Zomertheater met harde, maatschappelijke lading

Rosé of niet-rosé, that’s the question. Voor de Nederlandse zomertheaterfestivals luidt het antwoord: rosé.

De zomer is halverwege. Oerol, Karavaan en Over het IJ zijn voorbij. De Parade staat in Amsterdam. Vandaag opent Theaterfestival Boulevard in Den Bosch en eind augustus is het Zeeland Nazomer Festival het slot.

Pas stond de Parade in Utrecht. Zwoele zomeravond. Prachtige locatie. Toeschouwers kijken naar de toneelvoorstellingen met een glas, of zelfs een fles, rosé in de hand. Artistiek directeur Nicole van Vessum schreef in het programmablad: „Je gaat het terrein op en achter de hekken ben je veilig. In een vrijstaat waarin alle ingrediënten van de wereld te vinden zijn: inspiratie, verleiding, een zomerliefde, ontmoetingen, ruzie.” Een lonkende zin, vooral vanwege ‘verleiding’ en ‘zomerliefde’. Maar ‘vrijstaat’ betekent hier: ver weg van maatschappelijke problemen, terwijl die toch ook bij de ingrediënten van de wereld horen.

De Nederlandse zomerfestivals bieden nadrukkelijk ‘theater light’. Ook Theaterfestival Boulevard profileert zich als een ‘ontmoetingsfestival’, getuige de Visietekst van 2010: het is „hét zomertheaterfestival van het zuiden, dé ontmoetingsplek voor een groot en kleurrijk publiek”. Dit alles geplaatst in een „feestelijke en toegankelijke ambiance”. Leuk.

Maar wat bij al die festivals ontbreekt, is een dwingend thema, een onontkoombare en innerlijke samenhang die de voorstellingen met elkaar verbindt. Zoals de toeschouwers shoppen naar een leuke voorstelling, zo shoppen de artistiek leiders ook. Veel voorstellingen staan op verschillende festivals, met als gevolg dat die allemaal op elkaar gaan lijken.

Dat het ook anders kan, bewijst het festival Theater aan Zee (TAZ) in Oostende. Op een indrukwekkende manier brengt artistiek leider Michael De Cock in het hartje van de zomer, te midden van de badgasten, als dragend, geëngageerd thema ‘migratie’. De toneeluitvoeringen, fototentoonstellingen op verrassende plekken in de badplaats en het literaire programma krijgen dankzij dit engagement echte verdieping – en bovendien versterken ze elkaar.

De Cock geeft stem en drama aan illegale werkzoekenden uit Arabische landen die hun geluk in Oostende beproeven: ze wagen vanuit de haven de overtocht naar Engeland, soms zelfs met dodelijke afloop. Of ze worden mishandeld door politiehonden, zoals De Cocks eigen regie van Haven 010 bewijst. De illegalen klimmen met levensgevaar over de ijzeren hekken die de haven hermetisch afgrendelen. Dat zijn geen hekken die entree geven tot een ‘vrijstaat’ gedomineerd door bars met rosé. In Oostende krijgt zomertheater een harde, maatschappelijke lading.