WK hoeft niet alleen voor FIFA leuk te zijn

Nederland en België krijgen vanaf maandag bezoek van de FIFA-inspectiecommissie.

Het is de vraag of de landen zullen profiteren van het WK voetbal op eigen bodem.

De inspectiecommissie van de wereldvoetbalbond FIFA begint volgende week aan haar ronde in Nederland en België, die gezamenlijk het WK in 2018 of 2022 willen organiseren. Voor het slagen van zo’n veelomvattend evenement is een ruim maatschappelijk en politiek draagvlak essentieel. De samenleving wordt immers gevraagd flink in de buidel te tasten voor de organisatie van het toernooi. Volgens de kosten-batenanalyse, uitgevoerd door de Stichting voor Economisch Onderzoek, is de organisatie van het toernooi namelijk niet kostendekkend. Als voldoende mensen plezier ontlenen aan het evenement, overtreffen de maatschappelijke opbrengsten de kosten, dus is het van belang dat iedereen op zijn manier kan genieten van en meedoen met dit evenement. Alleen als het evenement van iedereen is, maakt het dus kans van slagen.

De FIFA kan op dat gebied nog wel het een en ander winnen. Neem de onhandige wijze waarop de kwestie met de Bavaria-meisjes in Zuid-Afrika is afgehandeld. Dat de meisjes werden opgesloten was een buitensporige maatregel. En had de secretaris-generaal van de FIFA niet beter publiekelijk de marketingdirecteur van Bavaria kunnen uitnodigen om in Zuid-Afrika de zaak uit te praten, als het hen zo hoog zat?

Draagvlak wordt ook niet echt gecreëerd door te vragen dat de FIFA en alle dochterondernemingen worden vrijgesteld van belastingen als het WK naar België en Nederland komt. Passages van het bidbook van Nederland en België bevestigen dat de FIFA geen belasting hoeft te betalen: niet voor geboekte hotelkamers, niet in de supermarkt, niet over merchandising die wel voor een hoge prijs aan fans wordt verkocht.

Hoewel de Nederlandse regering zegt dat de kosten niet op de burgers mogen worden afgewenteld, is hier toch sprake van zo’n 300 miljoen euro aan gederfde belastinginkomsten. Die schatting is bevestigd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het is te hopen dat dit niet de nieuwe fiscale standaard wordt voor andere internationale toernooien in Nederland. Een beetje laat vraagt ook de Tweede Kamer zich af waar nu precies mee is ingestemd, blijkens de Kamervragen die enkele weken geleden zijn gesteld.

Volgens de kosten-batenanalyse moet voor bijna 600 miljoen euro in stadions worden geïnvesteerd. Naar schatting zal 280 miljoen daarvan onrendabel blijken. Wie kijkt naar het afgelopen WK in Zuid-Afrika ziet dat het land prachtige stadions heeft gebouwd die ogenschijnlijk alleen tijdens het WK goed zijn gebruikt. Toch kan dat probleem van overcapaciteit na het evenement aanleiding zijn voor creatieve innovaties. Onlangs werd in het Amsterdamse Olympisch Stadion al een eerste plan gepresenteerd voor een tijdelijke tweede ring. Het is echter nog de vraag of een dergelijke oplossing acceptabel is voor de FIFA. Een andere vraag is in hoeverre door de overheid betaalde of gesubsidieerde stadionuitbreidingen in bijvoorbeeld Heerenveen en Enschede de competitieve verhoudingen in de eredivisie onbedoeld beïnvloeden.

Voorstanders van het WK benadrukken vaak dat de lokale economie zal opleven dankzij alle bezoekers die op het evenement afkomen. Maar om hoeveel toeristen gaat het eigenlijk? Het aantal bezoekers in Zuid-Afrika is sterk tegengevallen: daar waar in 2004 nog werd uitgegaan van zo’n 475.000 buitenlandse toeristen, lijken er nu minder dan 250.000 daadwerkelijk te zijn geweest. Die toeristen bleven bovendien korter en gaven minder uit dan verwacht.

De FIFA heeft een monopolie op de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal, en daar gedraagt ze zich naar. De productiefactoren (spelers en stadions) worden voor een appel en ei ter beschikking gesteld door clubs en het organiserende land, en de FIFA incasseert opbrengsten van marketingcontracten en verkoopt televisierechten. Jammer dat juist in het toernooi in Zuid-Afrika geen pogingen zijn ondernomen om de lokale economie ook te laten profiteren van het toernooi. De FIFA importeerde merchandising uit China, en straatventers mochten niet te dicht bij het stadion hun waren verkopen. Een gemiste kans.

Een WK voetbal is een prachtig feest, en een feest mag wat kosten. Na drie verloren WK finales kan thuisvoordeel de sportieve balans in het voordeel van Oranje laten doorslaan. Een groen evenement met creatieve oplossingen voor tijdelijke capaciteitsproblemen is een prachtige uitdaging, maar niet tegen elke prijs. Nederland heeft geen behoefte aan grote stadions die later niet goed worden gebruikt, en zo’n evenement moet juist de middenstand in Nederland en België kansen bieden. Een advertentieverbod in een straal van twee kilometer rondom de stadions ligt dan niet voor de hand.

Ruud Koning is bijzonder hoogleraar sporteconomie aan de Rijksuniversiteit Groningen