Revolutie volgens Thomas Friedman

‘De wereld is plat’ werd een gevleugelde uitspraak, dankzij een boek van Thomas Friedman uit 2005. Maar de claim behoefde wel enige bijstelling.

Het lijkt een claim van het kaliber ‘God is dood’: ‘De aarde is plat’. Het zinnetje, dat de titel zou worden van een van de meest besproken boeken van de afgelopen tien jaar, borrelde in het hoofd van columnist Thomas L. Friedman op toen hij op een van zijn reizen door Azië in gesprek kwam met Nandan Nilekani. Nilekani, op dat moment CEO van de Indiase informatietechnologiegigant Infosys, liet Friedman de conferentieruimte van het bedrijf in Bangalore zien. In die ruimte hing volgens Nilekani ‘naar alle waarschijnlijkheid het grootste beeldscherm in heel Azië’ waarmee tijdens vergaderingen via een videoverbinding moeiteloos gecommuniceerd kon worden met zakenpartners over de hele wereld. Het was volgens Nilekani slechts een klein voorbeeld om te illustreren hoe makkelijk het was geworden om met een internetverbinding waar dan ook ter wereld met wie dan ook ter wereld in contact te komen. En die ontwikkeling had voor zowel bedrijven als werknemers grote consequenties. Nilekani fluisterde het de gefascineerde Friedman samenvattend toe: ‘Tom, het speelveld wordt geëgaliseerd.’

Het is, ruim vijf jaar na het verschijnen van De aarde is plat, nog steeds vermakelijk (en ook verbazend) om te lezen wat Nilekani’s woorden bij Friedman teweegbrachten: ‘Wat Nandan wil zeggen, dacht ik bij mezelf, is dat het speelveld platter wordt. Platter? Platter? Ik liet die woorden een tijdje in mijn hoofd rondtollen en toen, op die onnavolgbare manier waarop die dingen gaan, drong het ineens tot me door: mijn god, hij zegt tegen me dat de aarde plat is!’

Friedman is een man die niet graag iets mist. ‘Terwijl ik sliep’, heet het eerste hoofdstuk van De aarde is plat en daarin beschrijft Friedman hoe hij in de eerste jaren na 11 september 2001 voornamelijk over de Arabische en moslimwereld schreef, terwijl er onder zijn neus ‘iets heel belangrijks’ plaatshad. Globalisering, daar had hij weliswaar al eerder over geschreven (zoals in The Lexus and the Olive Tree uit 1999), maar het ‘platworden van de aarde’, de derde stap in het globaliseringsproces (volgens de norm-Friedman althans), was jarenlang min of meer ongezien aan hem voorbij gegleden.

‘Globalisering 1.0’, zoals Friedman het noemt, ging van start toen Columbus in 1492 Amerika bereikte en de mondiale handel een aanvang nam. Globalisering 2.0 had plaats tussen 1800 en 2000, toen de wereld door ondernemingen als internationale marktplaats werd omarmd. Het laatste globaliseringsstadium, versie ‘3.0’ en het onderwerp van Friedmans boek, ging bij aanvang van het derde millennium van start en zorgde ervoor dat, voornamelijk vanwege de onbegrensde informatie-uitwisseling via internet, veel meer ‘spelers’ toegang kregen tot het kapitalisme. Hoogopgeleide Indiërs en Chinezen namen, eventueel vanuit hun eigen huis, een deel van het werk over van Amerikaanse bedrijven. En daar zal het niet bij blijven, want Friedman laat zien, terwijl hij zelf in een staat verkeert die tussen jubelen en verontrusting in zit, hoe ook de economische machtsverhoudingen tussen landen hier ernstig door zullen veranderen: de rol die (vooral) Aziaten in het mondiale informatieverkeer spelen zal niet altijd dienend van aard blijven.

