Gewoon bij mensen aanbellen, dan maar

In Amsterdam, Utrecht, Leiden en Delft is dit jaar de woningnood het grootst.

De komende drie jaar zullen er ongeveer 60.000 kamers bijgebouwd moeten worden.

. Een student Engelse taal- en letterkunde uit Utrecht liep een paar dagen rond met een A4’tje op haar rug. ‘Ik zoek een kamer! Spreek mij aan als je kunt helpen’, stond erop. Zo vond ze een kamer.

Duizenden andere studenten zitten, net als voorgaande jaren, weer met de handen in het haar. Volgende maand begint het nieuwe studiejaar en ze hebben nog geen kamer.

In Amsterdam, Leiden, Delft en Utrecht is de woningnood het grootst. Dat blijkt uit het rapport Contrasten in de kamermarkt van het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) van april 2010. De moeilijkste periodes om een kamer te vinden, zijn juli en augustus en aan het begin van het jaar, als er studenten instromen, zegt Dennis Passage, woordvoerder van Kamernet. Op kamernet.nl worden op dit moment 3.820 kamers aangeboden. Hoe groot de vraag is, wil Kamernet niet zeggen. „Er is altijd een tekort aan kamers, vooral aan populaire kamers, zoals in hartje Amsterdam voor 300 euro.”

Maar waarom is er toch jaar in jaar uit zo’n groot een tekort aan kamers?

Uit het rapport van VROM blijkt dat het aantal studenten sinds 2003 sneller is toegenomen dan het ministerie in 2002 voorzag; in de periode 2003-2010 met ongeveer 28 procent. Ook het aantal studenten dat op kamers wil wonen is toegenomen.

Sociale studentenhuisvesters bouwden er tussen 2003 en 2010 19.000 nieuwe studenteneenheden bij. Maar het tekort aan kamers is door de extra studenten gelijk gebleven.

Kences, een samenwerkingsverband van studentenhuisvesters en tevens kenniscentrum, verwacht dat het aantal studenten ook de komende tijd fors zal blijven stijgen, waardoor er tot 2015 al zo’n 60.000 extra kamers nodig zijn. Directeur Vincent Buitenhuis: „Gelukkig vangt de particuliere markt een hoop op, tot nu toe zo’n driekwart.” De bij Kences aangesloten studentenhuisvesters hebben plannen om ongeveer 10.000 nieuwe eenheden te bouwen. „Maar we hebben tot nu toe slechts de helft financieel gedekt”, zegt Buitenhuis, „en er zijn alleen al in Amsterdam zo’n 10.000 kamers extra nodig.”

En dus lopen de wachttijden op. De wachttijd voor een kamer bij de corporaties die aangesloten zijn bij Kences is in veel gevallen minstens anderhalf jaar. In Nijmegen is het afhankelijk van je reistijd hoe snel je een kamer krijgt. Bij studentenhuisvester De Key in Amsterdam is de wachttijd in het centrum 4,2 jaar en buiten het centrum 2,1 jaar. „Wij adviseren om je al op je vijftiende bij ons in te schrijven”, zegt Caroline Kortenbuit van De Key.

Hoe kun je dan het beste te werk gaan om nog voor 1 september een kamer te vinden?

Het belangrijkste is je eigen netwerk, zegt Sander Breur, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). „Als je iedereen die je kent laat weten dat je op zoek bent, ook familie en kennissen, komen er vaak toch kamertjes naar boven.” De meeste studenten zoeken via internet, maar zegt Breur, op dit moment is het zo moeilijk om een kamer te vinden, dat je het beter ook op andere manieren kunt proberen. Zoals opvallende, kleurrijke briefjes op prikborden van supermarkten ophangen.

Wat volgens hem ook kan werken is gewoon bij mensen aanbellen. „Dan blijkt soms dat mensen nog wel een plekje over hebben, maar er niet aan gedacht hadden om de ruimte te verhuren.”

Matthijs Witkam (27) is sinds mei op zoek naar een kamer in Utrecht en hoopt dat het via via gaat lukken of dat hij in een anti-kraakwoning terecht kan. „Ik zoek niet heel hard. Bij voorbaat was ik al een beetje gedemotiveerd geraakt, omdat er zo’n groot tekort is in Utrecht”, vertelt hij.

Aankomend student Japanse taal en cultuur Willem Maijvis (18)vond onlangs na een maand zoeken een kamer in Leiden via Kamernet. Na de vijfde keer hospiteren werd hij uitgekozen. Zijn tip: „Blijf jezelf bij zo’n hospiteeravond”.