Werkende moeders

Een onderzoek van de Columbia University School of Social Work heeft het pertinent uitgewezen: een moeder kan buitenshuis gaan werken zonder dat dit negatieve effecten voor haar zuigeling heeft. Jane Waldfogel, de wetenschapper die het onderzoek bestierde, sprak direct van „het goede nieuws’’. Het schuldgevoel van die moeders is niet nodig, klonk het opgelucht in de Britse dagbladen. Ook Nederlandse wetenschappers vinden het „positief’’ dat een schuldgevoel niet meer hoeft en dat moeders nu niet meer hoeven te denken dat „zij degenen zijn die de volledige verantwoording dragen voor de opvoeding en zorg van de kinderen”.

Dat zijn opvallend normatieve reacties, alsof de wetenschappers verbaasd staan dat die werkende moeders hun kinderen inderdaad geen schade doen. Tel die verbazing op bij het feit dat het Amerikaanse onderzoeksteam het effect op kinderen van al dan niet fulltime werkende vaders buiten beeld hield en dat het daar niet mee zit – onderzoek naar vaders is te ingewikkeld, is het argument – en daarmee is de kous af. De uitkomst van deze optelsom is dat dit onderzoek er weinig toe doet.

Het is sneu voor de werkgrage moeders van wie nu wetenschappelijk is vastgesteld dat ze gebaat zijn bij deelname aan het arbeidsproces. Hun sociale vaardigheden worden aangesproken, hun contacten blijven niet meer beperkt tot de verrukkelijke, maar voor hen op den duur te eentonige omgang met zeventig centimeter schattigheid in een kruippakje, dat ook nog een groot deel van de dag slaapt. Het is sneu voor de baby’s van die moeders, want die zouden volgens het onderzoek in verschillende opzichten goed af zijn.

Maar tradities laten zich niet dwingen.

Zo blijven in Italië veel zoons in hun ouderlijk huis wonen totdat ze trouwen. Nederlandse ouders vinden dat onzin en misschien zelfs ongezond: laat zo’n jongen eerst zelfstandig worden. Iedereen kan zeggen wat hij wil, de traditionele Italiaanse ouder denkt toch: het kán niet, zo’n jongen alleen.

In Nederland en bijvoorbeeld de Verenigde Staten wordt een moeder van jonge kinderen van oudsher geacht voor haar gezin te zorgen, met een vader in de voornaamste bijrol. Dat zullen Poolse ouders vreemd vinden. Bij hen werken veel moeders en hun kinderen worden geen kneuzen.

Maar in Nederland sist de traditie: het kán niet, kleine kinderen zonder moederlijke zorg. Dus zien veel moeders af van de werkvloer. Geef haar ongelijk: slecht voor haar kind zijn, dat is het laatste wat ze wil. De vrouwen die financieel gedwongen worden, zetten door. En de vrouwen met de behoorlijke carrièrekansen en het goede salaris. Plus de enkeling met de harde kop.

Nog maar twee jaar geleden oordeelde ook Unicef dat de moeder die niet zelf haar kinderen in hun eerste jaar thuis verzorgde, „gokte” met hun ontwikkeling. Ingesleten normen laten zich niet zo maar door de wetenschap aanspreken. Ze beheersen zelfs de betrokken wetenschappers.