Amerikaan kan niet om Nederlandse commissaris heen

Het Amerikaanse MSD wil banen schrappen bij Organon. Commissarissen en OR verzetten zich. Wat zijn hun kansen?

De Amerikanen bij MSD dachten dat het niet zo’n vaart zou lopen. Natuurlijk wisten ze dat hun nieuwste aanwinst Organon een Nederlandse rechtsvorm had, waarvoor andere regels gelden. En dat de raad van commissarissen daarbinnen een aparte status heeft, ook daarvan waren ze misschien op de hoogte. Maar dat dit clubje toezichthouders hun zorgvuldig geplande reorganisatie zou kunnen tegenhouden, dat wilde er niet in. Ze zitten niet in de raad van bestuur, zijn geen aandeelhouder, dus hoe groot kan hun invloed zijn?

Het is een typisch Angelsaksische gedachte: shareholders (aandeelhouders) gaan boven stakeholders (andere belanghebbenden). Een gedachte die spaak loopt als Amerikaanse bedrijven overnames doen in Nederland, waar het gebruikelijk is dat de raad van commissarissen erover waakt dat de aandeelhouders niet teveel invloed krijgen.

Begin deze week begon de krachtmeting. De raad van commissarissen keurde het besluit om bij farmabedrijf Organon 2.175 mensen te ontslaan officieel al af, nog voordat er formeel om een goedkeuring was gevraagd. Ook de ondernemingsraad voelde zich gepasseerd en daagt MSD volgende maand voor de Ondernemingskamer. De Amerikanen van MSD reageerden laconiek: in september en oktober zullen de ondernemingsraad en de raad van commissarissen formeel om toestemming gevraagd worden. Alles netjes zoals de wet het voorschrijft. De reorganisatie was namelijk slechts een vooraankondiging.

Slechte regie of tactiek? „Dat zie je wel vaker bij die multinationals”, zegt adviseur van de raad van commissarissen Peter Wakkie. „Op het hoofdkantoor wordt bepaald wat er moet gebeuren, zonder al te veel rekening te houden met nationale regels. Dan wordt zo’n aankondiging vast gedaan en mogen de lokale bestuurders het verder zelf uitzoeken. Maar je kunt als multinational natuurlijk niet wereldwijd regels opzij zetten.”

In dit geval gelden de regels van het zogenoemde structuurregime. Omdat Organon BioSciences Nederland B.V. een structuurvennootschap is, zijn bepaalde bevoegdheden die normaal gesproken bij de aandeelhouders liggen, verschoven naar de raad van commissarissen. Bij Organon is weliswaar sprake van een ‘verzwakt’ structuurregime, maar dat wil alleen zeggen dat de raad van commissarissen het bestuur niet naar huis kan sturen. De andere bevoegdheden blijven intact. Zo moet de raad van commissarissen cruciale besluiten van het bestuur goedkeuren voordat die kunnen worden uitgevoerd. Tot die categorie besluiten behoort volgens de statuten van Organon de „beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers”.

Het is volgens Wakkie niet alleen een bevoegdheid, maar zelfs de plicht van de raad van commissarissen om te oordelen over dit soort besluiten. „De commissarissen moeten zorgen voor het evenwicht tussen kapitaal en arbeid. Als ze niet opkomen voor de belangen van hun eigen vennootschap en die van de eigen werknemers kunnen ze achteraf bovendien nog aansprakelijk worden gesteld.”

Ook Jaap Winter, hoogleraar internationaal ondernemingsrecht en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek, vindt dat MSD niet om de raad van commissarissen heen kan. „Vergeleken met andere landen hebben commissarissen in Nederland een vergaande bevoegdheid om besluitvorming tegen te houden”, legt hij uit. „Als het concern de reorganisatie toch doorzet, is de weg vrij voor juridische acties.” Niet alleen de ondernemingsraad, maar ook de vakbonden kunnen dan via de Ondernemingskamer een ‘onmiddellijke voorziening’ afdwingen, waarmee de uitvoering van het besluit in ieder geval voor de duur van het proces wordt tegengehouden.

Dat MSD de reorganisatie al heeft aangekondigd werkt bovendien niet in zijn voordeel, denkt Winter. „Het lijkt erop dat de materiële beslissing al in het buitenland is genomen en dat het hier alleen nog moet worden uitgevoerd zonder dat iemand daar invloed op heeft. Daar houdt de Ondernemingskamer niet van.” MSD zegt zelf dat nog niet begonnen is met de uitvoering van de sanering en dat de definitieve plannen nog worden gepresenteerd.

Een ander scenario is dat de aandeelhouders, in dit geval MSD, het vertrouwen in de raad van commissarissen opzeggen. Het is alleen de vraag of ze daarmee geholpen zijn. „Het is niet een kwestie van de commissarissen ontslaan en meteen nieuwe benoemen, zoals bij een gewone vennootschap”, zegt Winter. „De uitkomst is onzeker. Het zijn veel stappen, waarbij de aandeelhouder niet de volledige controle heeft.”

Bij een structuurvennootschap loopt de benoeming van nieuwe commissarissen namelijk via de Ondernemingskamer. Bovendien moet ook hier weer de ondernemingsraad van het voornemen op de hoogte worden gebracht en kan zij binnen dertig dagen het voorstel aanvechten. Iets wat zij gezien de huidige verhoudingen zeker zal doen.

Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat MSD helemaal bakzeil haalt. „Ze kunnen waarschijnlijk niet alles tegenhouden”, taxeert Winter de kansen van de commissarissen. „Maar ze kunnen wel invloed uitoefenen op het proces. Daardoor kan het heel anders lopen.”

Hoogleraar ondernemingsrecht en corporate governance Steven Schuit noemt de afwijzing van de raad van commissarissen hoe dan ook tactisch goed. „Hierdoor ontstaat een confrontatie die maakt dat MSD zich opnieuw moet beraden over het initiële standpunt en het risico al dan niet in een juridisch moeras te belanden dat veel tijd en geld kost.”