Die dienstplichtigen deden het zo gek nog niet

In NRC Handelsblad van 31 juli werd de militair historicus Christ Klep geïnterviewd over de voorbije inzet van de Landmacht in Uruzgan. Hierbij maakt Klep een sneer over de Landmacht ten tijde van de dienstplicht: ?De beeldvorming van de krijgsmacht is zeker door Uruzgan verschoven van het stuntelige dienstplichtleger naar de professionele beroepsmilitair.?

Er was echter helemaal niets stunteligs aan het dienstplichtleger, dat internationaal voor niemand onderdeed. Dat leger was modern, hoogwaardig uitgerust en de dienstplichtig militairen waren op hun taak berekend. Dat werd erkend door de commissie-Meijer die in 1992 advies uitbracht over (handhaving van) de dienstplicht. Op pagina 41 van het rapport van de commissie staat letterlijk: ?Daarnaast verzekert de dienstplicht de krijgsmacht van het neusje van de zalm: de dienstplichtigen hebben een overwaarde aan opleiding waardoor dienstplichtigen ondanks een korte opleidingstijd uitstekende prestaties kunnen leveren.? De landmachttop wilde dan ook niet af van het dienstplichtleger. Dat het toch afgeschaft werd, was een politieke beslissing. De goedkope opmerking van Klep doet dan ook geen recht aan de ongeveer anderhalf miljoen dienstplichtige mannen die dienden tussen 1945 en 1996 en hun beroepscollega?s.

Frank Oosterboer

Voormalig dienstplichtig soldaat, Lelystad