Een diep inzicht in het mysterie van Congo

Cover van het boek Afscheid van Congo : Met Jef Geeraerts terug naar de evenaar van Erwin Mortier.

Erwin Mortier: Afscheid van Congo. Met Jef Geeraerts terug naar de evenaar. De Bezige Bij, 277 blz. € 18,90.****

‘Er is zoveel dat we niet hadden moeten doen. We hadden om te beginnen tussen 1885 en 1908 geen miljoenen mensen moeten vermoorden in dit land, als gevolg van de rubberterreur van Leopold II en zijn Kongo-Vrijstaat’, aldus schrijver en voormalig koloniaal ambtenaar Jef Geeraerts. Hij vervolgt: ‘Dat is een schurkenstreek van het zuiverste water geweest. Conservatieve kringen in België kunnen dit feit nog altijd niet onder ogen nemen. Als je in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika over die episode begint, dan draaien ze zich om.’

Deze passage staat in het boek Afscheid van Congo, Met Jef Geeraerts terug naar de evenaar door Erwin Mortier. Ter gelegenheid van de vijftigjarige onafhankelijkheid van Congo reisde Geeraerts (1930) terug naar het land waar hij in de jaren vijftig bestuurder werd in dienst van de Belgische staat. Na zijn gedwongen vertrek in 1960, het jaar van onafhankelijkheid, is Geeraerts nooit teruggekeerd.

Afscheid van Congo (dat aanvankelijk als televisieprogramma werd gepresenteerd) is een van de vele boeken in de stroom van Congo-literatuur. Je krijgt een intrigerend beeld van een land, dat aan het Westen werd overgeleverd. ‘Wat stelden we ons eigenlijk voor? Wat deden wij hier?’, vraagt Mortier zich af en legt vervolgens , geïnspireerd door de twijfel die zijn reisgenoot Geeraerts nog altijd bevangt, de vinger op de wonde: ‘Hoe hebben we het ooit in ons hoofd gehaald dat we hier zomaar konden neerstrijken en dit immense land naar ons beeld en gelijkenis konden kneden.’

Al tijdens zijn bestuursperiode als gewestbeheerder was Geeraerts aan hevige twijfel onderhevig. Hij werkte enerzijds mee aan het Belgische ‘beschavingsoffensief’ en anderzijds koesterde hij een steeds groter wantrouwen tegen zijn rol als kolonisator. Deze innerlijke tweespalt legde hij vast in het meeslepende Gangreen 1. Black Venus (1968), een van de meest omstreden en allermeeslependste Vlaamse roman die ik ken. In een extatische mengeling van erotiek en exotische opwinding beschrijft Geeraerts hierin zijn Afrikaanse tijd. Bij terugkeer in Congo wordt hij als een held ingehaald en met egards ontvangen.

Mortiers dagboek begint op 15 januari van dit jaar in de hoofdstad Kinshasa en eindigt tien dagen later. De plaatsen die ze bezochten zijn de plekken waar Geeraerts werkte. Veel van vroeger is in verval. Hoewel Geeraerts aan het begin van de reis aan Mortier liet weten dat Congo ‘dood’ in hem is, dat hij met Gangreen 1 het land van zich heeft afgeschreven, groeit tijdens de reis Geeraerts’ belangstelling. Mortier zelf, die voor de eerste keer Afrika bezoekt, observeert nauwkeurig en scherp het huidige Congo. Zijn waarnemingen van het overrompelend arme Kinshasa en van de barre leefomstandigheden in de jungle staan in fraai contrast tot de passages die hij wijdt aan Geeraerts’ visie: de eerste kijkt naar het nu, de tweede heeft als belangrijkste ijkpunt het verleden. Op deze manier heeft Afscheid van Congo een dubbel perspectief, waardoor elke bladzijde verrassend is en een diep inzicht verschaft in het ‘mysterie Congo’, zoals Jef Geeraerts formuleert.

Kester Freriks