Bloem in Galgenwaard

Speelde ik maar bij FC Utrecht. Een half uur te vroeg meldde ik mij op Zoudenbalch, lekker trainen met de jongens. Blije gezichten, vlotte combinaties: in het nieuwe Utreg voelde ik mij thuis. Net als de rest: iedereen is fit, dus wordt er goed gevoetbald en omdat er goed wordt gevoetbald is iedereen fit. In dat mysterie van oorzaak en gevolg, waarvan niemand het geheim kent, wil ik verdrinken: genietend van de passes die aankomen, de ruimten die als vanzelf worden opgevuld, de coaching onderling, de beweging om de speler met de bal te helpen. De lol, kortom, van samen staan we sterk. De lol die sinds Nou wij, boys! van ir. Ad van Emmenes (1950), alle commercie ten spijt, niet wezenlijk is veranderd.

Kenmerkend voor een goed draaiend team: iedereen wil de bal en niemand zeurt als hij hem niet krijgt. Dat zag je gisteravond, tegen FC Luzern. De Zwitsers moeten hebben gedacht dat per abuis een topclub op bezoek was gekomen; niet een modale club uit Nederland met een verleden van kick ’n rush en bestuurlijk onheil. Net als de week ervoor in eigen huis was FC Utrecht een draaitol van spelers die er zin in hadden. Toegegeven: de verdediging van Luzern was, om met Johan Cruijff te spreken, Zwitserse geitenkaas. Maar dan nog. Wie wordt niet blij als Dries Mertens ieder moment de bal met een subtiel buitenkantje jouw kant op kan schuiven?

De krachtmens Jacob Mulenga, stuwend en dravend om het spel te vergemakkelijken van die andere aanvaller, de iele goalgetter Ricky van Wolfswinkel: dat is voetbal. De soepele Michel Vorm op doel en daarvoor de mannetjesputters Alje ‘Mr. Utrecht’ Schut (192 cm) en Jan Wuytens (190 cm); daar weer voor de kwetsbare spelmaker Mertens die hulp krijgt van de onverschrokken routinier Michael Silberbauer: alles lijkt in balans om er een prachtjaar van te maken. Bovenop de aloude werklust heeft zich slimheid genesteld, een doordacht positiespel waarmee Utrecht tot in veel in staat lijkt.

Het afgelopen jaar was nog wisselvallig, maar met deze vrijwel ongewijzigde selectie kan het zomaar gebeuren. Tenminste, en dat had Van Emmenes niet kunnen bevroeden, als het tot 1 september zo blijft. Als de parel Mertens niet wordt meegezogen in de maalstroom van transfers: Cesc Fabregas van Arsenal naar Barcelona, Ibrahim Afellay van PSV naar Arsenal, Mertens van Utrecht naar PSV. Een keten waar niemand beter van lijkt te worden. Het mag ook niet gebeuren. Iedereen moet afblijven van de zorgvuldig gekweekte bloem in Galgenwaard.

Overdrijf ik? Misschien. Zondagmiddag in de Kuip weten we meer. Feyenoord is andere koek dan Luzern. Maar ik roep vast naar Utrecht: nou wij, boys!