Vergoeding voor slachtoffers van aanval Kunduz

De Bundeswehr, het Duitse leger, betaalt 5.000 dollar schadevergoeding aan iedere familie met slachtoffers van een luchtaanval in Kunduz, in Afghanistan, die vorig jaar onder Duitse verantwoordelijkheid werd uitgevoerd en tot grote ophef in binnen- en buitenland leidde.

Weekblad Stern meldt dat het geld op speciale bankrekeningen van de Kabul Bank zal worden gestort en niet contant wordt uitbetaald om te voorkomen dat het wordt opgeëist door strijders van de Talibaan. Het ministerie van Defensie bevestigt dat. In totaal krijgen 102 families geld van de Duitsers. Bijna allemaal zijn ze akkoord gegaan met de schadevergoeding. Defensie onderstreept dat het gaat om een vrijwillige ‘Wiedergutmachung’ en niet om een schuldbekentenis van Duitse soldaten waaraan rechten kunnen worden ontleend.

Er zijn geen universele regels voor betaling van schadevergoeding aan burgerslachtoffers in een oorlog, behalve de uitspraak in het Haagse Verdrag (1907) dat toerekenbare onrechtmatig toegebrachte schade moet worden vergoed. Maar vaak ontstaan problemen met de bewijslast en met verjaring (in Nederland bijvoorbeeld al na vijf jaar). Critici beschouwen de betalingen daarom veelal als het afkopen, om te voorkomen dat slachtoffers actie ondernemen.

Op 4 september vorig jaar werd in opdracht van een Duitse commandant een luchtaanval door Amerikaanse jachtbommenwerpers uitgevoerd op een konvooi met gestolen tankwagens. Daarbij werden naar laatste tellingen 142 mensen gedood, voornamelijk burgers. Naar aanleiding van de ophef die daarover ook internationaal ontstond, trad minister van Defensie Franz Josef Jung af.

De nieuwe bewindsman op Defensie, Karl-Theodor zu Guttenberg, ontsloeg na zijn aantreden een staatssecretaris en de hoogste Duitse generaal. Zij zouden hem onvolledig over de raketaanval hebben geïnformeerd. De gang van zaken wordt tot op heden onderzocht door een speciale commissie van de Bondsdag, het Duitse parlement.