De Assepoesters van Organon

De raad van commissarissen en de Ondernemingsraad van Organon nemen eensgezind stelling tegen de voorgenomen afslanking van het bedrijf. De Amerikaanse eigenaar, het farmaceutische concern MSD, heeft besloten de researchafdeling te sluiten, waar ruim tweeduizend banen mee gemoeid zijn.

De onderneming werd drie jaar geleden door AkzoNobel voor 11 miljard euro verkocht aan het Amerikaanse farmaceutische concern Schering-Plough, dat in 2009 op zijn beurt werd overgenomen door branchegenoot Merck. Het was een transactie die heel Schering waardeerde op 41 miljard dollar of, tegen de wisselkoers van toen, 28 miljard euro. Daarmee is duidelijk dat de eerder voor Organon betaalde 11 miljard beslist geen klein geld was. Sindsdien is de aandelenkoers van Merck, dat buiten de VS werkt onder de naam MSD, behoorlijk onder druk gekomen. Er moesten dus maatregelen genomen worden om Wall Street tevreden te stellen, en een van de slachtoffers werd Organon. Waarbij het natuurlijk een stille ironie is dat het bedrijf is voortgekomen uit een grote exportslachterij, waar afmaken en uitbenen dagelijks werk was. Wie het slagersmes hanteert, zal door het slagersmes omkomen.

Het zou me niet verbazen als er een soort grimmigheid schuilt in het besluit van Merck om Organon aan te pakken. Door de overname van Schering door Merck is Organon terechtgekomen in het huis van de spreekwoordelijke stiefmoeder. Merck heeft geen band met het bedrijf. Het is door ‘die idioten van Schering’ voor veel te veel geld gekocht, en nu moeten ‘wij van Merck’ maar zien er iets van te maken. Assepoester mag boenen en schrobben, maar zeker niet aan tafel mee-eten.

De reactie van Assepoester zelf is begrijpelijk, treurig en narrig. Vader AkzoNobel heeft haar eerder het huis uit gezet, weliswaar met veel handenwringen en mooie woorden, maar toch vooral met een blik op de portemonnee, en nu wordt ze als oud vuil behandeld. OR en raad van commissarissen zijn de eersten die zich op deze manier geschoffeerd voelen en weigeren mee te werken. Stiefmoeder Merck reageert volgens een klassiek draaiboek en antwoordt dat ze in dat geval naast de research ook de productie zal sluiten. Niet alleen water en brood, maar opsluiten in het kolenhok, dat zal het lelijke wicht leren!

Dit wordt een familiedrama zonder winnaars. Er schijnen nogal wat juridische handvatten te zijn om Merck in het ongelijk te stellen, maar uiteindelijk gaat dat niet helpen. Een onderneming floreert alleen bij liefde en betrokkenheid, zeker als het gaat om creatief en grensverleggend werk als onderzoek en ontwikkeling. Collegiaal overleg en het delen van informatie tussen vakgenoten aan beide zijden van de oceaan is onmogelijk geworden.

Vanuit Amerikaans perspectief kan er uit de handen van Assepoester sowieso niets goeds komen, en ze zullen er alles aan doen om dat te bewijzen ook. Intussen loopt Nederland het levensgrote risico dat het zich opnieuw, net als in de jaren van Den Uyl, te kijk zet als een soort Rusland, een ondernemingsvijandig land waar je als buitenlandse investeerder je geld niet zeker bent. Alle inspanning om nu twee- of vierduizend banen te redden, zou er dan wel eens toe kunnen leiden dat er tienduizenden banen niet bij komen doordat buitenlandse bedrijven weg blijven. Het lijdt geen twijfel dat deze casus veel internationale belangstelling gaat trekken. Het is te hopen dat het ministerie van Economische Zaken alle zeilen weet bij te zetten om duidelijk te maken dat het hier gaat om de onhandige aanpak van Merck, niet om het Nederlandse investeringsklimaat.

Maar hoe zit het intussen met die onderzoekers voor wie straks bij Organon geen plaats meer is? De parallel met Fokker dringt zich op, de vroegere Nederlandse vliegtuigbouwer waar de toenmalige eigenaar, het Duitse Daimler-Benz concern, in 1996 geen toekomst meer voor zag. De geldkraan ging dicht en het bedrijf failliet. Iedereen was het erover eens dat het een dramatisch verlies van hoogwaardige werkgelegenheid was en het einde van de luchtvaarttechnologie in Nederland.

Nu, veertien jaar later, worden er hier weliswaar geen vliegtuigrompen meer geassembleerd, maar de technologische kennis is gebleven. Sterker, er is een heel aantal zelfstandige bedrijven voortgekomen uit het sterfhuis van Fokker – bedrijven die nu niet vastzitten aan één armlastig moederbedrijf, maar in vrijheid hun kennis kunnen verkopen aan ieder die er iets aan heeft. Geen enkel bedrijf wil of kan in deze tijd van outsourcing en co-makership alle kennis en functies in huis hebben. Het spiegelbeeld hiervan is dat een specialist bij talloze bedrijven een ingang heeft. Veel ex-medewerkers van Fokker hebben daar gebruik van gemaakt en zo succesvolle, nieuwe ondernemingen opgebouwd. Wat de mensen van Fokker toen konden, kunnen de Assepoesters van Organon straks ook. Merck is groot, met zijn 27 miljard dollar omzet, maar er zijn nog negen farmaceutische bedrijven die groter zijn. Iemand met Organon-kennis is daar straks graag welkom voor een oriënterend gesprek. En niet alleen daar.

Bijna iedereen met enige levenservaring heeft wel eens meegemaakt dat de catastrofe van vandaag later een opening bleek te zijn naar een nieuwe, betere plek waar je anders niet gekomen was. Alleen mag je het, als je zelf hoog en droog zit, eigenlijk nooit zeggen tegen iemand die in een stroomversnelling spartelend probeert het hoofd boven water te houden. Maar toch: Organon heeft als onderzoekscentrum onder Merck geen toekomst. Liever dan te proberen het verleden te rekken, doen de mensen van Organon er goed aan het maximum uit het afscheid te halen, hun kennis zeker te stellen en daar een spannende toekomst van te maken. Onderzoeks- en ontwikkelingsmedewerkers zijn bijna per definitie grensverleggers, vertrouwd met onzekerheid, en meer gehecht aan het ‘is’ van de waarneembare feiten dan aan het ‘zou moeten’ van de schone theorie. Dat is een prima uitgangspunt om innovatieve bedrijven te bouwen die de wereld als hun markt zien.