tijdschrift

Cover van het tijdschrift KortVerhaal

KortVerhaal. Mouria, 160 blz. € 10,-

Een kort verhaal is altijd vervreemdend. Het duurt even om aan de personages en het verhaal te wennen, en zit je er net goed in, dan is het alweer uit. Als het goed is, laat het je met een schok, vertwijfeld of mijmerend achter.

De meeste verhalen in het zomernummer van KortVerhaal (voorheen De Tweede Ronde) zijn erg kort: vier pagina’s. Vaak is dat niet genoeg. Het verrassendste, ‘Thesmophoria’ van Lodewijk van Oord, over een aan de dagelijkse sleur overgeleverde huisarts die met een Marokkaans meisje dat haar maagdenvlies wil laten herstellen, met een barbecue een oud Grieks vruchtbaarheidsritueel uitvoert, is met 12 pagina’s het op-één-na langste.

In deze bundel met 23 verhalen uit negen landen, waarvan meer dan de helft uit Nederland, met literaire kopstukken als W. Somerset Maugham, Arnon Grunberg, Curzio Malaparte en Charles Bukowski, maar ook beginnende verhalenschrijvers als Lotje IJzermans, hebben weinig meer met elkaar te maken dan, volgens het voorwoord, een ‘soort thema’: reizen, vakantie of vrijetijdsbesteding. Een beetje een vrijblijvend thema, wat dan ook een aantal bijdragen oplevert, zoals ‘De Schrootbus’ van Monica Metz, die doen denken aan de ingezonden vakantieverhalen van Libellelezers. Maar hiermee is dan wel voor de helft aan het motto ‘Het eerste literaire tijdschrift voor een breed publiek’ voldaan. Veel verhalen zijn vanuit de ik-persoon geschreven, en van weinig eigen stijl voorziene , opgetekende herinneringen.

Er is echter één schrijver in de bundel, die het korte verhaal tot kunst verheft, en het tot de essentie terugbrengt met zijn 'Zes ZKV's' (zeer korte verhalen). Er zit zoveel betekenis in de taal van A.L. Snijders die aan Nescio doet denken, dat hij niet meer dan een halve pagina nodig heeft. De mooiste citaten komen dan ook van hem. Met afgemeten zinnen toont hij zijn cynisme over het reizen: “Ze praten Achterhoeks, dat is hun recht.”[…] “In elk land bezoeken ze per bus Volendam.”