Zonder bewustzijn hadden we geen cultuur

Bewust denken dient niet direct om gedrag aan te sturen; daarbij adviseert het hooguit. Het heeft volgens een nieuwe theorie vooral sociaal-culturele functies.

Waar is het menselijk bewustzijn eigenlijk goed voor? De laatste tientallen jaren is het steeds verder ontmaskerd, uitgekleed, soms bijna bespot door psychologen.

Mensen zijn wanhopig slecht in introspectie, zo blijkt: ze weten vaak niet waarom ze iets doen en fantaseren dan maar een voor zichzelf plausibel verhaal bij elkaar, waar ze ook nog in gaan geloven. Gedrag blijkt op allerlei manieren onbewust aangestuurd te kunnen worden, er is geen bewust denken voor nodig. Het bewustzijn lijkt daar ook te traag voor, het loopt vooral achter de feiten aan. Wat bij sommige psychologen de vraag oproept of het eigenlijk enig nut heeft – is bewust denken niet een toevallig, zinloos bijverschijnsel?

Nee, zeker niet, zeggen de Amerikaanse psychologen Roy Baumeister en zijn promovendus E.J. Masicampo. In een overtuigend betoog in het julinummer van Psychological Review zetten ze uiteen waar het bewustzijn allemaal wél goed voor is. Ze integreren recent en ouder onderzoek tot een veelomvattende theorie van de functies van bewust denken – en die zijn in hun visie voornamelijk sociaal en cultureel van aard.

Collega’s reageren enthousiast op het artikel. „Een absolutely wonderful bijdrage aan het debat”, mailt John Bargh van Yale University, de grondlegger van het onderzoek naar priming, onbewust beïnvloeden van gedrag. Bargh is degene die voor het eerst aantoonde dat mensen zonder het te beseffen langzamer gaan lopen na het maken van puzzeltjes met woorden als ‘oud’ en ‘grijs’ erin. „Dit artikel is (of wordt) een mijlpaal, een keerpunt in het onderzoek naar dit moeilijke onderwerp”, laat neuropsycholoog Ezequiel Morsella uit San Francisco weten. Hij onderzoekt zelf basale vormen van bewustzijn, namelijk ‘bewust ervaren’, ‘je ergens van bewust zijn’.

Baumeister en Masicampo hebben het nadrukkelijk alleen over het typisch menselijke bewuste denken: redeneervermogen, kunnen reflecteren op ervaringen, zelfbewustzijn, besef van verleden en toekomst. De functie van dat alles ís niet om onze omgeving waar te nemen en ons gedrag aan te sturen, schrijven de psychologen, ook al denken we dat misschien intuïtief. Het bewustzijn is hooguit een adviseur wiens raad niet hoeft te worden opgevolgd, een stuk gereedschap van het verder grotendeels onbewust opererende brein.

Een van de functies die het bewustzijn volgens Baumeister en Masicampo wél heeft, is die van vertaalmachine, in de meest letterlijke zin van het woord. Door erover te praten kunnen we kennis met anderen delen. Daardoor krijgt het brein méér informatie ter beschikking: ook de kennis van anderen. Veel van het bewuste denken dient voor praten en taal. Onderzoek bij mensen met hersenbeschadigingen suggereert dat denken zonder taal maar zeer beperkt mogelijk is.

Bewust denken bestaat voor een groot deel uit innerlijke spraak. Een bijproduct van het denken dat nodig was toen praten ontstond, schrijven de psychologen. Door spraak en taal groeiden de hersenen; bewustzijn ontstond uit behoefte aan vaardigheden die het onbewuste niet heeft. Logisch redeneren, bijvoorbeeld, stap voor stap. (Als mensen twee dingen tegelijk moeten doen, zijn ze slechter in het zeggen of een syllogisme klopt, wat bewuste aandacht eist.)

Het gaat niet toevallig om vaardigheden die nodig zijn om een verhaal goed te kunnen vertellen. Het bewustzijn heeft ook de functie van simulatiemachine, waarmee we ons zelfs scenario’s kunnen voorstellen die niet gebeurd zijn. Die scenario’s worden door het brein centraal gesteld, bijvoorbeeld bij een intern conflict (‘ik wil stoppen met roken maar ik wil ook een sigaret’). Zo maakt niet alleen de directe omgeving (de verlokkende sigaret) onbewuste associaties los die gedragsneigingen aansturen, maar doen ook die scenario’s (bijvoorbeeld het longkankerscenario) dat.

Die simulatiefunctie van het bewustzijn is het belangrijkst, denken Baumeister en Masicampo. En ook die is grotendeels sociaal. We kunnen ons indenken hoe een ander een situatie beleeft. We kunnen dingen die al gebeurd zijn keer op keer voor ons geestesoog afspelen, bijvoorbeeld op zoek naar de fouten om van te leren – sociale emoties als schuldgevoel en spijt zetten dat proces heel effectief in gang. En we kunnen onszelf verschillende toekomstscenario’s voorspiegelen, stap voor stap. Probeer maar eens zonder dat te doen een vliegtuig te halen, schrijven de psychologen. Voor wie denkt dat dat een weinig sociaal voorbeeld is, stellen ze expliciet: een vliegtuig gaat alleen de lucht in als iedereen hetzelfde cultureel gedeelde concept van tijd hanteert.

In de theorie van Baumeister en Masicampo dient het typisch menselijke deel van het bewustzijn dus een typisch menselijk doel. Het helpt ons complex sociaal te zijn en te leven in de menselijke cultuur met zijn onzichtbare normen en waarden, uitgeschreven wetten en regels, zijn vrije markteconomie, roddels, onderhandelingen, ingewikkelde financiële transacties en kunst. Dáár is het bewustzijn voor ontstaan, mailt Baumeister, „De meeste psychologische theorieën zien die interpersoonlijke dimensie over het hoofd.” Kortom: vraag niet wat uw bewustzijn voor u kan doen, vraag wat het voor óns kan betekenen.