En toen gleed de visser het talud af

Freddy Rikken probeert deze zomer te zeevissen. Maar dat valt niet mee. Toch komt hij met een zeebaars thuis. Derde deel van een over de zomer verspreide serie.

Zwanen mijden de spekgladde zeewering. Foto Freddy Rikken FLEVERING 3 - viSSEN VOOR ap fOTO fREDDY rIKKEN

Visgerei gekocht, op internet visplekken gezocht... Het vissen kon beginnen. Er volgden wekelijkse ritjes richting de Europoort. Bijna alle, op de website van de Eurovissers aangegeven stekken, deed ik aan. Het waren winderige plekken met poëtische namen als De Stenen Glooiing, Slufter, Papegaaienbek en Blokkendam. Over stalen hekken geklommen en vervolgens en soms hardhandig weggejaagd door barbaren in bewakingsuniform en hun honden. Maar iets gevangen, nee. Beetgehad, dat wel, maar verspeelde de dieren door zenuwen en onkunde.

Twee maal met de auto komen vastzitten in verraderlijke stuifzandduinen. En daar weer uitgetrokken door een bestuurder van een lachwekkend grote graafmachine – hij vroeg en kreeg, sluw mijn hopeloze situatie inschattend, er een behoorlijk bedrag voor. En door twee goedlachse Turkse gezinnen die me kosteloos hielpen met twee aan elkaar geknoopte en zich angstaanjagend uitrekkende sleepkabels en de gezamenlijk en de onder luid gejoel opgeroepen krachten van een duwende en tillende achtkoppige allochtone familie. De multiculturele samenleving toonde die middag haar beste gezicht.

Ondanks alle waarschuwingen vooraf ben ik toch enkele malen hard onderuit gegaan op de spekgladde taluds en het gevloek dat opsteeg, deed meeuwen krijsend schaterlachen. Tot die mistige ochtend aan het Calandkanaal. Razendsnel ging de val en hoe lang ik daar op de punt van een betonnen blok lag, de hengel boven mijn hoofd houdend, ik weet het niet. Toen ik bijkwam, testte ik een voor een de ledematen, voelde voorzichtig of er ergens bloed lekte, klom het talud omhoog, stapte kreunend in de auto en dacht weer eens geluk te hebben gehad.

De volgende dag werd er een gebroken rib en gekneusd scheenbeen geconstateerd en werd het zitten én vissen voor een maand of twee maanden. Daar zit je in de vrije natuur en klinkt achter je de stem: „Wille se bijte?” Een praatje willen ze maken, hun diepste zieleroerselen vertellen ze je. Vissen blijkt voor de meeste mannen en die enkele vrouw een ontsnappen uit hun werkelijkheid. Vooral zeevissen is een van die bezigheden waarbij je ongezien en ongecontroleerd je beest kunt uitlaten. Drank is er daarom ook; er wordt wat afgezopen en afgesnoven aan de waterkant. Luidruchtig gekankerd op de beroepsvisserij, de clandestiene fuikenzetters en op ‘die buitenlanders’ die veel te veel vis meenemen waardoor er dit jaar wéér minder gevangen wordt dan het schamele jaar ervoor. En dan daarna wordt er met zachte stem gepraat over de moeilijkheden thuis en op het werk. Eén visser was zo dankbaar voor mijn neutraal gestelde raad over wat en juist niet te doen dat hij me zijn zojuist gevangen en al gefileerde zeebaars cadeau deed. Mét een uitvoerige bakinstructie. De prachtvis heeft me zeer gesmaakt.

Wordt volgende week vervolgd.