'Iedereen is een beetje synestheet'

In een interviewserie over zintuigen: synestheet Daniel Tammet. Hij ziet kleuren en vormen bij woorden en getallen. ‘1 is een wit licht.’

Maandagen zijn donkerpaars, woens-dagen blauw. Maar vandaag is het dinsdag, een oranje dag. Dat is een vrolijke kleur en dat klopt. Dinsdagen hebben over het algemeen wel iets positiefs. Mijn naam heeft een gouden tint, want c klinkt als g van gold. Goud? „Haha, yes. Not bad.”

En nu iets willekeurigs. Het getal 423?

In één adem zegt Daniel Tammet: „Ah. Dat is natuurlijk 9 keer 47.”

En hoe ziet dat eruit?

„47 is scherp en puntig, 9 is donkerblauw. 9 is 3 keer 3 en 3 is rond en dat buigt de vorm een beetje. 423 neemt de kleur aan van 9. Het is dus donkerblauw en gebogen. De vorm is als iets wat door een rond gat duwt.”

Tammet is synestheet. In zijn brein liggen verbindingen tussen hersendelen die er bij een gemiddeld mens niet liggen. Door die verbindingen – denken ze, zeker is het niet – worden bij synestheten meerdere zintuigen geprikkeld bij één waarneming.

Het resultaat: kleuren zien bij woorden, geluiden horen bij bewegend beeld, smaken proeven bij tonen, vormen zien bij getallen. KNAW-president Robbert Dijkgraaf heeft het (kleuren bij woorden), net als schrijver Vladimir Nabokov (idem, deze vorm komt het vaakst voor) en componist Olivier Messiaen (kleuren bij muziek).

In Tammets hoofd zijn het getallen die complexe, driedimensionale vormen aannemen, met een kleur en een structuur. Ze zien er altijd hetzelfde uit. 1 is een wit licht. 131 is als een zandloper, 23 is groot, 581 klein, 11 is vriendelijk en 53 is rond en glad als een kiezel. Zo herkent hij meteen dat het een priemgetal is, alle andere priemgetallen tot 9.973 zijn ook glad.

Als Tammet een som uitrekent – en dat kan hij nogal goed – voegen de vormen zich in zijn hoofd samen tot een ingewikkeldere vorm. Dat is het antwoord dat hij direct herkent. Tot 10.000 hebben getallen een eigen vorm, daarna wordt het wat rommeliger.

We eten in een restaurant in het Franse Avignon, waar de Brit woont met zijn vriend, een fotograaf. Het is een klein restaurantje waar „iedereen fijn blijft zitten” en dat is wel zo overzichtelijk voor een autist als hij.

Want Tammet is niet alleen synestheet, hij is ook gediagnosticeerd met Asperger, een IQ van 150 en savantisme, dat laatste om zijn uitzonderlijke rekenvermogen en geheugen voor getallen. En hij spreekt tien talen, waaronder Fins, Roemeens en het moeilijke IJslands dat hij in een week leerde voor een tv-programma. Ook al bestaan er correlaties tussen deze eigenschappen, Tammet heeft een brein als geen ander.

Als savant heeft hij in ieder geval enorm veel lol van zijn synesthesie. Neem het oneindige pi, wat hij over het algemeen een prachtig getal vindt – „Ja, er zitten ook minder mooie stukken in”. In 2004 leerde hij er in een paar weken 22.514 decimalen van. In 5 uur en 9 minuten somde hij ze achter elkaar foutloos op en brak het Europese record.

In zijn memoires Born on a Blue Day uit 2006 beschrijft hij hoe dat gaat: „Als ik naar een reeks getallen kijk, vult mijn hoofd zich met kleuren, vormen en structuren die zich spontaan weven tot een visueel landschap.” Om de getallen op te kunnen noemen „volg ik simpelweg de verschillende vormen en structuren in mijn hoofd en lees ik daar de getallen uit”.

Bij het 762de decimaal van pi komt Tammet het Feynmanpunt tegen, zes keer 9. De natuurkundige Richard Feynman (ook synestheet) zei ooit dat hij pi tot die decimalen wilde leren, dat leek hem leuk. Tammet: „Voor mij is het Feynmanpunt visueel heel mooi. Ik zie het als een diepe, dikke rand van donkerblauw licht.”

Bij het 19.437ste decimaal komt Tammet langs het favoriete deel van zijn pi-landschap: 99992128599999399.

Hoe kun je, vraag je je af, twee-en-twintigduizend decimalen van pi leren zónder synesthesie? Tammet heeft geen idee. „Het is moeilijk te zeggen hoe andere savants het doen, we weten het niet. Maar zoveel decimalen van pi leren zonder synesthesie is vast heel saai. En als je het wilt leren zonder dat je savant bent, moet je wel obsessief zijn.”

Tammet heeft, zegt hij, een esthetische relatie met getallen. „Mooie getallen leer ik gemakkelijk.” Daar zouden ze bij rekenonderwijs wat meer op moeten inzetten, vindt hij, want nu is het zo saai. Waarom leren kinderen niet bij getallen vormen en kleuren te gebruiken en zo patronen te zien? Waarom wordt het niet intuïtiever gemaakt?

Aan tafel een gesprek voeren met Tammet is inspirerend en gezellig. Je vergeet bijna („Ik vind het zó raar als mensen dat zeggen”) dat hij autist en savant is. En dat is bijzonder. Wereldwijd zijn er maar zo’n vijftig tot honderd prodigious savants bekend die goed functioneren. De meeste savants kunnen één ding heel goed (rekenen, tekenen, piano spelen) en zijn verder vaak verstandelijk gehandicapt.

