Geen betutteling bij nieuwe ivf-richtlijn

?Betutteling? en ?normatieve bemoeizucht?, schreef NRC Handelsblad (Commentaar, 29 juli) over het nieuwe protocol van de landelijke vereniging van gynaecologen (NVOG) over morele twijfels bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Ook Lesnik en Schliesser stelden dat het niet aan deze ?zelfbenoemde elite? is om hierover te besluiten (Opiniepagina, 26 juli) .

Beide reacties zijn op het eerste oog begrijpelijk. Mensen moeten in principe zelf bepalen of ze kinderen willen, ook bij ivf. Maar artsen hebben hier een dubbele verantwoordelijkheid, voor zowel ouder als kind. Dat is geen bemoeizucht, maar komt door hun actieve rol bij de vervulling van de kinderwens. Heel soms kan dit leiden tot grote morele twijfels.

Het gaat dan over ernstige gevallen, zoals een paar waarbij eerder kinderen uit huis zijn geplaatst wegens kindermishandeling. Of het verzoek na een mislukte zelfmoordpoging in de hoop dat met een kind alles goed komt. Artsen moeten dan besluiten of ze wel of niet moeten behandelen. Dat is uitermate lastig.

Daarom is het goed dat de NVOG dit protocol schreef. Het maakt transparant hoe artsen hierover besluiten. De autonomie van de aanvrager staat centraal.

Nee zeggen mag alleen als er een groot risico is op ernstige schade bij het kind. Een arts mag niet in z?n eentje aan deze noodrem trekken, maar pas na een advies van deskundigen. Ieder geval moet daarbij op zichzelf worden beoordeeld, en niet als groep.

Dus geen betutteling of normatieve bemoeizucht van een zelfbenoemde elite, maar een zorgvuldig protocol van een verantwoordelijke beroepsgroep, die hierover helder wil communiceren.

Prof. dr Jan Kremer

Gynaecoloog UMC St Radboud en woordvoerder NVOG