Waarom ideeën Wilders niet gedogen?

Rutte en Verhagen krijgen het verwijt Wilders’ opvattingen te gedogen. Maar wat moeten ze anders dan? Ze kunnen ze moeilijk gaan verbieden, stelt Meindert Fennema.

De kans dat Nederland het Deense model gaat volgen is levensgroot. Dat betekent een rechts-conservatieve coalitie van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. Informateur Lubbers sprak zelfs van een meerderheidscoalitie waarin één partij geen ministers levert. Een dergelijk kabinet is altijd de wens geweest van Geert Wilders, mede omdat hij maar heel moeilijk ministers zou kunnen leveren voor een rechts kabinet, zonder het risico van conflicten tussen PVV-ministers en de PVV-fractie te lopen. Ook zonder PVV-ministers zal Wilders moeite genoeg hebben om alle fractieleden op één lijn te houden. De centrale vraag is natuurlijk in hoeverre informateur Opstelten erin slaagt de PVV aan deze coalitie te binden zonder aan de PVV concessies te moeten doen die voor het CDA onaanvaardbaar zijn. Onaanvaardbaar voor het CDA is de opvatting van de PVV dat de islam geen godsdienst is maar een agressieve politieke ideologie die ook door de overheid bestreden moet worden. Het CDA, maar blijkbaar ook de VVD, beschouwt de islam als een godsdienst als alle andere en dat betekent dat ook voor de islam er volledige godsdienstvrijheid is, inclusief de overheidsfinanciering van islamitische scholen volgens artikel 23 van de Grondwet.

Bovengenoemde coalitie kan rekenen op veel weerstand. Allereerst van al diegenen die liever een links kabinet gehad hadden of op zijn minst een kabinet dat als Paars Plus wordt aangeduid. Deze weerstand valt binnen de regels van het politieke spel: als je links bent heb je liever een links dan een rechts kabinet. Maar er zijn ook veel mensen die een fundamentelere kritiek hebben op de rechtse coalitie in de maak. Die mening wordt vertolkt door een aantal intellectuelen die een brief hebben geschreven aan de Kamerleden van CDA en VVD. De brief van dit Comité voor de Rechtsstaat is opgesteld door twee historici, Jan Dirk Snel en Rob Hartmans, en ondertekend door een groot aantal emeriti, onder wie Maarten van Rossem. Zij schrijven: „De PVV keert zich […] in ieder geval tegen de artikelen 1 (rechtsgelijkheid), 6 (godsdienstvrijheid) en 7 (uitingsvrijheid) in de Nederlandse Grondwet. Ook dat is binnen ons rechtsbestel toegestaan, maar wel moet geconstateerd worden dat een partij die zich uitspreekt tegen deze fundamentele grondrechten, zich een vijand van onze rechtsstaat betoont.”

De briefschrijvers hebben daarmee een punt. De PVV wil de Koran verbieden en de islam bestrijden en gaat daarmee in tegen artikel 1 van de Grondwet, dat ze dan ook af wil schaffen. In de ogen van de PVV blijft de godsdienstvrijheid echter bestaan: de PVV beschouwt de islam immers niet als een godsdienst, net zomin als veel Nederlanders de Satanskerk en de Scientology als een godsdienst beschouwen. Zolang CDA en VVD de islam echter wel als een godsdienst beschouwen, hebben de moslims in Nederland weinig te vrezen.

Maar de schrijvers willen verdergaan en beschuldigen Rutte en Verhagen ervan dat zij Wilders’ opvattingen ‘gedogen’. Wat zouden ze dan moeten doen? De opvattingen van Wilders verbieden? Daarover beslist toch de rechter? Wilders verdedigt als het om de islam gaat niet meer en niet minder dan een militante opvatting van democratie zoals die in Duitsland in de grondwet is neergelegd en zoals die ook in Nederland gepraktiseerd wordt als het gaat om aanhangers van het fascisme. Die worden niet toegelaten in de politieke arena en hun geschriften worden verboden met als argument dat er in onze democratie geen vrijheid is voor de vijanden van de vrijheid.

In feite betekent het verbod op fascistische partijen en het verbod van Mein Kampf evenzeer een aantasting van de rechtsstaat, maar vrijwel niemand vindt dat kennelijk erg, zeker de ondertekenaars van de genoemde brief niet. Sterker nog, degenen die dezelfde rechten opeisen voor fascisten en racisten worden door hen met de nek aangekeken en waar mogelijk voor de rechter gesleept. De briefschrijvers zullen nu zeggen dat de vergelijking niet opgaat omdat de islam een (vreedzame) godsdienst is en het fascisme een agressieve politieke ideologie. Maar die stelling bestrijdt Wilders nu juist en hij heeft daar betere argumenten voor dan de briefschrijvers. De hele discussie maakt duidelijk dat overtuigingen die godsdienstig genoemd worden, hoe wreed en agressief ook, in Nederland op meer bescherming kunnen rekenen dan andere levensbeschouwingen. En dat is voor een niet- godsdienstige, zoals ik, moeilijk te verteren.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie aan de Universiteit van Amsterdam. Op 31 augustus verschijnt zijn politieke biografie van Geert Wilders, Tovenaarsleerling.

De brief van het Comité voor de Rechtsstaat is te lezen op nrc.nl/opinieblog.