Wrede Romeinse dierenindustrie

Gladiatoren vochten in het oude Rome tegen wilde dieren. Maar hoe kwamen die leeuwen in het Colosseum terecht?

Wim Voet uit Rotterdam weet dat de Romeinen het vroeger tegen wilde dieren opnamen, mailt hij. „In de gevechtsarena’s streden ze tegen leeuwen, olifanten en tal van andere dieren. Maar hoe kwamen ze eigenlijk aan die dieren? Vingen ze die soms in Afrika? En hoe deden ze dat?”

„In de Romeinse tijd vochten mensen inderdaad tegen dieren”, vertelt hoogleraar Fik Meijer. Hij is emeritus hoogleraar oude geschiedenis en schrijft op dit moment een boek over het onderwerp.

„Dierengevechten waren echt een happening in die tijd. Tien tot vijftien dagen per jaar stroomde het Colosseum in Rome helemaal vol. ’s Ochtends vochten eerst dieren tegen dieren, daarna werd er vanaf paarden op kleine dieren als konijnen gejaagd, dan was het tijd voor mens tegen dier, en na de pauze volgden de publieke executies en gladiatorengevechten.”

De dierenvechters werden ‘bestiarii’ genoemd en waren meestal slaven. Meijer: „Het was een soort doodstraf op afstand. De vechters kregen eerst een opleiding bij een gladiatorenschool. Daarna moesten ze de arena in zodat ze voor hun dood het volk nog konden vermaken.”

De bestiarii waren zwaar bewapend met zwaarden, netten en speren. Slechts af en toe kwam er een strijder om. Vooral dieren vonden de dood. Bij de opening van het Colosseum in het jaar 80 na Christus zouden er zelfs negenduizend zijn omgekomen in een paar weken tijd.

„Het was een kostbare aangelegenheid”, zegt Meijer. Want dierenvechten was een hele industrie. Jagers gingen in Azië, India of Afrika op zoek naar wilde dieren, waaronder olifanten, panters en tijgers, en joegen die in een opgespannen net. De dieren werden net zo lang geknuppeld tot ze rustig waren en een beetje wilden luisteren. „Dat kon bij een olifant weken duren.”

Daarna zetten de transporteurs de dieren op boten naar Rome. „Twee tot drie olifanten per schip, en niet meer dan tien leeuwen. En dan nog al het kleinvee om die dieren te voeren, want zo’n boottocht kon maanden duren.”

De dieren kwamen vervolgens terecht in hokken onder het Colosseum waar ze ‘verzorgd’ werden. „Nou ja”, vertelt Meijer, „echt verzorgd werden ze niet. Het was nogal een wreed spel.”

Na het afloop van de strijd werden de gedode dieren in grote kuilen of in zee gegooid, maar soms werd het vlees ook uitgedeeld aan de bezoekers van de wedstrijden. „Dat was vrij ranzig.”

Jacqueline van Dongen

De rubriek next question beantwoordt alledaagse vragen. Ook een vraag? Mail naar vraag@nrc.nl