Girly maar grillig

Op Lowlands (20, 21, 22 augustus) treedt de nieuwe popsensatie Marina and the Diamonds op. De Welsh-Griekse zangeres Marina Diamandis (25) laat zich inspireren door cartoons, én door PJ Harvey. Haar muziek is poppy maar ook avontuurlijk. „Zangles haalt het karakter uit mijn stem.”

Marina Diamandis

Ze zegt het zelf: „Ik pas in talloze genres: pop, indie, eighties, nineties, rock, experimental, everything.” En inderdaad, de Welsh-Griekse zangeres Marina Diamandis (25) ofwel Marina & the Diamonds, die hits had met nummers als Hollywood en I am not a Robot, is een onverwachte kruising van Florence and the Machine, Lady Gaga, Katy Perry en Kate Bush.

Diamandis heeft de zwiepende, veelzijdige stem van de laatste, de alternatieve rock van de eerste, de camp van Katy Perry en de popart van Lady Gaga. Ze is girly, maar grillig. Barbie, met studs. Haar liedjes kunnen wat te veel naar het meisjesachtige neigen, maar dat vergeef je haar, wegens haar Stem. Die spint, kroelt, hikt en huppelt. Hij slaat over en sterft weg. Haalt de hoogste registers en duikt abrupt omlaag. Op Diamandis’ debuut-cd The Family Jewels is die stem in zijn eentje soms een heel orkest. Met lachbuien, verbaasde kreten, opera-uithalen en tekenfilmgeluidjes geeft Diamandis meer lagen aan haar rechttoe-rechtaan popnummers. En bij een optreden in Paradiso afgelopen juni durfde ze rauw te schmieren en schuren, en soms pijnlijk vals uit de bocht te vliegen.

Met Lady Gaga heeft Marina & the Diamonds ook de zwijgzaamheid gemeen. Althans, Diamandis geeft wel interviews, maar daarin zegt ze niet veel: ze wist nooit dat ze kon zingen, ze doet altijd maar wat, ze heeft geen idee hoe een liedje tot stand komt – tja, dat moet iets ongrijpbaars zijn als talent, inspiratie. Ze gebruikt het woord ‘artist’, pedant Brits beklemtoont, vaak en gretig – „for me, as an artist..”

Maar achter haar rockbarbie-imago, haar Mickey Mouse meets Miu Miu-kledingstijl, de gewiekste geestige anekdotes en haar muzikale partners (Ladyhawke-producer Pascal Gabriel, Greg Kurstin, die werkte met Lily Allen en Britney Spears) vermoed je geen kunstenaar pur sang, maar een ambitieuze jonge vrouw – met een sterk marketingconcept. Diamandis’ podiummaniertjes zijn net te gemaakt, en achter de schermen construeert ze haar imago zorgvuldig aan de hand van aansprekende anekdotes. Maar dat geeft niks, want het werkt wel: The Family Jewels is een onweerstaanbaar zomers popalbum en haar concerten zijn energiek en aanstekelijk. Ze is bovendien wel een zelf bedacht concept: voor formulepop van meisjesgroepjes, verzonnen door een platenmaatschappij, haalt Diamandis demonstratief haar neus op.

Hoewel ze – eerste anekdote – wel vaak auditie heeft gedaan voor dit soort projecten, zelfs voor een reggae-jongensband. „Ik was achttien en kende maar één manier om ontdekt te worden: alle audities afgaan die werden aangekondigd in het Londense muziek- en theaterblad The Stage. Zo waren de Spice Girls ook ontdekt. En ik dacht: als ik maar eenmaal binnen ben, kan ik daarna wel mijn eigen ding doen. Al wist ik toen nog niet precies wat dat was.”

Bij de auditie voor de jongensband werd ze niet binnengelaten „Ik zie er niet bepaald uit als een jongen.” Wel liet ze een demo en een foto achter, waarop ze alsnog een keer door de platenmaatschappij werd uitgenodigd. Toen die auditie misliep („Ik was zo nerveus dat ik nauwelijks kon zingen”) gaf ze het op. „Ik dacht fuck them, ik ga het wel zelf doen. Toen ben ik thuis met Garageband aan de slag gegaan. Nieuwe liedjes postte ik op MySpace, en als iemand belangstelling had, knutselde ik een cd’tje in elkaar en stuurde dat op.” Eén liefhebber zorgde ervoor dat het cd’tje op een belangrijk bureau bij platenmaatschappij Warner kwam te liggen – tweede anekdote – en zo werd de zoektocht toch nog een sprookje.

Want daar houdt Diamandis van; sprookjes, films, cartoons. Je ziet het al aan haar uiterlijke presentatie. Met haar geringe lengte en enorme bos haar is ze bijna zelf een tekenfilmfiguurtje. Tijdens het interview draagt ze felle oranje lippenstift. Boven een witte netpanty, witte hotpants en torenhoge hakken, prijkt een opvallend turkooisblauw T-shirt met een haaiencartoon. Bij haar optreden in Paradiso in juni verkleedde Diamandis zich ten minste drie keer, onder meer in een soort spiderman-pyjama met vleermuismouwen. Op het podium zette ze verder een grote, roze hartvormige bril op, en tooide zich bij het nummer Hollywood, een milde kritiek op Amerika, met een grote plastic hamburger op het hoofd.

