Onderweg naar plan B: een zakenkabinet

Nederland stevent af op een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Als het per se anders moet, dan toch liever een zakenkabinet?Een gedachtenoefening.

Twee stemmen voeren een druk gesprek in mijn hoofd. Hun onderwerp: de kabinetsformatie. De ene stem probeert kalm te blijven maar klinkt duidelijk ongerust. Want ja, de verkiezingsuitslag van 9 juni is duivels ingewikkeld. Een logische coalitie is er niet uitgesprongen. Alle opties moeten dus één voor één worden onderzocht. Dat kost nu eenmaal tijd en maakt de uitkomst ongewis. Noem die stem: de koningin.

De andere stem valt ook nader aan te duiden. Hier spreekt: de oud-premier. Hij heeft ruim veertig jaar ervaring in wheeling and dealing. Als een politieke grootmeester kan hij drie zetten vooruit denken. Voor elke mogelijke tegenzet van zijn opponent heeft hij nog zeker drie opties in elk van zijn twee mouwen.

De koningin zegt: „Als de VVD, het CDA en de PVV het eens worden over een regeerakkoord en een gedoogakkoord, dan valt daaraan niet te ontkomen, maar het lijkt me een gewrongen constructie.” De oud-premier zegt: „Als we het spel goed spelen, kunnen we uitkomen bij een zakenkabinet: een kernkabinet met acht stevige ministers die steun krijgen van ten minste vijf partijen in de Kamer.”

Graag laat ik u meeluisteren naar mijn gesprek tussen de koningin en de oud-premier. Maar eerst een enkele opmerking vooraf.

De bestrijding van de economische crisis was een thema in de verkiezingsstrijd. Een nieuw kabinet zou – met breed draagvlak in de Kamer en de samenleving – de crisis te lijf moeten gaan. Het lokt de vraag uit of een coalitie met slechts 76 Kamerzetels wel stevig genoeg is voor een kabinet dat zwaar zal moeten hakken en snijden. Het onderwijspersoneel, studenten, mensen met een uitkering, de honderdduizenden verzorgers en verplegers in de zorgsector: ze zullen pijnlijke maatregelen moeten uitvoeren en/of slikken. Hun politieke thuishaven ligt overwegend links van het midden. Een brede coalitie zal hun die maatregelen dus soepeler kunnen verkopen dan ‘hardcore rechts’.

En nog wat. Uit de huidige fase van de kabinetsformatie zou een coalitie met een opmerkelijke samenstelling moeten voortkomen. De VVD levert bewindslieden – logisch. De PVV levert géén bewindslieden – opmerkelijk, voor een partij die de grootste winnaar van de verkiezingen was. Het CDA daarentegen levert wel bewindslieden – nóg vreemder, gezien de verkiezingsuitslag, waarbij de aanhang van het CDA in één klap is gehalveerd en de christen-democraten van de eerste naar de vierde positie op de politieke ladder zijn getuimeld.

Zou er echt een kabinet komen van deze ‘twee plus één’ partijen, dan was strikt genomen zuiver geweest: de grootste partij (VVD) en de grootste winnaar (PVV) vormen een kabinet en de grote verliezer (CDA) geeft vanuit de Kamer gedoogsteun en stelt zich overigens bescheiden op.

We komen er straks op terug.

Het is dinsdagmiddag 3 augustus 2010, Paleis Noordeinde, Den Haag. Het decor: de lage fauteuils bij de salontafel in de koninklijke werkkamer.

De oud-premier heeft, in opdracht van de koningin, net zijn taak volbracht als informateur. Het eindverslag ligt op beider schoot. Zijn advies: geef opdracht tot onderzoek naar een kabinet van VVD en CDA dat de steun heeft van de PVV. Citaat uit het verslag: ‘Er is [..] de ferme politieke wil bij de fractievoorzitters van VVD, PVV en CDA het eens te worden. Dat biedt uitzicht op maar nog geen zekerheid over een daadwerkelijk regeerakkoord en gedoogakkoord.’ (Hier is onmiskenbaar de oud-premier aan het woord: altijd bereid zowel de weg te wijzen, als tegelijk erbij te zeggen dat er natuurlijk vluchtroutes zullen zijn.)

