Grote Russische dromen over olie-imperium

Na twintig jaar als topman van Lukoil heeft Vagit Alekperov nog steeds grote dromen. Zoals het opkopen van Exxon. Of één merk tankstations van Vladivostok tot Vlissingen.

Vagit Alekperov mocht bijna twintig jaar geleden, vlak na de val van het Sovjetrijk, al graag een beetje stoutmoedig zijn. Hij zou de grootste worden, de wereld zou aan zijn voeten liggen, zei hij uitdagend. Terwijl de meeste voormalige staatsbedrijven uit de Sovjettijd nog worstelden met de omwenteling, of op sterven na dood waren, zou zijn oliemaatschappij Lukoil zich in een mum van tijd omvormen tot een hypermodern concern. Een multinational naar westers voorbeeld, die zich kon meten met de giganten van het mondiale olietoneel – en ze zou verslaan.

Roemrucht was zijn voorspelling, begin jaren negentig op de New York Stock Exchange, dat Lukoil in vijftien jaar tijd Exxon Mobil zou opkopen. Exxon was op dat moment het grootste oliebedrijf ter wereld. Haast even roemrucht was zijn toenmalige compagnon, die hem vlak daarna prees om zijn „bescheidenheid”. Want Lukoil zou Exxon écht al binnen tien jaar opkopen.

Nu, bijna twee decennia later (hij is nog altijd directeur), is Alekperov misschien iets grijzer en geraffineerder, maar zijn bravoure is niet minder. Zijn ambities en gedrevenheid evenmin. Nog altijd droomt hij ervan Exxon Mobil te verslaan, of zelfs over te nemen. Want het is hem nog niet gelukt. Nóg niet. Internationale expansie vindt hij niet meer dan „logisch”, vertelt hij tijdens een vraaggesprek in Brussel aan een tafeltje in de gangen van het Europees Parlement. Zijn grand vision is dat mensen helemaal met de auto van Vladivostok, in het verre oosten van Rusland, naar Rotterdam kunnen rijden. Op zijn benzine, gekocht bij zijn tankstations. Een keten van roodwitte Lukoil-vestigingen van Europa tot in Azië.

Bij woorden liet Alekperov het de afgelopen jaren niet. Hij haalde al in de jaren 90 een leger westerse accountants, bankiers, pr-adviseurs en consultants in huis voor de grote sprong voorwaarts. Hij sloeg zijn vleugels uit in Rusland én daarbuiten. Lukoil was het eerste Russische oliebedrijf dat nauw ging samenwerken met een Amerikaans concern, Atlantic Richfield. Hij kocht Getty Oil, en daarmee een trits tankstations in de Verenigde Staten. Een spraakmakende overname: de na de val van de Sovjet-Unie gebroken Russen waren terug op het wereldtoneel. En ze sloegen hun slag bij de oude vijand. Volgens Lukoil zelf komt er elke drie weken een tankstation bij.

Na de jaren negentig ging de expansie onverminderd voort. In 2008 sloot Lukoil een deal met ERG, het grootste energiebedrijf van Italië. Daarmee kreeg het voor het eerst een raffinaderij in West-Europa. Ook in België heeft Alekperov tegenwoordig een paar honderd benzinestations. En in Nederland kocht hij vorig jaar een belang in een raffinaderij in Vlissingen. Binnenkort wil hij daar tankstations kopen. Niet alleen omdat hij de Nederlandse markt interessant vindt. Maar vooral omdat Nederland een „gateway naar Europa” is. Daarom was hij recentelijk ook in Brussel, om te lobbyen bij het Europees Parlement voor een ‘gelijk speelveld’ („onze visie toelichten”, noemt hij dat). Als Lukoil Europa gaat veroveren, moet er wel eerlijke concurrentie zijn.

Lukoil is nu een van de machtigste olieconcerns ter wereld. In Rusland is Lukoil qua productie de onbetwiste nummer twee, na Rosneft, het oliebroertje van staatsgasreus Gazprom. „Gemeten naar reserves zijn wij de op één na grootste private producent met een beursnotering ter wereld”, stelt een tevreden Alekperov vast, met zijn armen over elkaar en ongestoord door het lawaai van een schoonmaker die met zijn elektrische wagentje twee meter verderop een marmeren zuil staat te boenen. Achter Exxon dus nog wel. Maar als het aan hem ligt gaat hij die snel voorbij. De crisis is geen probleem. Die ziet hij eerder als een kans. „We hebben gebruikt gemaakt van de mogelijkheden die de crisis ons bood.” Hij bedoelt: raffinaderijen en tankstations opgekocht tegen lage prijzen.

Maar achter al die rooskleurige schetsen schuilt een andere werkelijkheid. Het gaat niet goed met Lukoil. Eind vorig jaar moest het bedrijf noodgedwongen zijn groeiambities voor het komende decennium dramatisch bijstellen. Leonid Fedun, vicepresident en vertrouweling van Alekperov, maakte tijdens de presentatie van de strategie voor 2010-2019 op 8 december duidelijk dat er fors moest worden gesneden in de uitgaven om de winstgevendheid op te krikken. Totdat de „revolutionaire veranderingen” in de markt voorbij waren, aldus Fedun volgens de Business Monitor Online. Hij doelde daarmee niet alleen op de crisis, die de vraag in Lukoils afzetmarkten had doen instorten. Maar ook op de nieuwe dynamiek in de energiemarkten: de opkomst van alternatieven voor gas en de opmars van duurzame energie, die beide een bedreiging vormen voor Lukoil (Lukoil is ook actief in gas).

