...en thuis kijkt hij films

Het huis van Hugh Hefner, de hedonistische Playboy-tycoon heeft iets van een museum.

Redacteur Bas Heijne was bij een van zijn filmavonden.

„C’mon guys, it’s movie time!” Hugh Hefner (84), zwart zijden pyjama, rood zijden kamerjas, sommeert zijn gasten. Ik ben in de Playboy Mansion, zijn propvolle landhuis in Holmby Hills, gebouwd in een stijl die het zakenblad Forbes eens als ‘Gothic-Tudor’ omschreef. Een van de zijvertrekken is tot een filmzaaltje omgebouwd. Op de leren bank vooraan wacht zijn blonde vriendin Chrystal al onder een dekentje, naast haar een kleine hond met een mopsneus. Voor de gasten staan er stoelen klaar. Er is popcorn.

Drie avonden per week vertoont Hefner bij hem thuis voor genodigden een speelfilm, twee oude en een die nog maar net in de bioscopen draait. De oude films laat hij op zijn kosten restaureren. Daar stopt hij veel geld in, vertelt Patricia, een slanke, jongensachtige vrouw, mijn gezelschap voor vanavond.

Hefner verzorgt zelf de inleiding. Zittend op de leuning van de bank leest hij voor van handgeschreven vellen papier. Wanneer iemand iets roept, houdt hij zijn hand vragend tegen zijn oor. Het is een klein gezelschap dat zich in de Mansion heeft verzameld; vooral vrienden van Hef, oude mannen in vrijetijdskleding, een enkele minnares van vroeger.

De film is The House of Rothschild, uit 1934. Aandoenlijk, net als de vertoning ervan in de Mansion. Het huis van Hefner, met zijn donkere, laatmiddeleeuwse lambrisering, zijn schilderijen en ontelbare souvenirs – foto’s, posters, beeldjes – staat voor het eindeloos leven in het moment, maar heeft onmiskenbaar iets van een museum. De Playboy-tycoon met zijn hedonisme en inwisselbare blondines – hij heeft er nu nog drie – is zelf een levende Hollywoodmythe. Alles in zijn huis verwijst naar vroeger. Het toilet, met zijn donkere spiegels en wc-bril van nep-onyx, brengt me naar de jaren zeventig. Een van zijn vrienden, een grote, joviale man met hangwangen laat me na afloop de tekening van Matisse zien waarop John Lennon een peuk heeft uitgedrukt.

De vrienden van Hef blijven staan napraten. Heeft Patricia er wel voor gezorgd dat de films van haar man goed geconserveerd worden? Van iedere methode worden de voor- en nadelen besproken. De man met hangwangen vertelt dat een van Hefs meisjes na de vertoning van Valkyrie, over de mislukte aanslag op Hitler, hardop vroeg: „Why did they want to kill the man with the moustache?”

De avond in de Playboy Mansion loopt ten einde. Hefner heeft afscheid van ons genomen en zich teruggetrokken op de bovenverdieping. Patricia geeft me een rondleiding over het terrein achter het huis. Patricia laat me de kooien met aapjes en vogels zien, de kleine begraafplaats waar de gestorven huisdieren van Hefner rusten onder plaquettes. Ook de befaamde gameroom, met zijn flipperkasten en videospelletjes en in rood licht gedompelde „relaxruimte”, ademt een andere tijd. Patricia vraagt zich af wat ermee gaat gebeuren wanneer Hef er niet meer is.

Wanneer het even later begint te plenzen en we de befaamde grot inrennen om te schuilen, stuiten we op vier jonge naakte meisjes. Ze zitten bevallig in en op de rand van het bubbelbad. Ze begroeten ons met hoge stemmetjes, roepen dat ze het enorm naar hun zin hebben, hun perfect gemodelleerde lichamen hard en onwerkelijk in het blauwe schijnsel van de grot. Ze zijn klaar om bekeken en bewonderd, gefotografeerd en gefilmd te worden.

Dit is een ingekorte versie van een artikel uit NRC Weekblad (6 maart 2010)