Europees en wereldkampioen in twee weken

Marathonzwemster Linsy Heister is gistermiddag op het Balatonmeer Europees kampioen geworden op de tien kilometer, de enige olympische afstand in open water.

Linsy Heister droomt alleen over dingen die zij realistisch acht in haar leven. Europees kampioen worden op de tien kilometer in open water hoorde daar nooit bij. Net zomin als een wereldtitel op de gruwelijkste afstand van allemaal, de 25 kilometer.

Toch slechtte de bescheiden zwemster – zich nog net niet verontschuldigend – binnen twee weken tijd beide barrières. „Ik dacht altijd: zo goed ben ik niet, zoveel anderen zijn beter”, zei ze gisteren nadat ze zich uit het rimpelloze water van het Balatonmeer had gehesen.

Even tevoren had Heister (22) als eerste aangetikt na een loodzware race waarin ze alle favorieten kapot had gezwommen in twee uur, één minuut en zes seconden. Twee weken eerder had ze exact hetzelfde gedaan op de 25 kilometer, tijdens de wereldkampioenschappen open water bij de Canadese plaats Roberval. „Ik blijf mezelf onderschatten”, concludeerde ze na haar zege in het Hongaarse kuuroord Balatonfüred.

Het is geen valse bescheidenheid of gespeelde nederigheid. „Ik heb die dromen nooit gekoesterd, want ik dacht dat ik dit niet zou kunnen.”

Maar zoals haar coach, oud-wereldkampioen Marcel Wouda, haar al enkele jaren probeert duidelijk te maken: als Linsy Heister eenmaal de juiste slag heeft gevonden, kunnen slechts weinig concurrenten haar volgen.

Tot haar eigen schrik had ze gistermiddag de laatste 2,5 kilometer de leiding genomen in een veld met olympisch kampioene Larisa Iltsjenko uit Rusland, veelvoudig wereldkampioene Angela Maurer uit Duitsland, en regerend wereldkampioene Martina Grimaldi uit Italië. „Ik dacht: wat ben je nou aan het doen? Wanneer komen ze, ik kan toch niet voorop blijven liggen?” Maar hoe hard ze ook zwommen, ze kwamen haar niet meer voorbij.

Uren later, terug in haar hotel, drong de waarde van haar opmerkelijke zege pas goed tot haar door. Ze had bijna de complete wereldtop verslagen op de tien kilometer, sinds 2008 een olympische discipline. „Dit is wel de afstand waar het allemaal om draait. En dit was een machtig sterk veld. Het verbaast mij dat ik van al die snelle dames de snelste ben. Maar ik voel mij niet beter dan de rest. Ik ga nu niet ineens roepen dat ik de grote favoriet ben. Ik hoor nu wel bij de top, maar kan nog steeds derde, vijfde of negende worden.”

Over haar eventuele perspectieven tijdens de Olympische Spelen van Londen (2012) wil ze nog lang niet praten. „Ik moet me volgend jaar eerst maar eens zien te kwalificeren voor de Spelen, bij de WK zwemmen in Shanghai.’’

Toch is de in Arnhem geboren Heister de afgelopen jaren een andere zwemster geworden. Talent en kracht had ze ontegenzeggelijk, maar overlopen van zelfvertrouwen deed ze nooit. Zonder verwachtingen presteerde ze het beste. Maar gisteren had ze zich er aan het Balatonmeer voor het eerst op betrapt dat ze van tevoren zei zich sterk te voelen, dat ze wel eens goed kon presteren. „Ik vond het raar om dat zelf uit te spreken. Eerder dekte ik mezelf vaak in.”

Onder begeleiding van Wouda en sportpsycholoog Rico Schuijers werkte ze de afgelopen jaren in Eindhoven aan haar grote doel in 2012, aanvankelijk samen met trainingspartner Maarten van der Weijden, nu alleen met de Belgische marathonzwemmer Tom Vangeneugden. Heister zwom talloze wedstrijden over de hele wereld en viel zo’n vijftien kilo af, onder begeleiding van een voedingsdeskundige. Ze volgde twee keer een eiwitdieet van drie maanden. „Veel yoghurt en kwark, geen brood. Als ik vijf kilo meer weeg lig ik dieper in het water. Dan draag je toch vijf pakken suiker extra mee. Ik heb nu meer sprintsnelheid.”

Ook mentaal maakte ze veel mee, vooral na de WK in Rome, waar ze vorig jaar volkomen uitgeput het strand op strompelde, na de allerzwaarste race van haar leven. „Achteraf heb ik dat als heel mooi ervaren: dat een mens zó kapot kan gaan. Dat had ik nog nooit meegemaakt.” En toch had ze niet hoeven lossen.

In de maanden daarna kreeg ze een serieuze „dip”, naar later bleek een korte ‘winter’ die veel topsporters volgens Schuijers meemaken. „Je gaat door de seizoenen heen”, leerde Heister van de psycholoog. „Dat je het af en toe zwaar hebt, soms zelfs denkt aan stoppen, is normaal.” De winter is nodig om in de lente tot bloei te komen.

Heister vond een balans in haar leven die ze eerder niet kende. Ze leerde dat ze mocht genieten, ook al leidt ze het leven van een topsporter. „Ik dacht altijd dat ik dat niet mocht, dat ik stil moest zitten op mijn hotelkamer. Als ik alleen zwem, leef als een kluizenaar en nooit eens uitga, dan heb ik geen leven. Dan word ik niet gelukkig. De laatste maanden heb ik een evenwicht gevonden. Ik leid een hartstikke leuk leven, zie veel van de wereld. Dat is de flow waarin je terecht komt. Daar doe je het voor. Het voelt als zomer.”

Die van 2010 zal ze niet meer vergeten. Maar ondanks alle euforie om haar heen was ze gisteravond de eerste om te relativeren. Ze was dolblij dat ze had laten zien ook de tien kilometer te kunnen winnen, maar garanties heeft ze niet. „Ik blijf nuchter, want ik heb zondag weer een wedstrijd. Mijn verwachtingen zijn niet meer laag, maar neutraal. Ik zal nooit zeggen dat ik vanaf nu alles ga winnen.”