Nooit eerder recht gesproken

In het Amerikaanse Hoog-gerechtshof zitten met de benoeming van Elena Kagan drie vrouwen. Kagan heeft veel juridische ervaring, maar niet als rechter.

Zonder al te veel controverse heeft de Amerikaanse president Barack Obama gisteren de benoeming van een tweede opperrechter binnengesleept. Met 63 stemmen voor en 37 tegen stemde de Senaat voor Elena Kagan (50) als lid van het federale Hooggerechtshof. Morgen wordt ze beëdigd.

Kagan is de vierde vrouw ooit en de derde vrouw in de huidige samenstelling van het Hof, naast Ruth Bader Ginsburg en Sonia Sotomayor. Kagans naam werd vorig jaar al genoemd toen opperrechter David H. Souter vertrok, maar Obama koos destijds voor Sotomayor, de eerste hispanic in het Hof.

Het Hooggerechtshof is het hoogste rechtscollege van de Verenigde Staten. Opperrechters worden benoemd voor het leven. Ze toetsen of wetten en uitspraken van lagere rechters niet in strijd zijn met de grondwet en creëren zo zelf wetgeving. Door hun persoonlijke interpretatie van de constitutie komen de opperrechters maar zelden tot een unaniem oordeel.

Slechts vijf van de 41 Republikeinen in de Senaat steunden de nominatie van Kagan. Eén Democraat, Ben Nelson van Nebraska, stemde tegen. Veel tegenstemmers vinden haar te onervaren. Kagan is de eerste opperrechter in bijna veertig jaar die geen rechter is geweest. Anderen zeggen dat ze te progressief is om ‘objectief’ in het Hooggerechtshof te kunnen dienen.

De verwachting is echter dat Kagans aantreden de ideologische verdeling in het Hof niet zal veranderen. Ze is de opvolger van de progressieve opperrechter John Paul Stevens (90) die met pensioen gaat. Met haar telt het sterk gepolariseerde Hof nog altijd vier progressieven, vier conservatieven en een gematigde conservatief (opperrechter Anthony Kennedy), wiens stem vaak de doorslag geeft.

Zelf noemde Kagan zich vorige maand tijdens de verhoren door de justitiecommissie van de Senaat „over het algemeen progressief”. Maar de vrees van progressieven is dat het Hof met Kagan als gematigd Democraat eerder naar rechts overhelt. Ze steunde een aantal anti-terreurmaatregelen van president George W. Bush.

Haar Republikeinse ondervragers verweten Kagan juist antimilitarisme. Als decaan van Harvard verbood ze de rekruteringsdienst van het leger de toegang tot het loopbaanbureau van de universiteit, wegens het omstreden don’t ask don’t tell-principe dat het leger hanteert voor homoseksuelen. Het zou een gevoelig punt zijnvoor Kagan, over wier seksuele voorkeur in de media wordt gespeculeerd.

Haar abortusstandpunt en opvattingen van ethiek werden ook bekritiseerd. In 1996 verdedigde president Clinton, Kagans toenmalige baas, een omstreden late vorm van abortus (partial birth abortion), waarbij de foetus gedeeltelijk wordt ‘gehaald’ voor hij wordt gedood. Gynaecologen concludeerden echter dat er geen medische noodzaak was voor deze nu illegale behandeling. Maar op suggestie van Kagan voegden ze een zin aan hun rapport toe dat deze vorm van abortus soms wel de beste behandelwijze was.

Om tijdens het vierdaagse verhoor niet over te komen als een activistische opperrechter, stelde Kagan zich neutraal op. In 1995 noemde ze deze tactiek van genomineerde opperrechters zelf nog een „smakeloze en holle charade”. Nu verweet senator Arlen Specter háár vragen te ontwijken.

Maar Kagan wist haar verhoorders in te pakken, met haar intelligentie, haar tact en vooral ook haar humor. Zo vroeg Republikein Lindsey Graham haar waar ze was op Eerste Kerstdag, toen een bomaanslag op een Amerikaanse lijnvlucht mislukte. „Ach”, zei Kagan, „zoals alle joden zat ik waarschijnlijk in een Chinees restaurant.”