Er zijn veel meer Talibaan gedood dan er waren

Er zouden zo’n 350 Talibaan in Uruzgan zijn, schatte de MIVD in 2006. Maar uit documenten van WikiLeaks blijkt dat er een veelvoud is gedood.

Op 10 december 2007 zien Nederlandse militairen 15 Talibaan in een greppeltje zitten nabij Deh Rawood. Ze besluiten niet direct in gevecht te gaan, maar te vuren van een afstand. De Talibaan worden bestookt met mortieren en houwitsers. Maar zijn ze dood daarna? Of alleen zwaargewond? Het gevechtsverslag op de klokkenluidersite WikiLeaks meldt alleen: „Er is verder geen beweging waargenomen.”

De kans is groot dat de strijders allen zijn omgekomen. Maar zeker is dat niet: uit de gevechtsrapportages blijkt dat Nederlandse militairen in vier jaar missie in Uruzgan hevig vochten, maar er niet altijd op uit gingen om te onderzoeken of er ook slachtoffers vallen. Amerikaanse militairen doen dat – als ze er toe in staat zijn – wel.

Dode Talibaan tellen zegt niets over de voortgang van de missie, is vier jaar lang het standpunt geweest van Defensie. De strategie was er immers op gericht om de Talibaan buiten de provincie te houden, niet om ze een voor een te doden.

Maar na grondige bestudering van de gelekte documenten blijkt dat slachtoffers tellen wél iets zegt over de slagkracht van de Talibaan. Geconcludeerd kan worden dat die aan de vooravond van de missie is onderschat. In 2006 schatte de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) de omvang van het contingent vijandelijke strijders op dat moment op 350. Ze zouden in groepjes van tien à twintig rondtrekken, rond één commandant.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat er in Uruzgan de afgelopen vier jaar veel meer Talibaan zijn gesneuveld dan hun eerder geschatte omvang in 2006: minstens 1.000 Talibaanstrijders zijn gedood.

Dit getal is berekend door de 77.000 in de openbaarheid gebrachte stukken te filteren op acties die in Uruzgan plaatsvonden en waaraan Nederlandse, Afghaanse, Amerikaanse en Australische militairen deelnamen (The New York Times, Der Spiegel en The Guardian mochten 92.000 documenten inzien). De raming is aan de lage kant, omdat de WikiLeaks-documenten de periode tot 2009 beslaan. Ook zijn lang niet alle slachtoffers geregistreerd, en is het maar de vraag of de gevechtsverslagen alle incidenten beslaan.

Uit de stukken blijkt vooralsnog dat Defensie geen grote incidenten heeft verzwegen. Bij één gevecht in maart 2007 bij Chenartu in Uruzgan heeft het ministerie niet gemeld dat bij een actie zeven burgerdoden waren gevallen, terwijl uit de stukken valt op te maken dat dit destijds wel bekend was. Bij openbaarmaking van de ‘WikiLeaks-stukken’, twee weken geleden, stelde de Kamer vragen over deze kwestie. Defensie en Buitenlandse Zaken antwoordden gisteren: „De registratie van slachtoffers is in de Afghaanse praktijk omgeven met onzekerheden. Regelmatig kan niet worden vastgesteld of een slachtoffer een burger is of een vijandelijke strijder. Evenzo is veelal moeilijk na te gaan of een slachtoffer is gevallen ten gevolge van Nederlandse inzet.”

De ministeries concluderen dat er in hun ogen geen informatie is achtergehouden. „De regering is van mening dat deze documenten vooralsnog geen nieuw licht werpen op de situatie in Afghanistan en geen aanleiding vormen voor een onafhankelijk onderzoek.”

Zijn de WikiLeaks-documenten daarom van geen waarde? Dat zeker niet. Duidelijk is in elk geval dat er beduidend meer Talibaan gedood zijn dan de ruim 1.000 die geregistreerd zijn. De warlogs bieden een unieke kijk in de keuken van de Afghaanse operatie. Ze laten zien hoe de Talibaan te werk gaan. Opmerkelijk is bijvoorbeeld een verslag van een huiszoeking bij de Talibaan in Uruzgan door militairen op 14 juli 2006, twee weken voor het officiële begin van de Nederlandse missie. Er wordt maar liefst 900.000 dollar in Afghaans geld aangetroffen.

Het ‘Nederlandse aandeel’ in de stukken bevestigt vooral een bestaand beeld van een ongrijpbare vijand, gesteund vanuit Pakistan, en in het bezit van veel geld en wapens. Uit de gedetailleerde documenten komt het beeld naar voren van de Talibaan als het veelkoppige monster Hydra uit de Griekse mythologie: bij iedere kop die er af werd gehakt, kwamen er twee voor in de plaats.

Maar voor Nederlandse militairen is dit alles een stuk minder relevant: de operatie is vorige week beëindigd. Het gaat al lang niet meer over hoe de Talibaan te bestrijden, maar over hoe het materieel naar huis komt.

Met medewerking van Erik Bloem, Hans Buddingh’, Jos Smith, Pieter van Tongerloo en Gert-Jan Wondergem