Florida lijdt, ook al is het olielek gedicht

Het lek is gedicht, de olie verdwijnt uit de Golf van Mexico. Maar op land hebben de kleinere banken opnieuw een klap gekregen. ‘Dit doet pijn.’

Zelfs in de moeilijkste maanden van de kredietcrisis, nu twee jaar geleden, zag de toekomst voor First City Bank of Florida er nog beter uit. Een ‘tijdscapsule’ werd toen in de muur van het nieuwe hoofdkantoor gemetseld, „om te openen op de honderdste verjaardag van de bank”. Dat zou in 2048 moeten zijn.

In de stoep voor het bankgebouw werden tientallen marmeren platen geplaatst, elk met een inspirerend bedoeld citaat van Amerikaanse presidenten, Griekse wijsheren en wereldberoemde artiesten. Nu First City Bank onder curatele staat en het einde nabij is voor de vijf filialen in deze gemoedelijke badplaats aan de Golf van Mexico, doen sommige wrang aan. Bijvoorbeeld: „Make all you can, save all you can, give all you can” (John Wesley). En: „Be awful nice to ’em goin’ up because you’re gonna meet ’em all comin’ down” (Jimmie Durante).

„Vooral die laatste moet je maar negeren”, zegt Alex Sanchez, die het woord voert namens de bank. „Het was indertijd niet zo ironisch bedoeld als het nu overkomt.” Sanchez is president van de Florida Bankers Association en hij weet alles van neergang: de 290 lokale banken die hij vertegenwoordigt hebben het moeilijk. Eerst de kredietcrisis. Tegelijkertijd de ineenstorting van de Amerikaanse huizen- en kantorenmarkten, die almaar voortduurt. En nu komt daar de olieramp bovenop.

„Dit is een gigantische crisis voor ons”, zegt Sanchez. „Dit is een trap tegen de schenen net op het moment dat we op wilden staan. Dat doet pijn, you betcha.”

Sanchez heeft op voorspraak van zijn banken aangeklopt bij de traditionele tegenstander: de overheid. Hij verzoekt Washington om clementie wat betreft de strengere regels die de overheid aan de sector heeft opgelegd. Hij wil twaalf maanden uitstel van nieuwe, hogere kapitaalseisen, aan het verplichte gebruik van taxateurs om de waarde van bijvoorbeeld woningen vast te stellen. Over het algemeen is eigenlijk het verzoek om minder snel de zaak over te nemen als de bank er niet goed voorstaat. Zoals bij First City Bank. „Als we niet samenwerken en onze banken niet meer tijd geven om door deze oliecrisis heen te komen, blijven ze maar omvallen”, zegt Sanchez. „Geef ons de ruimte ons werk te doen.”

De lokale banken, community banks geheten, zijn de draaischijf van de lokale economie. Sinds de kredietcrisis zijn er dertig omgevallen in Florida, alleen dit jaar al veertien. Dat zijn er meer dan in welke andere Amerikaanse staat dan ook.

De reacties van de verschillende overheidsinstanties die het verzoekschrift kregen, waaronder centralebankier Ben Bernanke, waren weinig hoopgevend. Officieel moet het besluit nog vallen, maar het voorlopige antwoord is eerder een vermaning dan een poging tot bijstand. De banken worden juist aangemoedigd „om samen te werken met hun klanten en om maatregelen te nemen zodat kredietwaardige burgers en bedrijven bijgestaan kunnen worden”. Anders gezegd: verwacht van ons geen hulp, wees zelf eens wat hulpvaardiger. Heel concreet was er zelfs een dwingend advies: maak pinnen gratis.

Flora Beal van de regionale toezichthouder, de Florida Office of Financial Regulation, wil niet in de krant hebben wat haar organisatie vindt van de validiteit van het bankenverzoek, „want dat zou politiek incorrect zijn”. Ook al is het lek gedicht en wordt de oliedreiging minder, toch lijdt bijna de hele economie van de Golfkust onder de ramp. De banken spelen daarin een centrale rol en „wij zijn er niet op uit ongevoelig over te komen”.

Beal beschouwt het liever iets filosofischer. „Een economie is een continu evoluerend orgaan. Daarbinnen zijn wij voorstander van alles wat voor stabiliteit zorgt.” Ongezonde banken doen dat niet, bedoelt ze.

Sanchez en zijn banken zeggen op hun beurt ook stabiliteit na te streven, maar toen explodeerde het boorplatform. Ook al zijn de stranden van Florida nagenoeg olievrij, „de ramp duurt onverminderd voor. Hotels, restaurants, winkels, leeg, leeg, leeg, leeg.” Of neem de Panhandle, het noordwestelijke deel van de staat die lijkt op het handvat van een pan. Hier is Florida First gevestigd en de regio is economisch minder divers dan het meer flitsende zuiden of oliestaat Louisiana in het westen. In de Panhandle wordt voornamelijk geld verdiend met toerisme, „maar de ene na de andere reis deze kant op wordt afgezegd. Het seizoen is over voor deze bedrijven. Voorbij. Klaar.” Waarna een periode volgt van leningen die niet afbetaald kunnen worden, banken die hun leningen niet afbetaald krijgen en opstapelende problemen bij zowel bedrijf als bank.

Nu de overheid niet wil helpen, overwegen Sanchez en zijn banken een claim in te dienen bij BP. Het olieconcern heeft 20 miljard dollar in een fonds gestort voor benadeelden. „Uiteindelijk is BP verantwoordelijk voor onze verliezen”, zegt Sanchez. De complicatie is echter dat oorzaak en gevolg lastig aan te geven zijn. Welke bankverliezen zijn het gevolg van de aanhoudende crisis op de huizenmarkt, welke van de olieramp? Bovendien is het tijdrovend.

Haast is juist geboden voor First Bank of Florida. De bank moest 14 miljoen ophalen, maar bleef steken op 1,5 miljoen. Een investeerder trok zelfs zijn belofte van 500.000 dollar weer in; allemaal het gevolg van de olieramp, volgens de bank.

Hoe het ook afloopt met First Bank of Florida, achteraf bezien komen het verzoek om steun van de overheid en één van de citaten op de stoep van filmster, cowboy en commentator Will Rogers, wel wat paradoxaal over. „Things in our country run in spite of government”, ondánks de overheid, zo staat er, „not by aid of it”.