Rariteiten kabinet

Een Engelse vriend vraagt mij wat een gedoogkabinet is. Hij heeft net ‘rariteitenkabinet’ geleerd, en vraagt of de structuren iets met elkaar te maken hebben.

Hoe leg ik hem uit wat een kabinet is, laat staan een gedoogkabinet? „Een kabinet kan een tentoonstellingszaal zijn”, hoor ik mezelf zeggen. Ik wil zo lang mogelijk in deze zaal blijven omdat ik weet dat ik mijn verhaal uiteindelijk zal moeten toesturen naar een regering die er dreigt te komen. Ik heb het idee dat hoe langer ik met mijn vriend in de zaal blijf treuzelen, des te kleiner de kans is dat een gedoogkabinet met de PVV in een glansrol werkelijkheid zal worden.

Behalve Obama is Wilders de enige politicus die heeft weten door te dringen in mijn nachtmerries. Ik zou willen dat ik beveiliging kon inhuren. Zes sterke, bewapende mannen, strak in het pak, die hem de toegang tot mijn dromen ontzeggen. Het is al erg genoeg dat ik me overdag met hem geconfronteerd zie. Nu staat hij ook ‘s nachts naar me te grijnzen, terwijl hij fragmenten uit zijn ‘visie’ opzegt:

‘De massa-immigratie is een geldverslindende linkse hobby. De miljarden die opgaan aan extra gevangenissen, extra politie, extra huizen, extra zorg, extra onderwijs, extra uitkeringen moeten toch ergens vandaan komen. Wie betaalt de prijs voor de multiculturele samenleving?’ De volgorde van kostenposten alleen al is gevaarlijk stemmingmakend.

‘Wij kiezen voor een veilig Nederland [...] waar het tuig wordt opgepakt en uitgezet,..’ staat op zijn site. Er wordt verondersteld dat iedereen weet wie er met ‘het tuig’ wordt bedoeld. Het is een spookgroep die elk gezicht kan aannemen, en dus aansluit bij de individuele angst van elke PVV-stemmer.

De meest wonderlijke objecten en opgezette dieren zijn uitgestald in het kabinet waar ik blijf rondslenteren met mijn vriend. „Deze ruimte kan verschillende formaten aannemen. Afhankelijk van wie er naar kijkt, rijzen de wanden tot duizelingwekkende hoogte, of krimpt de kamer in de palm van een hand, als een oester die weigert open te gaan”, zeg ik tegen hem.

We lopen door het kabinet van de verzamelaar Hashim uit het verhaal The Prophet’s Hair, uit East, West van Salman Rushdie. ‘All around him in his study was the evidence of his collector’s mania. There were enormous glass cases full of impaled butterflies [...], three dozen scale models in various metals of the legendary canon Zamzama, innumerable swords, a Naga spear, ninetyfour terracotta camels of the sort sold on railway station platforms, many samovars, and a whole zoology of tiny sandalwoord animals, which had originally been carved to serve as children’s bathtime toys.’ Hoogtepunt is er een in glas en zilver gevatte haar van de profeet Mohammed. De weigering van Hashim om deze terug te brengen naar zijn gerechtigde plaats betekent de ondergang van zijn familie.

Rushdie laat mij zien dat het goed vertellen van een verhaal de wereld een betere plek kan maken. Al is het maar zo lang je het leest.

Ik zou willen dat ik tegen de vriend kon zeggen: een gedoogkabinet is net een rariteitenkabinet. De meest bijzondere en ongelooflijke mensen, voorwerpen en fenomenen worden door dit kabinet met open armen ontvangen.

Alles en iedereen wordt gedoogd.