Haar voorliefde voor spel, karikatuur en overdrijving manifesteert zich ook in haar muziek. „Toen ik zelf muziek leerde maken en piano ging spelen merkte ik dat ik wilde dat elk liedje klonk als een sprookje en een film ineen.” Over een specifiek sprookje en een specifieke film hoeft ze niet lang na te denken: Assepoester en Amélie. Lieflijk, vrolijk en snoepkleurig, maar met een twist.

Veel van Diamandis’ teksten zijn fantasieverhaaltjes. In Hermit the Frog en Mowgli’s Road figureren vreemde karakters (kikkers, vorken en messen) in surrealistische (droom-)scènes. „Ik wilde dat elk nummer een wereld op zich was. Met gekke, verrassende personages en een geheel eigen, duister soort humor.” In Hermit the Frog leidt dat tot tamelijk absurdistische passages: „They call him Hermit The Frog/ He’s looking for a dog/ Did you find your bitch in me?” Wat moet de luisteraar daarvan denken? Toelichten wil Diamandis niet. „Alle teksten komen voort uit persoonlijke ervaringen, maar welke, dat mag je zelf invullen.”

Mowgli’s Road, waarin de zangeres wordt achtervolgd door een leger zilveren lepels, gaat in elk geval over het keurslijf van commercieel succes – dat wil ze nog wel vertellen. „Het gaat over enerzijds mainstream zijn, en aan de andere kant artistiek en alternatief. Volgens mij ben ik beide, maar dat mag blijkbaar niet: als ik het ene ben kan ik het andere niet zijn. Maar waarom eigenlijk niet?” Ze bewondert Lady Gaga die wel met die combinatie van uitersten wegkomt: „Zij maakt popnummers maar heeft ongelooflijk veel talent, creativiteit en fantasie.”

Net als Gaga is Diamandis „erg geïnteresseerd in het visuele aspect van de muziekindustrie”. Ze maakt caleidoscopische videoclips, zoals bij I am not a robot, waarin ze zwart-groen is geschminkt, juwelen op ogen en lippen heeft geplakt, ogenschijnlijk naakt is of geheel bedekt met zwart flonkerende diamanten. Haar meest recente clip, bij Oh No, is een stripverhaal in snoepkleuren. Ze houdt van beeldende kunst, zegt Diamandis. Met name de fluorescerende werelden van kunstenares Erika Somogyi, of de lichtbalk- kunst van Jenny Holzer.

De vormgeving is luchtig, de muziek poppy – de liefde voor melodie te danken aan een jeugd met ABBA, the Eurythmics en Britney Spears. Maar voor haar teksten vond ze heel andere inspiratoren: PJ Harvey en Daniel Johnston, zijn er twee die ze graag noemt. Juist omdat „zij schrijven wat ze vinden en voelen, zonder ooit concessies te doen aan de commercie”. Diamandis’ teksten zijn minder donker maar vormen wel een contrast met de grotendeels opgewekte muziek en zonnige presentatie. Maatschappijkritiek, zelfreflectie, een aanval op de schoonheidsindustrie – kom daar eens om bij Katy Perry. Licht en donker, zwart en wit – dat thema komt vaak terug. Diamandis, zeldzaam ernstig: „Ik heb een veel duistere binnenkant dan aan de buitenkant lijkt, denk ik. Misschien is die kleurrijke presentatie wel ter compensatie van die zwarte binnenkant.” En dan met een giechel: „Maar ik hou ook gewoon erg van cartoons.” Als stijlvoorbeelden noemt Diamandis weer heel andere types: Patti Smith, Shirley Manson van Garbage Nina Persson van The Cardigans – „ik ben op dit moment heel erg into the nineties.”

Zo bezien is de zangeres een postmoderne eclectica, die her en der invloeden leent en het allemaal in haar muziek en videoclips stopt. Het was een van de weinige kritiekpunten op haar debuut: dat de plaat overvol was. „Ach, ik ben gewoon een intense persoonlijkheid, en ik wilde alles van mezelf in mijn nummers stoppen. Maar ik was ook jong en wilde laten zien wat ik in huis had. Bij het werken aan nieuw materiaal merk ik al dat er nu veel meer focus is.”

Wat Diamandis beslist van niemand heeft afgekeken is hoe ze haar stem gebruikt. „Ik wist helemaal niet of ik kon zingen en heb het vroeger eigenlijk ook nooit geprobeerd. Maar op zeker moment ontstond die drang om artiest te worden – ik vond dat ik iets te vertellen had. En toen moest ik wel zingen, want een instrument speelde ik ook niet.”

Ze leerde zichzelf piano spelen, maar omdat ze daar, volgens eigen zeggen, nog altijd behoorlijk beroerd in is, was ze voor het grootste gedeelte toch aangewezen op haar stemgeluid. „Ik wilde dat mijn muziek rijk klonk. Maar met alleen zang en piano lukte dat niet. Toen ben ik al die gekke dingen met mijn stem gaan doen; de opera-uithalen, de maffe geluidjes.”

Derde anekdote – het meisje dat niet wist of ze kon zingen klonk opeens als een geschoolde operazangeres? „Nee, echt! Ik heb nooit meer dan een paar zanglessen gehad. Mijn ademhalingstechniek is belabberd. Maar zangles haalt het karakter uit mijn stem. Dat is niet goed: ik vind dat je altijd jezelf moet blijven, als artiest.”

Marina and the Diamonds, Lowlands, 21 augustus, 18.20 uur, India.