Onvrede Kashmir laait weer op

Recent geweld in het altijd onrustige Kashmir is gevaarlijk omdat de legitimiteit van de Indiase aanwezigheid erdoor wordt aangetast. Een dilemma voor India’s premier Singh.

Indiase troepen schoten gisteren op een honderdtal demonstranten in de stad Pulwama in het zuiden van de Indiase deelstaat Kashmir. Er viel een dode en vijftien anderen raakten gewond. Kashmir, aan de grens met aartsvijand Pakistan, is sinds enkele weken in de greep van een volksoproer. De onrust ondermijnt, meer dan opstanden in het verleden, de legitimiteit van de Indiase aanwezigheid.

Sinds begin juni, toen het geweld oplaaide nadat een jonge demonstrant werd gedood, zijn 49 mensen om het leven gekomen.

Inmiddels lijkt het weer relatief kalm, na een oproep louter geweldloos te demonstreren door een militante onafhankelijkheidsleider die was vrijgelaten uit de gevangenis. Maar voorlopig lijkt de volkswoede in de Vallei, zoals het islamitische Kashmir wordt aangeduid, nog niet bekoeld.

In de jaren negentig werd in Kashmir een ‘oorlog op afstand’ gevoerd door Pakistan. Dat beschouwt de regio al sinds de deling van het Indiase subcontinent in 1947 als zijn grondgebied. De Pakistaanse geheime dienst stuurde islamitische vrijheidsstrijders de bestandslijn over en ze bewapende separatistische terreurorganisaties in Indiaas Kashmir. New Delhi zag zich gedwongen een grote legermacht in de deelstaat te houden om de van buitenaf geregisseerde opstand de kop in te drukken.

Anders dan in het verleden wordt de huidige volksopstand niet van buitenaf gevoed. De massale protesten zijn spontaan, daarover zijn de meeste analisten het eens. Jongeren, en deze keer ook opvallend veel vrouwen, lopen voorop. Ze demonstreren tegen schendingen van mensenrechten door het Indiase leger, zoals verkrachtingen van vrouwen en buitenrechtelijke executies van jongeren.

Op de achtergrond sluimert dieper ongenoegen over het feit dat India zijn deelstaat zo verwaarloost. Ondanks politieke beloften is er van economische ontwikkeling geen sprake. Er zijn geen banen voor de jongeren, wat leidt tot opgekropte frustratie. De belangrijkste bedrijfstak is het toerisme. De eerste helft van dit jaar ontving Kashmir bijna een half miljoen bezoekers. Door de huidige onrust blijven toeristen – en dus inkomsten – weg.

In het parlement riep minister van Binnenlandse Zaken, P. Chidambaram, de bevolking van Kashmir deze week op niet langer stenen gooiend de straat op te gaan en politiebureaus aan te vallen. Vertrouw erop dat de gekozen regering van Kashmir oplossingen voor jullie problemen zal vinden, was de boodschap.

Daarmee verwees hij in de eerste plaats naar Omar Abdullah (40) , de politiek leider van de deelstaat. Abdullah trad vorig jaar januari aan als jongste Eerste Premier van Kashmir. Zijn benoeming hield de belofte in van een nieuw begin voor de getraumatiseerde regio. Maar tot dusver heeft Abdullah de verwachtingen niet waar gemaakt. Hem wordt verweten te laks te hebben gereageerd op het wangedrag van Indiase veiligheidstroepen. En hem wordt verweten onvoldoende werk te hebben gemaakt van beloofde politieke hervormingen om de situatie in Kashmir te normaliseren.

Tegelijkertijd illustreert de onrust in Kashmir de machteloosheid van de regering in New Delhi, die wel meer troepen stuurt maar geen beter beleid weet te formuleren. „Leiderschap is dringend gewenst”, schreef de vooraanstaande analist Siddharth Varadarajan van The Hindu deze week. Volgens Varadarajan moet premier Manmohan Singh nu optreden. „Hij zou de gevoelens van de gewone Kashmiri’s niet moeten grieven door te praten over economische pakketten, rondetafelconferenties en overleg van alle partijen. (…) Hij zou, in alle openheid en nederigheid, moeten toegeven dat de Indiase staat in al die jaren heeft nagelaten om gerechtigheid te bieden.” Als de premier niets doet is de toekomst volgens Varadarajan ongewis. „Als hij nu niet tot het uiterste gaat om enige politieke ruimte te creëren, dan is het niet te voorspellen waartoe de volgende uitbarsting in de vallei zal leiden”.