Op weg naar rechts

De Tweede Kamerleden Çörüz (CDA) en Azmani (VVD) bezetten een stoel waarop ze volgens de PVV niet horen te zitten. Dat geldt ook voor al die raadsleden, statenleden, wethouders en gedeputeerden van CDA, VVD en andere partijen, die over een dubbele nationaliteit beschikken doordat ze geboren zijn uit Marokkaanse of Turkse ouders. Het verkiezingsprogramma van de PVV zegt: „Geen mensen met een dubbele nationaliteit in regering, parlement, Provinciale Staten, gemeenteraden en bepaalde overheidsfuncties.”

Dit kan een van de struikelblokken zijn waarover het toekomstige samenwerkingsverband van VVD, PVV en CDA, dat tot het kabinet-Rutte moet leiden, mogelijk valt. Maar waarschijnlijk is het niet. De realiteit werd deze week in de Tweede Kamer helder verwoord door de fractieleider van de SP, Roemer: „Als een duidelijke meerderheid van de Kamer iets wil, gaat dat ook gebeuren, dat is namelijk democratie.”

En die meerderheid, hoewel de kleinst mogelijke (76 van 150 zetels), is er. De fractieleiders van VVD, CDA en PVV hebben de „ferme wil”, zo heeft ex-informateur Lubbers vastgesteld, om samen verder te gaan. Sterker nog: Rutte (VVD), Verhagen (CDA) en Wilders (PVV) hebben laten weten dat zij over geen enkele andere mogelijke coalitie willen praten.

Daarmee is de vraag of de toekomstige coalitie van VVD en CDA, die gedoogsteun van de PVV krijgt, een bijzonder minderheidskabinet of een bijzonder meerderheidskabinet is, een irrelevante, semantische discussie geworden. Onder leiding van de nieuwe informateur Opstelten gaan de drie partijen de komende weken vol goede moed sleutelen aan zowel een regeer- als een gedoogakkoord.

De drie partners moeten het eens zien te worden over bezuinigingsmaatregelen die tot 18 miljard euro optellen. De hoogte van dat bedrag is niet zozeer het probleem, als wel de invulling ervan. Hoe is die te realiseren in combinatie met de PVV-wensen om meer uit te geven aan binnenlandse veiligheid en niet te snijden in de uitgaven voor de zorg?

Een andere hobbel is de „vruchtbare samenwerking” met de Staten-Generaal, zoals in de formatieopdracht staat. Dat zal in de Tweede Kamer nog wel lukken, maar kan een probleem worden in de Eerste Kamer. Voorlopig heeft een VVD/CDA-kabinet daarin geen meerderheid. Gelet op de zetelverdeling is er een spilfunctie weggelegd voor de Friese senator Henk ten Hoeve. Hij vertegenwoordigt in zijn eentje de OSF, de Onafhankelijke Senaatsfractie, een optelsom van zestien regionale partijen als de Fryske Nasjonale Partij en Mooi Utrecht. In het Financieele Dagblad liet Ten Hoeve in juni weten dat hij een kabinet van VVD, CDA en PVV zakelijk zou beoordelen, maar ook dat hij „zeer weinig affectie” met de PVV heeft. Geen wonder: Ten Hoeve was actief in het vluchtelingenwerk, sprak in de Eerste Kamer met warmte over de Nederlandse Antillen en geldt als groot voorstander van Europese integratie.

Hoewel de Eerste Kamer in het algemeen minder geneigd is politiek te bedrijven, verwierp zij in de lopende kabinetsperiode toch acht wetsvoorstellen. De senaat doet ertoe. De kans op een ‘rechts’ kabinet van VVD, CDA en PVV lijkt groot. Of het tot een vruchtbare samenwerking met de volledige Staten-Generaal zal komen, is dus nog een tweede.