Verdraagzaamheid komt Amsterdam aanwaaien

Buitenlandse auteurs schrijven deze zomer over Nederlandse steden.

Vandaag ziet Amin Ghazaei Teheran weerspiegeld in de Amsterdamse grachten.

Een plaats waar ik graag kom, en waar ik dikwijls met mijn vrouw ga wandelen, zijn de oevers van de Amstel. Volgens mij heeft Amsterdam meer te bieden dan alleen het centrum. Het toerisme, de bedrijvigheid en het gehossel rondom het Centraal Station, ja zelfs de Wallen en het gedogen van drugs zijn geen van alle zaken waardoor Amsterdam zich onderscheidt. Maar deze rivier en de overige grachten bezitten een unieke Amsterdamse schoonheid. Die lange rij van bomen en de vogels die in het water zwemmen, en de gevels van statige grachtenhuizen, en bewoners die zich langs het water bewegen, op de fiets of wandelend met hun huisdier – dát zijn pas typische, kenmerkende beelden van deze stad.

Je boodschappen doen kun je overal, denk ik dan. Maar wandelen kun je lang niet overal. In die Amsterdamse grachten zag ik de wezenlijke contradicties van wereldsteden weerspiegeld, en onwillekeurig begon ik mijn zeven maanden durende verblijf in Amsterdam te vergelijken met de dertig jaar die ik heb doorgebracht in Teheran. Op het eerste gezicht lijken de beide steden in alles van elkaar te verschillen.

Inwoners van Teheran maken een gehaaste, vermoeide en chagrijnige indruk, terwijl Amsterdammers zich in alle rust en geduld door hun stad lijken te bewegen. Vanwege de enorme verkeersdrukte, de chaotische stadsplanning, de onveilige oversteekplaatsen, de luchtvervuiling enzovoorts is het in Teheran nauwelijks nog mogelijk om te wandelen. In een zo explosief gegroeide stad, met zijn uitdijende krottenwijken en gebrekkige openbaar vervoer, rest burgers niets anders dan zich met hun eigen vervoermiddel te verplaatsen. En dat heeft geleid tot een permanent verkeersinfarct. Overdag is Teheran goeddeels verlamd, en een voorbeeld als dit doet beseffen hoe onmisbaar de fiets voor Amsterdam is.

In Teheran zijn de klassentegenstellingen zo groot, dat de stad in twee verschillende werelden lijkt te zijn opgedeeld. Sinds de jaren negentig word je op pleinen en stegen aangeklampt door een leger van straatverkopers en bedelaars, terwijl de limousines in file staan te claxonneren op de hoofdwegen. Bovendien heerst er in Teheran een sfeer van politieke en maatschappelijke verstikking. De dictatoriale Iraanse overheid heeft een aanzienlijke politiemacht op straat gebracht om Teherani’s het leven zuur te maken. Op centrale stadspleinen houden speciale ‘zedelijkheidsteams’ zich bezig met het oppakken van jongelui vanwege ‘on-islamitische kleding’.

Dit soort verschillen, moeten wij die verklaren vanuit culturele verscheidenheid? Wanneer buitenlandse waarnemers hun impressies weergegeven van een stad, dan ligt de nadruk als regel op het culturele aspect. Een gemeenschap laat zich het beste doorgronden door zich te verdiepen in de verschillen tussen zijn diverse bevolkingsgroepen, is de opvatting. Terugkomend op de vergelijking tussen Teheran en Amsterdam moet echter gesteld worden dat beide steden zich in een verschillende fase van hun politiek-economische ontwikkeling bevinden, en zich niet louter cultureel van elkaar onderscheiden. Teheran ondergaat nu hetzelfde lot als de Europese industriesteden van de laat-negentiende eeuw. Datgene wat westerse schrijvers destijds berichtten over de hemelschreiende uitbuiting en verpaupering tijdens de industriële revolutie, zou nu ook over Teheran geschreven kunnen worden. De concentratie van kapitaal en werkgelegenheid lokt horden plattelanders naar de hoofdstad. In minder dan één decennium explodeerde de bevolking van Teheran van zes naar ruim twaalf miljoen inwoners. Een metropool boordevol kansen en gevaren: een enkeling wordt er wanstaltig rijk, en de rest vervalt tot een staat van mensonterende armoede.

Amsterdam, daarentegen, is een stad met een gevestigde, stevig geconsolideerde economie, en de rust en orde die zijn inwoners aan de dag leggen heeft niet zozeer te maken met cultuur, scholing of hun fatsoenlijke inborst, maar vloeit veeleer voort uit de hoogontwikkelde staat van de Amsterdamse economie. Omdat inwoners van Amsterdam, anders dan die van Teheran, niet met elkaar hoeven te concurreren om toegang te krijgen tot de schaarse arbeidsplaatsen en bestaansvoorzieningen, valt het niet zo zwaar om ontspannen en verdraagzaam met elkaar om te gaan. Daarmee komen we tot de slotsom dat mensen in deze wereld zich verschillend gedragen – niet omdat ze van cultuur verschillen, maar omdat ze gevangen zitten in een keurslijf van uiteenlopende sociaal-economische stelsels.

Amin Ghazaei is een Iraanse filosoof, schrijver en vertaler.