Altruïst stelt té hoge norm, moet dus weg

Eenzame student Lonely student with people in the backgound Image Source

Mensen hebben liever geen egoïst in hun midden, maar een zeer altruïstische persoon verstoten ze al even graag uit hun groep. Weliswaar zouden ze van zo iemand kunnen profiteren, maar dat weegt niet op tegen het vervelende gevoel dat hij of zij geeft. De meeste mensen voelen zichzelf in vergelijking met een altruïst een slecht mens of zijn bang dat die een verkeerde norm zal stellen: straks moet iederéén heel veel aan het nut van het algemeen bijdragen en maar heel weinig terugvragen. Dan kun je zo iemand maar beter meteen uit de groep gooien (Journal of Personality and Social Psychology, augustus).

De Amerikaanse psychologen Craig Parks en Asako Stone ontdekten dit verschijnsel bij toeval, toen ze onderzochten hoe mensen omgaan met egoïstische types in een groep, de ‘rotte appels’ die anderen kunnen aansteken met hun slechte gedrag. In eerder onderzoek waren ze gedefinieerd als mensen die veel te weinig bijdroegen aan het groepsbelang. Parks en Stone vonden dat geen goede definitie: het leek hun helemaal niet erg als iemand weinig bijdraagt aan het groepsbelang, zo lang diegene ook maar weinig wil profiteren van de opbrengsten van de groep. Dat wilden ze onderzoeken: iemand die weinig geeft en veel neemt is een egoïst, maar iemand die weinig geeft én weinig neemt, dat moet mensen toch niet zoveel kunnen schelen.

Parks en Stone lieten hun proefpersonen (studenten) denken dat ze deel uitmaakten van een groep van vijf mensen, die allemaal spelpunten kregen die ze konden inzetten om voor de groep bonnen voor gratis eten op de universiteitscampus te verkrijgen. In werkelijkheid was het gedrag van de vier anderen voorgeprogrammeerd op de computer. Drie van hen zetten gematigd in en namen gematigd bonnen uit de pot, maar de vierde zette extreem in (ofwel veel, ofwel weinig) in en pakte ook extreem veel of juist weinig bonnen. Van die vierde persoon bestonden dus vier varianten; elke proefpersoon trof er één.

Nadat de proefpersonen te horen hadden gekregen wat ieder van de ‘anderen’ gegeven en genomen had, werd hun gevraagd hoe graag ze ieder van de vier anderen in een volgende ronde uit de groep wilden zetten. Toen bleek dat de altruïsten even impopulair waren als de egoïsten.

Het kwam niet doordat altruïsten als dom of onvoorspelbaar gezien werden. Daar hebben mensen ook wel een hekel aan, maar uit vervolgonderzoek bleek dat ze domme en onvoorspelbare mensen niet liever uit de groep wilden zetten dan slimme en zich voorspelbaar gedragende mensen. De altruïst moet weg, zeiden de proefpersonen zelf, omdat ze zijn motieven wantrouwen en zich in vergelijking ‘slecht’ voelen.