Veiligheid boven alles

Wereldschokkende uitvindingen – of juist niet.Deze week: de uitvinder van de vluchtstrook.

Op het ministerie van Oorlog in Den Haag komt op 24 september 1901 een verontrustend telegram binnen: „automobiel vreemde officieren. style helling valkenberg te snel genomen. gestuit tegen poort.” Drie ‘vreemde’ (buitenlandse) officieren komen eraf met relatief lichte verwondingen. Met een vierde inzittende, waarschijnlijk uit Nederland, gaat het minder goed: „van asbeek zeer ernstig gewond”, meldt het telegram: „weinig hoop.”

Misschien is het wel de eerste melding van een auto-ongeluk in de Nederlandse geschiedenis. Er zullen nog vele volgen. Het aantal verkeersdoden stijgt in de loop van de twintigste eeuw naar 1.000 rond 1950 tot een piek boven de 3.000 begin jaren zeventig. De oorzaak ligt voor de hand: sterk toenemend autoverkeer. Pas na strenge veiligheidsmaatregelen zoals verplichte gordels en auto’s met kooiconstructie zet in 1974 een daling in tot circa 700 slachtoffers nu.

Niet dat er niet eerder aan de verkeersveiligheid werd gedacht. Uitvinders en beleidsmakers peinsden zich suf. In Parijs werd in 1924 een auto met op de bumper een ‘koeienvanger’ voor voetgangers gefotografeerd. Volgens het geïllustreerde tijdschrift Het Leven betrof het een proef van de politie om het aantal slachtoffers onder voetgangers te reduceren. „’t heet vooralsnog goed te voldoen.”

Negen jaar eerder had het blad in Nederland zelf iets vergelijkbaars gesignaleerd, een uitvinding waar de firma N.V. Protector in „alle landen” patent op had aangevraagd. Het was een klem op de voorkant van auto’s, treinen en trams om overstekende voetgangers mee te vangen en het overrijden van mensen onmogelijk te maken. „Dat klinkt ongelooflijk”, schreef Het Leven. „Maar toch is het werkelijk niet overdreven; we hebben persoonlijk gezien, hoe een auto, van dit toestel voorzien, met een 30 km vaart tegen een persoon aanreed, zonder dezen te deeren.”

Het bleef niet bij dit soort vindingen. Zo introduceerde Gelderland in 1923 de Verkeersinspectie voor de Provinciale Wegen die controleerde of auto’s aan de wettelijke eisen voldeden. „Een instituut, voorzien van de nieuwe Amerikaansche werktuigen en voor geheel Europa nog nieuw.” Nederland was ook het eerste land dat vluchtstroken naast de snelweg aanlegde, aldus de onderzoekers van de tentoonstelling ‘Made in Holland’ van het Nationaal Archief en de TU Delft. Uitvinder: ir. A.A. Mussert. Anton Mussert? Jawel, de latere leider der NSB en het Nederlandsche Volk. Mussert was opgeleid als civiel ingenieur, werkte bij de Provinciale Waterstaat van Utrecht en was pleitbezorger van een netwerk van snelwegen door heel Nederland.

Snelwegen met gescheiden rijbanen kwamen er, mede als gevolg van het grote aantal autobotsingen. In beleidstukken van Rijkswaterstaat, verantwoordelijk voor de aanleg, wordt in 1936 inderdaad ook aan het pleidooi van Mussert gerefereerd. Langs de rijbaan schetst Mussert, zo schrijft de dienst, „eventueel een zeer smal rijwielpad van 0,50 m voor wegwerkers en politietoezicht”. Rijkswaterstaat spreekt in haar plannen over ‘kantstroken’, die later zullen uitgroeien tot serieuze vluchtstroken. En inderdaad lagen er kantstroken naast Rijksweg 12, de eerste snelweg in Nederland tussen Den Haag en Utrecht.

Moeten we Mussert daarmee uitroepen tot de uitvinder van de vluchtstrook, en daarmee tot redder van vele levens? Transporthistoricus Hans Buiter betwijfelt het. Er waren meer ingenieurs die snelwegen ontwierpen. Mussert had bovendien de neiging om zijn eigen rol bij nieuwe ontwikkelingen aan te dikken en de ideeën van anderen over te nemen zonder bronvermelding.

Overigens kent het verhaal van Anton Mussert als briljant uitvinder nog een bizarre apotheose. Wachtend op zijn proces schreef hij in november 1945 in gevangenschap een brief aan toenmalig premier Schermerhorn. Mussert beweerde een revolutionaire ontdekking te hebben gedaan die „ongekende mogelijkheden opent zoowel op militair maritiem gebied als op civiel verkeersgebied”. Een geheim wapen, beter dan de atoombom. Aan Hitler had hij het niet willen geven. Wel aan de Amerikaanse president Truman die de Russen moest tegenhouden. Het is er niet van gekomen. Mussert werd ter dood veroordeeld en op 7 mei 1946 gefusilleerd.