Aargh, had ik maar strategisch gestemd!

Stemmen doe je toch op de partij waar je in gelooft?

Fout, als er meer mensen strategisch hadden gestemd, zat de PVV nu niet aan de onderhandelingstafel.

„Dat is niet slim van je.” De vriendin aan wie ik eind 2006 vertelde dat ik deze keer op D66 had gestemd, wond er geen doekjes om. „Nu gaat je stem in wezen verloren, en zitten we met Balkenende IV opgescheept. Je had veel beter strategisch kunnen stemmen.” Ja maar, sputterde ik tegen, „je stemt toch op de partij die je het beste vindt?” Maar mijn vriendin deed dit af als naïef-idealistische onzin. „Stemmen doe je met je hoofd. Niet met je hart.”

Allemaal leuk en aardig, dacht ik later. Maar als je je bij iets persoonlijks als stemmen niet door je idealen moet laten leiden, waardoor dan wel? Dat is toch hét moment om je uit te spreken voor datgene waar je in gelooft? Bovendien vond ik ‘strategisch stemmen’ nogal hoogdravend klinken. Alsof mijn ene stem er werkelijk voor had kunnen zorgen dat Balkenende IV nooit het levenslicht had gezien.

En daarom kwam ik in de aanloop naar de verkiezingen van juni dit jaar, na zorgvuldig vergelijken van programma’s, standpunten en ideologie, uit bij de partij die mij het beste gevoel gaf, het meeste vertrouwen dat zij goed zou zijn voor het land: GroenLinks. De enige partij die een serieus punt maakt van de klimaatverandering, die ferme standpunten inneemt over aanschaf van de JSF en een van de partijen die in de samenleving geen enkele groep buitensluit.

En toen schoot VVD in de peilingen ineens langs de PvdA. En leek de PVV gouden tijden te gaan beleven. De gevolgen voor een mogelijke coalitie werden pijnlijk duidelijk, en tegelijk met de kritiek op Cohens gestuntel tijdens debatten, nam voor linkse kiezers het besef toe dat met een strategische stem – en dus op de PvdA – de kans op een links kabinet het grootst zou zijn.

Ik dacht terug aan dat gesprek in 2006 en begon te twijfelen. Stel nou dat ik samen met het hele links-strategisch stemmende electoraat daadwerkelijk de PVV buiten de deur zou kunnen houden. En bovendien: PvdA en GroenLinks dachten over veel zaken hetzelfde. Zou ik dan toch?

Maar dat betekende: stemmen op de PvdA. De partij van de verwarring, de schommelende standpunten en het in crisistijd opgeblazen kabinet. De partij waarvan ik zeker geen ‘Yes we Cohen’-gevoel kreeg. Moest ik echt zo nodig?

Na een nieuwe ronde wikken en wegen, hakte ik op 9 juni definitief de knoop door. Strategisch stemmen, het kon me wat. Het zou uiteindelijk vast wel meevallen met het aantal zetels voor de PVV en VVD, en vooral: wilde ik nou een groter GroenLinks of niet? Het democratische gehalte van verkiezingen bestaat er uit dat we de gelegenheid krijgen onze politieke mening te geven. Aan strategisch gekonkel deed ik niet mee. Dat is meer iets voor de politici zelf. Zo rechtvaardigde ik voor mezelf mijn keuze, terwijl ik het vakje naast de naam van Femke Halsema rood kleurde.

Inmiddels kan ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Politiek gezien was ik dus in vier jaar tijd werkelijk niets wijzer geworden. Want het is mede dankzij mij en vele andere linkse, niet-PvdA-stemmers dat we straks waarschijnlijk opgescheept zitten met een rechts minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV – met alle gevolgen van dien. Eén zeteltje maar had de PvdA nodig gehad, en de politieke toekomst van Nederland had er waarschijnlijk een stuk rooskleuriger uitgezien.

Nu mijn stem me dreigt op te schepen met een kabinet waar ik nog veel minder in zie dan in Balkenende IV, heb ik mijn lesje wel geleerd. De volgende keer gaat mijn idealisme op non-actief, en luister ik alleen naar mijn verstand – en strategische adviezen. Verkiezingen zijn blijkbaar toch niet het moment om je hart te laten spreken.

Suzanne van den Eynden is freelance journalist

Ga jij voortaan ook strategisch stemmen? Deel je mening op nrcnext.nl