BP klimt er weer bovenop

BP wordt plotseling overstelpt met goed nieuws. Daardoor staat de aandelenkoers van het Britse olieconcern nu 40 procent hoger dan het dieptepunt in juni. De klim zou kunnen aanhouden.

De ramp in de Golf van Mexico heeft 56,7 miljard dollar van de marktwaarde van BP afgehaald. Toch heeft BP een last van ‘slechts’ 32 miljard dollar opgenomen.

Toen de aandelenkoers op het dieptepunt belandde, waren er zorgen over de liquiditeit en de financiële middelen van BP, en de wens van de Amerikaanse regering om het concern met zijn voortbestaan te laten boeten voor het lek. Het wegnemen van deze zorgen verklaart een groot deel van de koersopleving. Nu de verkiezingen naderen, klinkt president Obama alsof hij de affaire, die ook zijn reputatie heeft geschaad, achter zich wil laten.

Een groot deel van de kosten van de ramp kan nu in cijfers worden uitgedrukt. BP zal waarschijnlijk niets terugzien van de 20 miljard dollar die het concern heeft gestort in een fonds voor de slachtoffers. De kosten van de schoonmaakoperatie bedroegen een maand geleden ongeveer 4 miljard dollar. Deze kosten kunnen nog een paar miljard dollar oplopen, maar het is onwaarschijnlijk dat ze veel hoger zullen uitvallen als de bron eenmaal permanent is afgedekt.

Dan blijven de boetes over. Deze worden berekend per vat weggelekte olie, waarbij het relevante cijfer momenteel 4,1 miljoen bedraagt – de jongste officiële schatting, minus de hoeveelheid olie die BP heeft opgevangen. In het best denkbare scenario zou het gaan om een boete van 4,51 miljard dollar, ofwel 1.100 dollar per vat. Dit bedrag kan stijgen naar 17,6 miljard dollar als BP aansprakelijk wordt gesteld voor grove nalatigheid. De gevolgen van een dergelijke aantijging zouden zelfs nog erger zijn, omdat BP zijn partners dan niet kan laten opdraaien voor ongeveer een derde van de totale kosten en er jaren van rechtszaken zouden volgen. Wellicht zou de uiteindelijke rekening in dat scenario de klap van 56,7 miljard dollar voor de marktwaarde van BP benaderen.

Tenslotte zijn er aanhoudende zorgen over de mogelijkheid voor BP om nieuwe Amerikaanse boorlicenties te verwerven, gezien de pogingen van sommige senatoren om een wet in te voeren die het Britse concern op dat vlak een groot nadeel zou bezorgen. Maar zo’n wet zou wel op enorme hindernissen stuiten.

Aan de positieve kant van de vergelijking staat dat het goede nieuws nog niet voorbij is. BP zegt dat zijn raad van commissarissen veel ‘betrokkener’ is. Een grote schoonmaakoperatie, inclusief een nieuwe president-commissaris, zou de nog steeds ernstig gedeukte geloofwaardigheid van BP helpen herstellen. Andere katalysatoren voor een hogere aandelenkoers zijn de verkoop van niet tot de kernactiviteiten behorende bezittingen tegen goede prijzen, en de krachtige prestaties van de bestaande bedrijfsdivisies.

Moedige beleggers, die hebben gezien dat BP een maand geleden niet dodelijk gewond was, zijn voor hun durf beloond. Het lijkt erop dat BP is aangeland bij het eind van het begin van zijn herstel.

Christopher Hughes