Big Oil wordt Big Gas

De Amerikaanse oliemaatschappijen worden minder liquide - zij het niet in financiële zin. Nu aardgas zo ruim voorradig is, verandert Big Oil heel snel in Big Gas. De aandeelhouders zouden de gevolgen van deze verschuiving voor de toekomstige rendementen wel eens kunnen onderschatten, terwijl een onverwacht voordeel zou kunnen toevallen aan het olierijkste concern.

De Amerikaanse energiereuzen vinden het steeds moeilijker om hun olieproductie op te voeren. Exxon Mobil ligt op koers om dit jaar 5 procent minder olie op te pompen dan in 2005, aldus schattingen van Barclays Capital. In plaats daarvan is het concern voor zijn groei overgestapt op gas. Een groot project in Papoea Nieuw-Guinea en de overname van XTO versnellen deze overgang. Gas, dat in 2005 38 procent van de productie van Exxon vertegenwoordigde, zou volgend jaar 48 procent voor zijn rekening kunnen nemen.

Exxon is niet de enige. Concurrenten ConocoPhillips, en in mindere mate Chevron, bulken van het gas. Deze ontwikkeling lijkt onheilspellend. Olie biedt veel betere winstmarges en wordt - althans in de Verenigde Staten - voor bijna drie keer de prijs van gas verkocht, ook al levert het dezelfde hoeveelheid energie. De boorbedrijven zijn voor een deel het slachtoffer van hun eigen succes, met nieuwe technieken die de gasreserves met een derde opdrijven en de prijzen omlaag drukken. Ondertussen hebben de wetgevers een voorstel voor een kooldioxidebelasting verworpen. Dat had de vraag naar schoner brandend gas kunnen stimuleren.

Natuurlijk zijn de marktvooruitzichten niet overal zo somber. Langlopende contracten voor LNG (Liquefied Natural Gas) in Azië zijn doorgaans vastgeklonken aan de olieprijs en kunnen zo het dubbele van de Amerikaanse prijs opbrengen.

Maar zelfs deze veilige buitenlandse markten lijken op de langere termijn in gevaar. Dezelfde boorinnovaties, die hebben geleid tot dalende prijzen in Noord-Amerika, worden nu ijverig toegepast in Duitsland, Polen en China. Ondertussen wordt verwacht dat andere gasprojecten in Qatar en Australië hun productie in 2013 met 50 procent zullen verhogen.

Nu zelfs Chevron steeds meer gas gaat produceren, zou Occidental Petroleum - dat nog steeds 75 procent van zijn productie aan het zwarte goud ontleent - de laatste der mohikanen kunnen zijn die het etiket Big Oil verdient. Het concern is duurder dan zijn drie grootste concurrenten. Het wordt verhandeld op een niveau van veertien maal de verwachte winst over 2010, in vergelijking met een gemiddelde van ongeveer 9,5 maal de verwachte winst. Maar zijn aanzienlijk lagere kwetsbaarheid voor gas rechtvaardigt deze premie ten volle.

Christopher Swann

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com