Geld is op in het Europese voetbal

Het wordt een zwaar jaar voor het betaald voetbal in Nederland, dat gisteren aan een nieuw seizoen begon. Europese topclubs hebben geen geld en kopen dus weinig spelers.

De tijden dat Nederlandse voetballers als Wesley Sneijder en Klaas Jan Huntelaar voor 27 miljoen euro door Ajax aan Real Madrid werden verkocht, behoren voorlopig tot het verleden. Er is domweg geen geld meer. De eredivisie begint dit weekend weer, maar de transfermarkt zit nog op slot, zoals dat in het makelaarsjargon heet. En stevig ook.

De financiële situatie van het Europese topvoetbal is net als die in Nederland zorgelijk. Een groot aantal competities balanceert op de rand van het faillissement. Deze week concludeerde het internationale marketingbureau A.T. Kearney dat de drie grote competities in Europa – die van Engeland, Spanje en Italië – gezien de huidige rode cijfers in het bedrijfsleven binnen twee jaar bankroet zouden zijn. Het rendement op geïnvesteerd kapitaal werd daarbij als belangrijkste meetinstrument gebruikt.

Het bureau onderzocht behalve de Leagues van de drie toplanden ook de hoogste afdelingen van Duitsland en Frankrijk. Ten aanzien van de uitgaven en inkomsten uit transfers in het afgelopen seizoen kwam A.T. Kearney tot onthutsende cijfers. De vijf landen produceerden samen een negatief saldo van 566 miljoen euro aan verliezen op transfers. Spanje, met big spender Real Madrid, is koploper met 257 miljoen in de min. De verwachting is dat de Premier League over drie jaar een miljard aan transfergelden meer uitgeeft dan er binnenkomt als de clubs daar in hetzelfde tempo met geld blijven smijten. Niet vreemd dat Chelsea in 2009 een verlies leed van 49 miljoen euro. In Spanje is de situatie niet beter. Daar torst FC Barcelona een schuld van 433 miljoen met zich mee.

Als om die reden aan de Europese top de hand op de knip gaat, merken ook de Nederlandse clubs dat meteen. „Wanneer het boven niet regent, blijft het ook in de lagere regionen droog”, stelt Jeroen Slop, financieel directeur van Ajax. „Dat werkt door naar de rest van het Nederlandse betaald voetbal.” Zijn club werd gedwongen voor Marko Pantelic een vervanger aan te trekken in de persoon van Mounir El Hamdaoui (AZ), voor wie een afkoopsom van 5 miljoen euro moest worden betaald, maar er staan voorlopig geen transferinkomsten tegenover.

Vervolg Transfermarkt: pagina 11

‘Spelers hebben weinig realiteitszin’

Ajax wil gezien het verlies van 21 miljoen euro in het afgelopen seizoen graag spelers verkopen. Theoretisch kan dat nog tot 31 augustus, als de transferperiode sluit. „Maar de belangstelling voor onze voetballers is tot nog toe nihil”, zegt Slop. Zonder mutaties krijgen trainers wel de gelegenheid langer aan een ingespeeld elftal te bouwen. Ajax herbergt met Luis Suarez, Gregory van der Wiel en doelman Maarten Stekelenburg veel kwaliteit. „Sportief gezien is deze ontwikkeling misschien gunstig”, stelt Slop. „Maar Ajax is een opleidingsclub. Wij proberen spelers klaar te stomen voor het hoogste podium. De inkomsten die we daaruit krijgen, vormen een van onze levensaders. Als die wegvallen, hebben we een groot probleem. Zeker als je ook de revenuen van de Champions League mist [voor het nieuwe seizoen kan Ajax zich nog plaatsen voor de groepsfase, red.]. Dit zou de derde transferperiode worden waarin we nauwelijks spelers verkopen. Het is echt dramatisch aan het worden.”

Zoekend naar oorzaken voor de malaise komt spelersmakelaar Rob Jansen van Sport-Promotion tot de conclusie dat de wal het schip keert. De vicevoorzitter van belangenvereniging Pro Agent en president van de Europese evenknie EFAA constateert dat de schuldigen voor een groot deel bij de clubs gezocht moeten worden. „Er is wanbeleid gevoerd”, meent hij. „Vooral aan de top hebben clubs boven hun stand geleefd zonder een vooruitziende blik. Toen de inkomsten aan tv-gelden en sponsoring terugliepen, de economische recessie toesloeg, bleven de kosten hetzelfde. Er is door de beleidsmakers gehandeld uit opportunisme en emotie. Er zijn krankzinnige transferbedragen betaald en veel te hoge salarissen. Niet alleen voor de beste spelers, maar ook voor de nummer vijftien van een selectie. Daar zijn de Nederlandse clubs in meegegaan. Al valt dat in vergelijking met de rest van Europa nog wel mee.”

Opmerkelijke uitspraken van een spelersbegeleider die juist voor voetballers de gunstigste arbeidsvoorwaarden moet zien te regelen. Slop schaart de makelaars dan ook onder de veroorzakers van de crisis. „Ik heb onlangs tegen een vertegenwoordiging van agenten gezegd: jullie hebben het al die jaren geweldig gedaan. Jullie hebben de spelerssalarissen opgedreven en clubs tegen elkaar uitgespeeld. Nu wordt het tijd voor realisme.” In onderhandelingen met Urby Emanuelson en El Hamdaoui kon Slop niet merken dat spelers en hun zaakwaarnemers begrip hebben voor de gewijzigde situatie. „Zij waren gespeend van realiteitszin. Er werden buitenlandse salarissen geëist.”

Jansen ontdekt wel realisme onder clubbestuurders op het gebied van transferssommen als er spelers aangetrokken moeten worden. „Maar als er voetballers in de verkoop gaan, hebben ze nog niets geleerd en worden de oude bedragen weer gevraagd.” Hij noemt de 20 miljoen euro waarvoor Ajax verdediger Van der Wiel aan Bayern München wilde verkopen. De deal ging niet door omdat de Duitse kampioen de verhuurde Edson Braafheid terugkreeg van Celtic. „Met die transfer dacht Ajax zijn hele tekort te compenseren”, aldus Jansen. „Het oude denken.” Slop bestrijdt dit. „Hier was het transferbedrag juist niet de reden van het afketsen. De afkoopsom zat inderdaad in de buurt van de 20 miljoen. Wij hebben ons daarover in de onderhandelingen heel realistisch opgesteld.”

Volgens Jansen, die ontkent dat zijn speler Ibrahim Afellay in de belangstelling staat van Arsenal, gaat er de komende jaren een regulering optreden. „De bedragen gaan vanzelf omlaag. De markt zal zichzelf schoonmaken. Het nieuwe Europese licentiesysteem heeft een aanloopperiode van drie, vier jaar nodig. Clubs als Real Madrid en FC Barcelona kunnen niet in een klap een schuld van 400 miljoen euro kwijtraken. Dat kan elke boekhouder bedenken.”