Het nu-of-nooit-gevoel is verdwenen

Op een klimaatconferentie in Bonn is deze week opnieuw nauwelijks vooruitgang geboekt. Het bestaande verdrag loopt bijna af, dus begint de tijd te dringen.

Er is geen tijd te verliezen, vond Christiana Figueres, hoofd van het klimaatbureau van de Verenigde Naties, deze week tijdens een klimaatconferentie in Bonn. „Niets minder dan de toekomst van de mensheid staat op het spel”, zei Figueres. „Time is not on our side.”

Een jaar geleden, in de aanloop naar de grote klimaattop in Kopenhagen, gebruikte Figueres’ voorganger Yvo de Boer bijna dezelfde woorden. Maar ze hebben ook toen niet geholpen. In tegendeel, het gevoel van ‘nu-of-nooit’ dat vorig jaar nog wel bestond, is na Kopenhagen verdwenen. Als er al beweging zit in de onderhandelingen, dan is dat een beweging in de verkeerde richting:

De Amerikaanse Senaat heeft het debat over een klimaatwet voorlopig opgeschort. De kans dat president Barack Obama na de verkiezingen in november alsnog een klimaatwet door het Congres weet te loodsen is klein.

China heeft in de afgelopen jaren met succes de uitstoot van broeikasgassen per eenheid van economische ontwikkeling fors teruggedrongen. Maar sinds kort stijgt die weer, omdat het land de economische crisis bestrijdt met flinke investeringen in de infrastructuur.

Australië ratificeerde onder de voortvarende premier Kevin Rudd een paar jaar geleden alsnog het Kyoto-protocol. Maar Rudd moest tussentijds plaatsmaken voor een partijgenoot. Die heeft de invoering van emissiehandel uitgesteld en wil via burgerfora alternatieven bedenken om klimaatverandering te bestrijden.

Europese landen schrappen onder druk van de recessie steeds vaker subsidies op duurzame energie.

Rijke landen treuzelen met de financiering van klimaatbeleid in arme landen. Veel landen lijken hun belofte te willen nakomen met geld dat toch al was gereserveerd voor ontwikkelingshulp. „Door een euro zowel op te voeren bij de bescherming van biodiversiteit, als bij ontwikkelingshulp en bij het klimaatfonds, verandert hij niet ineens in drie”, zei Antje von Broock van de Duitse milieuorganisatie BUND toen bleek dat de 140 miljoen euro die Duitsland in Kopenhagen heeft toegezegd in de begroting niet is terug te vinden.

Het gevolg is dat het wantrouwen tussen de partijen alleen maar toeneemt. Vooral tussen arme en rijke landen. Als het geld er niet snel komt, maande Figueres deze week, zullen ontwikkelingslanden dat zien als een teken dat de geïndustrialiseerde landen klimaatonderhandelingen niet serieus nemen. Daarom moeten rijke landen straks in Mexico (waar eind dit jaar een vervolgconferentie plaatsvindt) ondubbelzinnig aantonen dat ze dit jaar aan hun verplichtingen hebben voldaan, vindt Figueres. „En vervolgens moeten ze duidelijk maken hoe ze dat de komende twee jaar gaan doen.”

Hoewel alle partijen bijdragen aan het stagneren van de onderhandelingen, krijgen vooral de Verenigde Staten de schuld. De Amerikaanse klimaatgezant Todd Stern houdt vol dat de VS de beloftes van Kopenhagen zullen nakomen – met of zonder klimaatwet in de Senaat. Maar anderen betwijfelen dat. „Wat is er toch met de VS, dat ze er al twintig jaar niet in slagen een klimaatwet te maken”, vroeg de Franse klimaatonderhandelaar Brice Lalonde zich in Bonn hardop af. Om te voorkomen dat „het hele multilaterale systeem” instort, wil Pa Ousman Jarju, onderhandelaar uit Gambia, het liefst zonder de Verenigde Staten verdergaan.

Maar de vraag is hoe? Wat moet er gebeuren als de conferentie in Mexico mislukt en als ook een jaar later in Zuid-Afrika nog geen akkoord wordt bereikt? De tijd dringt, want in 2012 loopt het enige internationale klimaatverdrag, het Kyoto-protocol, af.

Daarom kwam het VN-klimaatbureau twee weken geleden met voorstellen voor een ‘plan B’. Maar al voor het werd besproken, stuitte dat op zware kritiek.

Misschien, opperde het klimaatbureau, moeten we wat losser omgaan met consensus. Nu moeten alle partijen het eens zijn voor er een akkoord gesloten kan worden. Kiribati en Saint Kitts and Nevis hebben een even grote stem als de VS en China. Dat belemmert de voortgang, is de redenering.

Maar het consensusmodel is het enige wapen dat ontwikkelingslanden hebben in de onderhandelingen. Ze hebben verder weinig te bieden. Ze zijn, volgens alle wetenschappelijke scenario’s, vooral slachtoffers van klimaatverandering, geen daders. Dus een akkoord dat in hun ogen onvoldoende rekening houdt met de gevolgen van een veranderend klimaat, willen zij op zijn minst kunnen blokkeren.

Iets minder omstreden lijkt de mogelijkheid om ‘Kyoto’ met een of twee jaar te verlengen, eventueel met voorlopige extra reductiedoelstellingen, zonder meteen ook te sleutelen aan alle onvolkomenheden in het verdrag. Maar de VS hebben het Kyoto-protocol nooit geratificeerd en zijn ook niet van plan dat te doen. Daardoor zou een van de belangrijkste klimaatvervuilers vrijuit gaan.

En het Kyoto-protocol gewoon laten verlopen en intussen verder onderhandelen over een nieuw akkoord? Niet alleen houden ontwikkelingslanden (inclusief China en India) angstvallig vast aan het protocol, waarin de lasten van het klimaatbeleid eenzijdig worden gelegd bij de rijke landen als veroorzakers van het probleem. Maar zonder klimaatverdrag ook geen reductiedoelstellingen. En zonder doelstellingen geen emissiehandel. En zonder emissiehandel eigenlijk geen klimaatbeleid meer. Zelfs het weinige dat er tot nu toe is bereikt, zou dan verloren gaan.

Een voorstel voor ‘een omkering’ van het huidige klimaatbeleid op nrc.nl/klimaat