De kat heet niet langer 'kat'

De Britse serie ‘Mistresses’ toont de levens van vier moderne westerse vrouwen: tot hun nek in de problemen die verbonden zijn aan keuzevrijheid. Dat vrouwen zo afgebeeld kunnen worden, heeft een geschiedenis. Die begon met Audrey Hepburn in ‘Breakfast at Tiffany’s’.

In Mistresses wordt door de vrouwen echt geleden. Dat is eigenlijk het voornaamste verschil tussen deze Britse tv-serie en de Amerikaanse comedy Sex and the City. Het uitgangspunt is hetzelfde: vier vrouwen aan wie een ordelijke levensopbouw volgens de formule verliefd-verloofd-getrouwd-moederschap-eeuwigheid voorbij is gegaan, worstelen zich door het leven. Tegenstrijdige gevoelens, lust, carrière-eisen, teleurstellende mannen, onzekerheid over wat er nu eigenlijk van een hedendaagse vrouw verwacht wordt en welke eisen je kunt stellen aan het leven – dat zijn de grondstoffen voor de in beide series viervoudig vertelde levensgeschiedenis van de moderne vrouw.

De comedyserie Sex and the City heeft als tv-serie inmiddels het loodje gelegd. Het merk wordt nu uitgebuit in de vorm van speelfilms, die niet half zo geestig zijn als de tv-serie. Grappen die 25 minuten lang kunnen boeien, vallen door de mand in anderhalf uur. Maar ook de langzamerhand gevorderde leeftijd van de vier protagonisten van Sex and the City doet geen goed: het uitgestelde bakvissen-gedrag waaraan de serie veel van zijn komische werking ontleent, wringt met het geloofwaardig portretteren van moderne vrouwenlevens.

Dat probleem heeft Mistresses niet: de serie is wel vaak amusant, maar geen comedy. Het is ook geen tragedie – dat is het knappe. De vier vrouwen – die elkaar net als in Sex and the City regelmatig ontmoeten om bij te praten – hebben veel om zich doorheen te slaan: huwelijksmoeilijkheden, liefdesbedrog, moeilijke karakters, wat niet al. Zij lijden zichtbaar, maar houden stand. En worden nergens tragisch, omdat ze afzien van de conclusie die hun moeders vermoedelijk al hadden getrokken bij de eerste van de tegenslagen waarmee hun dochters dagelijks worstelen: dat hun leven is mislukt, omdat ze geen bestendige liefde of gezin hebben gevonden. Lijden hoort erbij, voor de moderne vrouw.

‘Mannen zijn de vrouwen van heden’, zegt een bekende kreet. Mannen willen trouwen, vastigheid, een stabiele omgeving voor hun kinderen. De aspiraties van vrouwen verschuiven daarentegen – afgaande op deze tv-series en vermoedelijk ook in het dagelijks leven – in een richting die nog niet zo heel lang geleden aan mannen leek voorbehouden. Niet de vraag of een vrouw zelfstandig carrière mag maken, of er een op haar eigen voorkeuren en wensen afgestemd seksueel leven op na kan houden zijn nog de hete hangijzers – dat zij dat mag en doet spreekt vanzelf.

De kwellende vragen gaan een andere kant uit: onder welke voorwaarden kan een vrouw haar autonomie opgeven omwille van liefde, een bestendige relatie, een gezin enzovoort? Wat is een aanvaardbare prijs, wat is geluk? Dat alles wordt in deze series niet gebracht als aanklacht tegen de maatschappij, of vanwege een feministisch programma. Nee, gewoon met de pretentie dat het leven nu eenmaal zo in elkaar zit: verdomd ingewikkeld. Vrouwen zijn de mannen van nu.

Nog maar een halve eeuw geleden was het, in de film, volkomen ondenkbaar dat een vrouwenleven langs deze lijnen werd geportretteerd. Natuurlijk waren er altijd al vrouwen die hun leven autonoom hadden ingericht, of seks niet bewaarden tot de dag dat de prins op witte paard zijn intrede deed. Maar dat waren vamps, verleidsters, bartypes, en hoeren – met wie het zonder uitzondering slecht afliep. Ze waren misschien wel sympathiek in hun dwaling, maar in geen geval ‘the girl next door’ met wie de gemiddelde vrouw zich kon identificeren, of de norm.