Fedun zei destijd met name dat de komende jaren veel minder geproduceerd zou worden dan eerder was voorspeld. Maar de vraag rees ook of Lukoil zijn internationale expansieplannen nog wel kon voltooien, kon veroorloven. Of er nog wel geld was. Alekperov zegt daarover dat Lukoil de afgelopen maanden fors is „afgeslankt” om geld vrij te maken. „Er zijn mensen ontslagen, activiteiten afgestoten die te ver van het bedrijf stonden. We hebben nu een gebalanceerd budget voor de komende drie jaar met investeringen van 7 tot 7,5 procent per jaar”, zegt hij. „Dat stelt ons in staat om op een duurzame wijze te blijven opereren.” Maar de twijfels blijven.

Een ander probleem is dat Lukoil afhankelijk is van buitenlandse (westerse) investeerders en partners. Niet alleen vanwege het geld, maar vooral vanwege de technologie. De Russen zelf lopen wat dat betreft ver achter, iets waar Alekperov overigens ruiterlijk voor uitkomt. Maar westerse bedrijven zijn er steeds minder happig op om zaken te doen met Russische bedrijven. Niet alleen omdat ze vaak zelf financiële problemen hebben maar ook vanwege het slechte investeringsklimaat in Rusland. Shell en BP hebben beide ervaringen met autoriteiten die op agressieve wijze een deel van de inkomsten opeisen. Om van corruptie nog maar te zwijgen. In de VS voert zakenman William Browder van Hermitage Capital een felle campagne om Amerikaanse bedrijven te waarschuwen geen zaken te doen in Rusland. Hermitage was ooit de grootste buitenlandse investeringsmaatschappij in Rusland. Totdat de autoriteiten genoeg hadden van het geklaag van Browder over corruptie en hem in 2005 het land uitzetten.

Opvallend was dat het Amerikaanse Conoco Philips, dat een belang had van 20 procent in Lukoil, in maart bekendmaakte dat het de helft daarvan ging afstoten. Lukoil ontkende destijds dat dat iets te maken had met het investeringsklimaat. Maar James Mulva, de topman van Conoco, lichtte de verkoop toe door te zeggen dat „een aantal kansen zich toch niet zo snel had gerealiseerd als we hadden verwacht”. Onlangs maakte Conoco bekend zijn volledige belang in de verkoop te zetten.

Alekperov erkent dat er nogal wat schort aan de wet- en regelgeving die voor bescherming van investeerders zou moeten zorgen. „Het is verre van ideaal.” Ook hij hekelt de corruptie. „Daar hebben wij ook last van.” Maar hij heeft er vertrouwen in dat de Russische leiders, premier Poetin en president Medvedev, daar verandering in gaan brengen. Ook al twijfelen Kremlin-kenners ten zeerste of de Russische regering zijn hervormingsbeloftes ooit zal waarmaken. „Als onze leiders de problemen aankaarten, dan zullen ze verdwijnen”, zegt Alekperov resoluut. „Mijn land doet zijn best om beter te worden.”

Ook de overnames in het buitenland verlopen niet altijd soepel. In 2008 probeerde Lukoil een belang te verwerven in het Spaanse Repsol. Maar Madrid verzette zich daar heftig tegen. Te veel Russische invloed. Dat kon zomaar niet. Dezelfde geluiden hoor je ook steeds vaker in andere Europese hoofdsteden, vooral bij de EU in Brussel. Daar weten ze maar al te goed wat te veel afhankelijkheid van Russische energie betekent. De recente gasruzies tussen Rusland en Oekraïne, die tot leveringsproblemen in Europa leidden, staan bij velen nog vers in het geheugen.

Alekperov is daarover kort. „Ik heb nooit iets gemerkt van vrees voor mij of voor Lukoil. Wel voor Gazprom. Maar oliebedrijven, dat is toch iets anders.” Olie kan van verschillende leveranciers worden gekocht, in tegenstelling tot het vaak aan vaste pijpleidingen gebonden gas, hoewel ook dat begint te veranderen. Alekperov: „Lang geleden was ik de jongste onderminister van Energie van de Sovjet-Unie. We zijn de Koude Oorlog doorgekomen zonder onderbreking van de leveranties. U moet weten dat het Russische staatsbudget voor een groot deel bestaat uit olie-inkomsten.” Hij wil maar zeggen: Rusland kan ook niet zonder Europa. Is afhankelijk van de inkomsten. Geen reden tot zorgen dus.

De droom van de stoutmoedige Azerbajzjaanse oliemagnaat om Exxon voorbij te streven of in te lijven, lijkt dus nog even weg. Maar dat deert hem voorlopig niet.

Achter hem is inmiddels een zware man komen te staan in een iets te nauw sluitend pak. Nors tikt hij met zijn vingers op zijn horloge, de journalist ondertussen streng aankijkend. Een kwartier voordat de beloofde interviewtijd erop zit, moet Alekperov alweer naar een volgende afspraak. Er zijn nog mensen warm te maken voor zijn grote plan. „Wij zijn een betrouwbare partner”, verzekert hij nog snel, voor hij weer verdwenen is.