Zij: „Onderhandelen over een minderheidskabinet: ik houd m’n hart vast – het is echt het allerlaatste dat we in dit land onder deze omstandigheden moeten willen. Hoe vaak heb ik je niet horen zeggen: politiek en economie draaien om vertrouwen. Met een VVD/CDA-kabinet dat steunt op 52 zetels en leeft op de pof van 24 PVV-zetels zie ik het vertrouwen van burgers in de politiek en het consumenten vertrouwen niet snel groeien.”

Hij: „Zo’n minderheidskabinet hoeft er helemaal niet te komen.’’

Zij: „Kun je daar wel zo zeker van zijn? Rutte en Verhagen willen niets liever dan samen regeren en Wilders is een politieke duivelskunstenaar. Het lijkt me spelen met vuur om die drie wekenlang met elkaar aan één tafel te zetten.”

Hij: „Formeren is elimineren: aan een onderzoek naar deze combinatie valt nu even niet te ontkomen. Ik zie deze fase als een injectie tegen pokken of kinkhoest: je spuit wat bacillen in en vervolgens stelt het lichaam vanzelf het immuunsysteem in werking om te voorkomen dat die ziekte ooit echt de kop op steekt.”

Zij: „We hebben te maken met een verziekt politiek en economisch klimaat. Ik ben er niet zo zeker van dat ons immuunsysteem tegen zo’n injectie bestand is.”

Hij: „Laten we praktisch blijven. We kunnen die Wilders alleen beheersbaar houden als we hem uitdagen en fouten laten maken. In onderhandelingen zal hij zich langzaam laten uitzuigen en uitputten. Let maar eens op.’’

Zij: „Doodeng!’’

Hij: „Vrees niet, het CDA zal doen wat het moet doen: het spel staken zodra Wilders de zwartepiet in handen heeft.’’

Zij: „Dóódeng!’’

Hij: „Valt echt wel mee. De positie van Maxime Verhagen binnen het CDA is verre van stevig, en dat geeft – paradoxaal genoeg – een hoge mate van beheersbaarheid.”

Zij (vermoeide glimlach): „Je bent zo te horen weer helemaal terug. Verklaar je nader.”

Hij: „Maxime zal er weinig doorheen kunnen drukken binnen het CDA. Bij iedere stap die hij wil zetten, zal hij vooraf de goedkeuring moeten krijgen van de partijbaronnen.”

Zij: „... En je hebt je adresboekje natuurlijk allang langsgebeld...”

Hij: „Ach, ik spreek wel eens iemand. Ernst Hirsch Ballin, Piet Hein Donner, Hans van den Broek, Bert de Vries, René van der Linden, Yvonne Timmerman-Buck, Dries van Agt: ik weet vrij precies waar zij de krijtstrepen al hebben getrokken. Wees er gerust op dat wij de › › jongelui van de CDA-fractie keurig binnen de perken zullen houden.”

Dek oningin, door haar kinderen wel eens uitgemaakt voor ‘controlfreak’, wilde onmiddellijk geloven dat de oud-premier zijn veiligheidskleppen binnen het CDA al weer scherp had afgesteld om te voorkomen dat de nog wankele CDA-onderhandelaar Verhagen brokken zou maken in de contacten met zijn generatiegenoten Rutte en Wilders. Maar dat was niet direct wat haar geruststelde. Alleen al de geur van macht kan immers dronken maken – en zie de heren fractieleiders dan maar weer eens in het gareel te krijgen.

Vertrouwen putte zij uit iets anders. In een olijfgroen kartonnen mapje lag het op de schoot van de oud-premier. Rechtsboven in de hoek was een ‘B’ te lezen, in dunne potloodlijn geschreven. Stond voor: ‘Plan B’. Voor: ‘Plan Beatrix’ – had de oud-premier wel eens grappenderwijs gezegd, maar toen had Hare Majesteit hem getergd aangekeken. Liever sprak zij van ‘de Bridge-variant’ – een codenaam die was bedacht voor het scenario om Nederland aan een keurig meerderheidskabinet te helpen. Belden de koningin en de oud-premier in de afgelopen weken met elkaar, dan vroeg zij ook: ‘Hoe gaat het intussen aan de bridgetafel?’ Dan antwoordde hij: ‘Er zijn al flink wat slagen gemaakt.’”