De film die daar verandering in bracht is Breakfast at Tiffany’s, uit 1961, met in de hoofdrol Audrey Hepburn. Dat toont de Amerikaanse filmdeskundige Sam Wesson aan in zijn zojuist verschenen, geweldig leuke studie Fifth Avenue, 5 a.m., Audrey Hepburn, Breakfast at Tiffany’s and the dawn of the modern woman.

Wesson vertelt de wordingsgeschiedenis van deze Hollywoodfilm en bewijst dat deze het beeld van de vrouw in de cinema blijvend heeft veranderd. Vóór Breakfast at Tiffany’s bewaarden ‘goede’of ‘leuke’ meisjes seks voor het huwelijk, of tenminste de grote liefde (Doris Day). Of ze waren van de werkelijkheid losgezongen verleidsters (Marilyn Monroe). Dat een vrouw daarentegen bij seks zonder al te veel scrupules haar gang gaat en daarbij toch een positieve heldin blijft met wie de toeschouwer zich kan vereenzelvigen – dat was voor Breakfast at Tiffany’s niet vertoond.

De door Hepburn gespeelde Holly Golightly heeft voor een onafhankelijk bestaan in New York haar huwelijk met een oudere man in het diepe zuiden vaarwel gezegd, verkeert in een hip semi-artistiek milieu en vraagt geld aan de mannen met wie zij naar bed gaat – een transactie die in de film besmuikt als ‘fifty dollars for the powder room’ wordt aangeduid.

Met dat alles heeft Holly niet het minste probleem, en haar omgeving ook niet. De problemen beginnen pas wanneer haar nieuwe onderbuurman – zelf overigens een gigolo die zich door een oudere, getrouwde vrouw laat onderhouden – verliefd op haar wordt en verlangt dat ze zich op de een of andere manier aan hem, of aan andere dingen uit haar bestaan zal hechten.

Zoals dat hoort in een Hollywoodkomedie, komt het aan het eind nog net goed. In het oorspronkelijk scenario vindt Holly haar kat terug, die ze eerder in een vlaag van opstandigheid op straat heeft achtergelaten. Als bewijs van de omslag in haar gevoel geeft ze de kat, die tot dan toe alleen ‘kat’ heette, voor het eerst een naam: Sam. Regisseur Blake Edwards maakte daar op het laatste moment een ontknoping tussen man en vrouw van: Paul en Holly kussen, in de stromende regen, de kat tussen hen in. The End.

De film Breakfast at Tiffany’s was niet opgezet als baanbrekende verhandeling over de zeden. Wel als een poging eens iets nieuws te doen. Het was de bazen van de Paramount-filmfabrieken in Hollywood opgevallen dat de toeschouwers van komedies steeds minder vaak in gezinsverband naar de bioscoop gingen. Kennelijk was de consensus tussen de generaties over wat leuk was, tanende, en werd het tijd om eens iets ongebruikelijks te doen.

Het filmverhaal is gebaseerd op een gelijknamig boek van Truman Capote, die zich de rest van zijn leven heeft gedistantieerd van de film. Van dat boek zijn in de film eigenlijk alleen maar de New Yorkse demi-monde als milieu, en het gegeven van een ongebruikelijke relatie tussen twee buitenbeentjes overgebleven. Een getrouwe adaptatie van het boek had betekend dat de gigolo/buurman Paul een homoseksueel was, of een biseksueel. Dat was een stap te ver voor een Hollywoodkomedie anno 1961.

Nog meer elementen uit Capotes roman sneuvelden bij de vrijwillige filmcensuur van Hollywood, in deze jaren bekend als de Production Code. In het scenario van George Axelrod gaan Holly en Paul met elkaar naar bed, op een nacht wanneer Holly naar de buurman is gevlucht omdat een 50 dollar-klant in haar flat lastig is geworden. Dat moest eruit van de censor – Paul is nu te moe voor seks omdat hij net de oudere vrouw die zijn huur betaalt van dienst is geweest. Ze vallen – Holly gekleed in badjas – gezellig samen in slaap.

Dat de film desondanks niet braaf werd, is onder andere te danken aan de keuze voor Audrey Hepburn als hoofdrolspeelster – een voor de maatstaven van de tijd gepeperd verhaal wordt gespeeld door een slim en aantrekkelijk ogende vrouw, die toch absoluut geen seksbom was. Die keuze was bewust. In zijn boek had Capote de hoofdpersoon beschreven als een magere vrouw „with a flat little bottom”, „hair sleek as a young man’s”, en „a face beyond childhood, yet this side of belonging to a woman”. Dat sloot wellustig gevormde types als Elizabeth Taylor uit. Maar al te weinig aantrekkelijk kon natuurlijk ook niet, want dat zou Holly’s seksuele successen ongeloofwaardig maken.

