Oorwurmen

Wordt dit het seizoen van de zure gezichten? De onvrede in het betaald voetbal is zelden groter geweest. Je zou zelfs kunnen spreken van een malaise. De hele bedrijfstak is virtueel failliet en dus hebben we het in de eredivisie nog hooguit over veredelde vrijetijdsbesteding. Over geknakte pretenties. Dat zie je ook aan de transfers van deze zomer: tweederangs. Of stokoude mannen, óf obscure provincialen, óf Belgen.

De Faröer eilanden aan de Maas.

Misschien komt het door de overkill van het recente WK, maar van een heftige koortsopstoot bij de start van de competitie is weinig te merken. De branche lijdt aan metaalmoeheid. En dat ligt niet alleen aan het financiële debacle waarin zowat alle eredivisieclubs zich bevinden. Het ligt ook aan bestuurlijke inspiratieloosheid. Competitievoetbal roept geen poëzie meer op, geen animositeit, zelfs geen opbod.

Allicht staan liefhebbers niet te juichen voor een houten spits als Marcus Berg. De PSV-aankoop is bijna een blamage in een land dat jarenlang vertroeteld werd door spitsen à la Dennis Bergkamp, Patrick Kluivert, Romario, Van Nistelrooy. Is het niet treurig dat een ambitieuze club als PSV zich nu weer ferm op de borst klopt voor een afdankertje van HSV?

Marcus Berg: tja, Heracles zou nog kunnen.

De competitiestart is eerder een festival van lange gezichten dan een vrolijke ouverture naar iets moois. Oorwurmen op en langs het veld en op het ereterras. Het kan geen toeval zijn dat de ultieme oorwurm, Ed de Goey, zijn rentree maakt in het Nederlandse voetbal, zij het in de eerste divisie. Hij wordt keeperstrainer bij RKC.

Edje.

Het was een genot om naar hem te kijken, vooral bij het Nederlands elftal. Tussen de goudwinkels van zijn generatie stond hij in grote naaktheid eenzaam armoedig te zijn. Er lag iets vooroorlogs over deze doelman. Tussen de palen was hij meestal klemvast, maar daarbuiten had hij iets bangigs, iets onaangepast. Uit de verte leek het soms of hij lid was van het lompenproletariaat. Dat verfomfaaide.

Spreken deed hij nauwelijks, lachen nooit. Wel een prachtige carrière gemaakt als gerespecteerd doelman in de Premier League. In kapitaalkracht heeft hij de keepers van zijn tijd ver achter zich gelaten, Edwin van der Sar niet te na gesproken. Dertien jaar hield hij het vol in Engeland, de laatste jaren zelfs als commentator voor de BBC. De waterval Ed de Goey? Ik kan het mij niet voorstellen, maar er zijn nog mensen die op latere leeftijd ineens uit hun schroom vallen, en niet terugdeinzen voor een optreden als kermisgast.

Exit het chagrijn De Goey.

Het is nu Bert van Marwijk die last heeft van chagrijn. De bondscoach heeft het steeds moeilijker met de (verlate) kritiek op het spel van het Nederlands elftal in Zuid-Afrika. Vooral het verwijt dat Oranje hard en zelfs vuil speelde, raakt hem. Hij noemt het natrappen, typisch voor de Nederlandse sportmentaliteit. Eerst euforie, aan de rand van hysterie, en dan de galbak erover: Hollanditis. Zo zit Bert niet in elkaar. Hij is zijn hele leven een verklaard voorstander van frivool spel geweest. Die dodelijke karatetrap van Nigel de Jong had hij zeker niet zelf bedacht.

Het siert de bondscoach dat hij voor zijn spelers opkomt. Zoals hij ook pal achter de medische staf van Oranje blijft staan in het zwartepietenspel van Bayern München over de nieuwe spierscheuring van Arjen Robben. De ‘gevleugelde’ staat alweer twee maanden aan de kant, en die tegenslag wordt door de leiding van Bayern nu in de schoenen geschoven van een charlatan die door de KNVB was ingehuurd om Robben alsnog speelklaar te maken voor het WK. Voorzitter Karl-Heinz Rummenige wil dat de KNVB opdraait voor de schade van zijn club. Desnoods komt er een klacht bij de FIFA.

Het ongemak van Robben zou het gevolg zijn van een te snelle revalidatie van de hamstringblessure. Een fysiotherapeut verrichte in de dagen voor het WK een medisch wonder, in een onorthodox ijltempo. Bert van Marwijk spreekt van een verdachtmaking die nergens op slaat. „Arjen was gewoon fit.”

Zou het?

Er wordt wat afgesjacherd in medische kabinetten van voetbalclubs en -bonden. Als het gouden kalf wenkt, is alles wat aan reparatie doet van harte welkom: sjamanen, kwakzalvers met spuiten paardenbloed, blinde fysiotherapeuten, dove dokters. Want ook de speler wil zo graag.

Bert van Marwijk is zeker geen experimentenbeul met het lichaam van zijn spelers. Maar kleinzerig is hij ook niet. Zelf heeft hij zijn halve carrière met kapotte knieën gespeeld, met afgescheurde enkelbanden, flippende hamstrings en maagpijn. En hoe krakkemikkig van gebeente en gewrichten ook, in elegantie overtrof hij iedereen op het veld.