ontslag van de tijdelijke volkstellingmedewerkers verloren nog eens 48.000 ambtenaren op staats- en lokaal niveau hun baan. En de werkgelegenheidsgroei in de privésector was veel lager dan de toename van de beroepsbevolking. In 2010 zijn maandelijks zo’n 90.000 nieuwe banen gecreëerd, aanzienlijk minder dan het maandgemiddelde van 222.000 in het eerste volle jaar van de zes voorgaande herstelperiodes.

In de industrie en de gezondheidszorg bleven er op bescheiden schaal arbeidsplaatsen bij komen, en de gemiddelde werktijd is toegenomen. Maar het herstel van de arbeidsmarkt versnelt niet. Recente indicatoren duidden feitelijk op een verdere vertraging.

De diepte van deze recessie was al een naoorlogs record. De negatieve effecten van de lange duur ervan beginnen zich te laten voelen. Hoewel de werkloosheid het afgelopen jaar van economische groei slechts een fractie is gestegen, is de langetermijnwerkloosheid met 1,6 miljoen mensen opgelopen naar 6,5 miljoen individuen. Zij neemt nu 45 procent van het officiële totaal voor haar rekening. Bovendien bedraagt het ‘ontmoedigde’ deel van de beroepsbevolking 1,2 miljoen zielen, een stijging van 40 procent in het afgelopen jaar, zonder dat er tekenen zijn dat er een omslag in de lucht hangt.

De recente verlenging van de werkloosheidsuitkeringen naar 99 weken – waar een eerder record in de jaren zeventig op 65 weken lag – kan het beeld vertekenen. Maar feit is dat de langere duur van de werkloosheid en de ontmoediging van langdurig werklozen zich niet zo makkelijk laten verhelpen. Het verlies aan expertise en discipline kan ertoe leiden dat werknemers geen baan meer kunnen vinden, zelfs niet tegen het lagere salaris dat door de concurrentie van de opkomende markten wordt afgedwongen. Uitgebreidere subsidies voor herscholing behoren tot de weinige middelen die de overheid tot haar beschikking heeft om ervoor te zorgen dat zulke werknemers geen permanente last gaan vormen.

Het kan uiteraard zo zijn dat het scheppen van nieuwe banen eenvoudigweg langer duurt dan gebruikelijk. Maar na de jongste cijfers wordt het misschien tijd om na te gaan denken over maatregelen om de arbeidsmarkt een hoognodig zetje in de goede richting te geven.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com