Uit de reacties op het boek destijds valt te concluderen dat het meteen alle aandacht wist op te eisen. Niet alleen vanwege Friedmans enorme staat van dienst (hij kreeg drie maal een Pulitzer voor zijn journalistieke werk), maar toch vooral vanwege de voor sommigen onheilspellende boodschap die uit De aarde is plat naar voren komt: aan de andere kant van de wereld staat men te trappelen om ‘werk van de westerling’ over te nemen. En ze doen het voor minder geld. De ommekeer in de mondiale verhoudingen gaf Friedman treffend weer in een interview met het tijdschrift Wired (mei 2005): ‘When I was growing up, my parents told me, „Finish your dinner. People in China and India are starving.” I tell my daughters, „Finish your homework. People in India and China are starving for your job.” ’

Ben Knapen vergeleek in zijn recensie voor deze krant de analyse van Friedman met een rapport van het Centraal Planbureau over hetzelfde onderwerp dat bijna gelijktijdig uitkwam. Waar het CPB ‘verplaatsing van bedrijfsactiviteiten als goederenproductie en programmeerwerk naar lagelonenlanden’ niet nadelig maar juist gunstig inschatte voor een westers land als Nederland, zag Friedman dus juist een potentiële omwenteling van de machtsverhoudingen. Knapen: ‘Wat een contrast! Friedman ziet een revolutie en het CPB ziet voornamelijk een kwestie van lage- versus hogelonenlanden.’ Wie had gelijk, Friedman of het CPB? Knapen zette anno 2005 ‘vooralsnog zijn kaarten op Friedman, de briljante amateur die zijn ogen en oren in de wereld de kost heeft gegeven’.

John Gray (met Strohonden twee weken geleden in deze ‘Oogst’) besprak De aarde is plat voor The New York Review of Books (11-08-2005) en liet er bijzonder weinig van heel. Friedman, volgens Gray ‘de meest krachtige hedendaagse publicist van neoliberale ideeën’, zou de denkfout hebben gemaakt dat wereldwijde verspreiding van het kapitalisme zal leiden tot een betere wereld ‘waarin oorlog, tirannie en armoede’ tot het verleden gaan behoren. Want hoe alarmerend de observaties voor sommige westerlingen ook zijn, bottomline juicht Friedman de verspreiding van het vrijemarktsysteem van harte toe. Gray zegt echter: ‘De afgelopen tweehonderd jaar is de verspreiding van het kapitalisme en de industrialisatie gepaard gegaan met oorlog en revolutie. Wat doet Friedman en andere neoliberalen toch geloven dat dat in de eenentwintigste eeuw niet zo zal zijn?’

Veel critici hebben hun stukken al even aantrekkelijk weten te verpakken als de beklaagde zelf. ‘The world is round’, luidt Grays stuk. Eerder puntig, meende Richard Florida in tijdschrift Atlantic Monthly (oktober 2005). In The World is Spiky legde de hoogleraar urban studies uit dat opvallend weinig regio’s in het wereldwijde economische landschap er eigenlijk toe doen. Inderdaad doen delen van bijvoorbeeld India het uitstekend (zoals het door Friedman bezochte Bangalore, dat het Silicon Valley van India wordt genoemd), maar dat zorgt er volgens Florida wel voor dat andere regio’s van het land achterblijven, met destabiliserende politieke spanningen tot gevolg.

Friedman trok zich de kritiek aan. Eerst verscheen in 2006 een ‘ge-update en uitgebreide’ versie van The World is Flat en nog een jaar later verscheen zelfs versie 3.0 van het boek, waarin nog meer updates en uitbreidingen waren verwerkt. Wie nu nog met die roestige bevindingen uit de eerste versie op de proppen komt, moet hoognodig naar de boekhandel. Ook de neoliberaal Friedman zal het van harte aanmoedigen.

Thomas Friedman, The World is Flat. Penguin, 660 blz. € 11,99. Vertaald als De aarde is plat. Nw Amsterdam, 2008