Elf velletjes papier bevatte ‘mapje B’. Twee heren hadden het stuk geschreven, een derde heer en een dame hadden het gelezen en gezien dat het goed was. De auteurs: Herman Tjeenk Willink (PvdA, vice-president van de Raad van State) en Alexander Rinnooy Kan (D66, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad). De meelezers: Neelie Kroes (VVD, Eurocommissaris) en Herman Wijffels (CDA, oud-voorzitter van de SER).

Wie het stuk oppervlakkig leest, zou denken dat ‘plan B’ het scenario was voor een staatsgreep. Maar feitelijk stond er geen onvertogen woord in. Het begon met anderhalf kantje waarin de verkiezingsuitslag van 9 juni werd geanalyseerd. Centrale gedachte: waar Nederland ooit drie partijen had die het politieke spectrum domineerden (CDA, PvdA, VVD), moeten deze drie nu de macht delen met maar liefst vier andere partijen (PVV, SP, D66, GroenLinks). Gevolg: gewone meerderheidscoalities zijn veel moeilijker te vormen, wat eerder dan in het verleden kan uitmonden in de vorming van onconventionele kabinetten.

Paragraaf 2 van de ‘Bridge-handleiding’ schetste de koortsige stemming in het land. Epidemische aandoening: ‘de ziekte van onzekerheid’. Remedie: ophouden met het paardenmiddel van de polarisatie en een mix van medicijnen toedienen – enerzijds: een breed, a-politiek kabinet vormen dat in crisistijd nationale eenheid en natuurlijk gezag uitstraalt; anderzijds: ruimte geven aan de Tweede Kamer, die een politieke arena moet kunnen zijn zonder bij ieder wissewasje het kabinet op springen te zetten. En bovendien: erkennen dat we leven in een totaal veranderde (digitale netwerk-)samenleving, waarin burgers en bedrijven nogal Binnenhof-moe zijn en snel hun geduld verliezen bij verstikkende coalitiespelletjes die eindeloos kunnen duren.

Deel 3 van het streng geheime document was al een stuk concreter. In een schema stonden de standpunten per partij over ruim zestig kwesties puntig naast elkaar. Elke rij in het schema eindigde onder het kopje ‘Bandbreedte’, waarin een mogelijk compromis was geformuleerd, plus de drie à vier partijen die voor een Kamermeerderheid konden zorgen.

Zij: „Mag ik even in je mapje bladeren?”

Hij (weer eens een grap proberend): „Geen vlekken op maken alstublieft, het is m’n enige exemplaar.” (Ze trok een ooglid op maar reageerde verder niet.)

Zij (meteen naar de allerlaatste pagina bladerend): „Ah mooi, het is een kernkabinet met acht ministers gebleven, dat is overzichtelijk. Vijf mannen, drie vrouwen – heel goed. Wel een beetje aan de oude kant allemaal, maar ja: daarover mogen wij tweeën natuurlijk niet klagen en we geven het goede voorbeeld bij het opkrikken van de AOW-leeftijd. Aan hoeveel staatssecretarissen denken jullie eigenlijk?”

Hij: „Moeilijk te zeggen. Eerst brengen we de acht ministers bij elkaar om gezamenlijk hun eigen program te schrijven en pas daarna gaan zij zelf naar staatssecretarissen op zoek.”

Zij: „Hm, wordt ook nog een lastige fase.” (Stilte)

Zij weer: „Over één ding maak ik me echt nog zorgen. Hoe kun je ooit garanderen dat het CDA-congres, als het erop aankomt, écht dat kabinet van Rutte, Verhagen en Wilders zal tegenhouden?”

Hij: „Zo ver hoeft het helemaal niet te komen. Er zullen genoeg stemmen binnen het CDA zijn die al eerder zeggen: een prima akkoord, beste VVD en PVV, maar op een stuk of drie, vier onderdelen kunnen wij toch niet helemaal meekomen. Misschien moesten jullie toch maar samen in het kabinet stappen en voor die paar pijnpunten elders steun zoeken. De rest van het akkoord zullen wij dan wel steunen vanuit de Kamer.”

Zij: „Daar trappen de VVD en PVV natuurlijk nooit in.”

Hij: „Nee, maar dan ontstaat een geheel andere situatie, met verschillende wegen die naar Rome zullen leiden.”

Zij: „Welke wegen?”

Hij: „Dat kom ik over een paar weken wel uitleggen, tegen de tijd dat het zover is. Dan neem ik meteen een mapje voor plan C mee.”