Maar hij herinnert de verslaggever er zelf nog even aan. Het is niet alleen dat hij getallen in zijn hoofd anders ziet, zegt hij. „Als ik een kamer binnenstap en ik dingen voor het eerst zie, is het ook anders. Door mijn autisme zie ik de kleine details eerst, voordat ik het hele plaatje zie. Er is een vertraging van een paar seconden, dan pas komt alles bij elkaar.”

Wat ziet hij nu aan tafel? Hij wijst: de structuur van de aardappel, het schuim op de sinaasappelsap, het zonlicht door de witte wijn.

Tammet kan goed vertellen over wat er in zijn hoofd gebeurt. In Born on a Blue Day, een bestseller, schrijft hij over de angst, de eenzaamheid en de stress van opgroeien met autisme. Hij schrijft over de getallen waar hij zich thuis bij voelt en over wat logisch lijkt, maar niet zo is. Als jongetje was hij eindeloos in de bibliotheek op zoek naar het boek waar zijn naam op stond, vertelt hij. Er waren zoveel boeken met zoveel namen. Dan zou er toch ook wel een boek zijn met zijn naam? Nu doet hij dat niet meer. „Als ik nu zou zoeken, vind ik er twee. En straks hopelijk drie.”

In 2009 schreef hij zijn tweede boek, Embracing the Wide Sky, een populair-wetenschappelijk boek over het brein, met voorbeelden van zichzelf. In dat boek wil hij het punt maken dat zijn hersenen misschien wel anders zijn, maar niet heel veel anders dan normale hersenen.

Dat is wat Tammet ook keer op keer in het gesprek benadrukt. Iederéén heeft milde vormen van synesthesie. Is 1 lichter dan 9? Dat vinden vrijwel alle mensen. Lijkt een Hund groter dan een chien? Precies, komt door de klank. Liggen kleine getallen links van grote getallen? Juist.

En iedereen is savant als het om taal gaat. „Jij kent 50.000 woorden, waarmee je zonder moeite nieuwe zinnen kunt maken. Acteurs leren scenario’s met 20.000 woorden uit hun hoofd. Dat is ook heel bijzonder.”

Hij mag dan wel extreem goed kunnen rekenen, zegt Tammet, hij is geen computer. Van savants en autisten is al veel te vaak gezegd dat ze denken als machines. „Ze haten het als mensen dat zeggen. Computers hebben geen gevoelens, geen intuïties, geen ervaringen.”

Op Tammet zijn al de nodige onderzoeken uitgevoerd, maar hij wil niet als ding worden behandeld. Waarom neemt hij dan zichzelf als object van studie in zijn tweede boek? „Dan gebeurt het met respect. Het is goed dat wetenschappers onderzoeken met mij doen, maar ze weten niet hoe ik me voel.”

Want dat wil hij ook nog even kwijt: het idee dat autisten geen gevoel hebben is een mythe. Mensen met Asperger hebben vaak sterke emoties, zegt Tammet. Alleen voor andere dingen. Hij voelt niet veel voor een tv-programma, of een voetbalteam, of sterren uit roddelbladen. Wel voor getallen en woorden. „Het is een kwestie van je emoties anders investeren.”

Hij heeft overigens wel geleerd dat het leuk is om over mensen te praten die je kent. „Hoe is je moeder? Oh, ze maakt het goed.”

Hij denkt dat sociale interactie voor hem cognitiever is dan voor de meesten. „Maar het wordt steeds intuïtiever. Hoe meer ik het doe, hoe makkelijker het wordt. Alsof je een tweede taal leert spreken. Hoe vaker je het doet, hoe minder accent je hebt.”

De sociale omgang is Tammets elfde taal. Hij spreekt er al tien en daar is hij ook synesthetisch voor. Weekdagen en woorden geven beelden in zijn hoofd, al zijn die minder uitgebreid dan bij getallen. „Het gaat meer over kleur en emotie. Licht of donker, klein of groot, positief of negatief.”

Die kleuren veranderen iets met de betekenis. Toen hij het IJslandse woord hnuggin leerde, zegt hij, was het wit. „Maar toen ik hoorde dat de betekenis ‘verdrietig’ was, kwam er een beetje blauw in.” Het maakt taal leren intuïtief, zegt hij.

Tammet verdient zijn geld met online taalcursussen en met zijn boeken. Zijn derde boek wordt een roman. Over grote thema’s: God, waar hij in gelooft, twijfel, afwezige vaders en de betekenis van het bestaan. Hij heeft van fictie moeten leren houden, zegt hij. Hij las liever encyclopedieën en geschiedenisboeken. „Autobiografieën gaven me toegang tot fictie. Toen realiseerde ik me dat levens interessant zijn. Ook het mijne.”

En dan kan de verslaggever het toch niet laten. Eén sommetje? Gewoon om te horen of het allemaal waar is. Hij houdt er niet van als mensen dat aan hem vragen. „Het is een plezier om te rekenen, maar het is míjn plezier. Ik schrijf, ik lees literatuur, ik ga naar het museum. Sommetjes maken is niet wat ik doe met mijn leven.”

Maar vooruit. Op welke dag ben ik geboren? Ik geef de datum. Hij krijgt een kleur, denkt twee seconden. „Je geboortejaar is een schrikkeljaar.” En dan: „Zaterdag.”

Fotograaf en partner Jérôme Tabet heeft in foto’s Tammets ervaring van getallen proberen vast te leggen. Zijn foto’s zijn te vinden op fotosite Flickr.