Audrey Hepburn, geboren in 1929, was ten tijde van de opnamen al een prominent actrice – een beetje meisjesachtig, maar tegelijkertijd vrouw. In haar persoonlijke leven kende Hepburn alle contradicties van het contemporaine vrouwenleven. Een eerste verloofde trok het niet dat zij voor haar werk steeds maar langdurig weg was. In haar huwelijk met de bazige en zich door zijn vrouw maatschappelijk overvleugeld wetende Mel Ferrer speelde ze met alle macht de rol van zorgzame echtgenote en moeder die de tijd verlangde – een zware opgave.

Hepburn en de Paramount-studio’s waren dan ook wel een beetje bezorgd voor het effect van Breakfast at Tiffany’s op het imago van de actrice. Daarvan getuigt dit persbericht uit 1960. „Als er één ding in het leven is waarvan Audrey Hepburn volkomen zeker is, en volkomen aan toegewijd, dan is het dat haar huwelijksleven, haar echtgenoot en haar baby vooropstaan, en ver vóór haar carrière komen. Ze zei dit een dezer dagen bij de opnamen van Breakfast at Tiffany’s, waarin ze een New Yorkse callgirl speelt [...]. Deze ongebruikelijke rol voor mevrouw Hepburn bracht het gesprek op de kwestie van carrièrevrouwen versus echtgenoten – en Audrey maakte buitengewoon duidelijk dat zij een dergelijke rol niet in het werkelijke leven speelt.” Geen gevaar voor de goede zeden dus, of een slecht voorbeeld voor gedweeë echtgenotes – dat is de boodschap van dit persbericht.

Geruststellend was verder dat Hepburn op geen enkele manier afzag van de parafernalia die van haar een classy, van Europees raffinement getuigende ster maakten. Dat begint al in de beroemde eerste scène, wanneer Holly moederziel alleen, onder het genot van een croissant en koffie en terug van god-weet-welke afspraak, om vijf uur ‘s ochtends verlekkerd naar de etalage van de duurste juwelier op Fifth Avenue staat te staren. Zij draagt daarbij een zwart jurkje van het Europese haute couture-merk Givenchy. Callgirl misschien, maar geen tramp.

Europese haute couture was in die tijd zeer ongebruikelijk in een film die niet in Europa speelde. Dat ons dat nu niet meer opvalt, is alleen al een bewijs voor de discrete, sociaal-culturele invloed van Breakfast at Tiffany’s: zwarte kleren waren in betere Amerikaanse kringen tot dan toe geassocieerd met femmes fatales en onzedelijkheid, maar binnen enkele jaren was de ‘little black dress’ iets wat in geen enkele vrouwelijke garderobe mocht ontbreken. En dat is tot op de huidige dag zo gebleven.

Maar wat natuurlijk vooral gebleven is, is het bestaan van Holly Golightly als optie voor een vrouwenleven: zelfstandigheid, inkomen, seks, en je in de liefde door mannen geen knollen voor citroenen willen laten verkopen. Alle, of in ieder geval veel moderne vrouwen in de Westerse wereld zijn vandaag de dag Holly’s. Dat is de wereld van Mistresses.

Breakfast at Tiffany’s eindigt, zoals dat hoorde in Hollywood, met een happy ending tussen Holly, Paul en de kat. Hoe het verder met ze zal gaan, laat de film wijselijk in het midden. Vijftig jaar later kunnen we ons daar wel een voorstelling van maken: de opgelegde geborgenheid voor vrouwen leidde tot benauwenis en problemen, maar keuzevrijheid en autonomie doen dat ook – zij het weer andere problemen. Dus wie wil weten hoe het na de happy ending met Holly verder is gegaan, mag Mistresses niet missen.

‘Mistresses’ is een BBC-serie en bijna geheel door vrouwen geschreven. De serie is vanaf 15 augustus te zien op de Belgische zender Canvas. BBC One is gisteravond begonnen aan het derde seizoen, elke donderdagavond om 22.00 u. Eerste en tweede seizoen zijn inmiddels uitgebracht op Nederlands ondertitelde dvd.

Sam Wesson: Fifth Avenue, 5 A.M.: Audrey Hepburn, Breakfast at Tiffany's, and the dawn of the modern woman, verscheen eerder dit jaar bij Harper, N.Y.