VVD en CDA lijken brooddronken van broze macht

De fracties van VVD en CDA zijn bezig met een grondige verbouwing van de politiek-democratische verhoudingen. Als hun huidige plannen voor een minderheidscoalitie met gedoogsteun van de PVV doorgaan, dan klieven zij het politieke landschap in tweeën. Dat kan de kiezer duidelijkheid bieden, maar hun eerste gedragingen zijn geen goede voortekenen voor de parlementaire democratie.

De fracties van VVD en CDA zijn bezig met een grondige verbouwing van de politiek-democratische verhoudingen. Als hun huidige plannen voor een minderheidscoalitie met gedoogsteun van de PVV doorgaan, dan klieven zij het politieke landschap in tweeën. Dat kan de kiezer duidelijkheid bieden, maar hun eerste gedragingen zijn geen goede voortekenen voor de parlementaire democratie.

Informateur Lubbers had in zijn eindverslag veel woorden nodig om uit te leggen waarom hij zich het initiatief bij de formatie heeft laten ontfutselen. Dat was in het Kamerdebat gisteren niet anders. Zijn opdracht was de zoektocht leiden naar een meerderheidskabinet. Wat men er ook van probeert te maken: dat is wat sinds jaar en dag wordt bedoeld met de opdracht te zoeken naar een ‘kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met het parlement’.

Omdat een meerderheidsvariant met de grootste winnaar, de PVV, naar algemene indruk nog onvoldoende was onderzocht, kreeg Lubbers de opdracht met die meerderheidsvariant te beginnen. Toen dat niet mogelijk bleek had hij alle spelers op het veld moeten betrekken bij het serieus verkennen van de handvol meerderheidsvarianten die nog resteerden.

De redenen die Lubbers geeft waarom dat niet meer kon overtuigen niet. Zeker, Cohen had meer dan eens gezegd weinig te voelen voor een ‘middenkabinet’ van VVD, PvdA en CDA. Zoals Rutte en Cohen PaarsPlus bij eerste verkenning niet doenlijk vonden. En Verhagen bij meer dan één gelegenheid had duidelijk gemaakt waarom voor het CDA samenwerking met de PVV op onoverkomelijke bezwaren stuitte.

Iedere combinatie heeft nadelen. Wie beweert dat anderen – vooral Cohen – alle alternatieven onmogelijk maken, zegt dat omdat hem dat goed uitkomt. In Rutte en Verhagen is de geest gevaren dat zij het samen willen klaren. Ten tijde van Van Agt en Wiegel was daar niets mis mee. CDA en VVD beschikten in 1977 over een Kamermeerderheid (77 zetels).

Dat is niet meer het geval. De twee partijen hebben samen 52 zetels. Zij komen aan de minimaal vereiste 76 zetels door een akkoord te sluiten met de 24 PVV-zetels van Geert Wilders. De verkiezingsuitslag pleit daar op zichzelf voor, de PVV heeft sterk gewonnen. Daar staat tegenover dat het CDA nog meer zetels heeft verloren en werd gehalveerd. De kiezers bezorgden de rechtse combinatie per saldo een winst van één zetel.

De uitslag van 9 juni kan iedereen naar believen uitleggen. Maar de wil van de kiezer bestaat niet. Het enige dat vaststaat is het aantal behaalde zetels. Op grond daarvan kunnen VVD, CDA en PVV gaan regeren als zij dat willen. Dat ontslaat hen niet van de democratische plicht zich te verantwoorden. Daar haalden de drie gisteren in de Kamer de neus voor op. Wacht tot wij hebben onderhandeld, was hun enige verweer.

Die houding kan duiden op grote onzekerheid, met name bij VVD of CDA. Maar de lichaamstaal van Rutte en Verhagen leek meer op die van twee HBS’ers die met de autosleuteltjes van hun vader op zak naar een donderpreek van de klasseleraar moesten luisteren. De manier waarop zij informateur Lubbers hebben geforceerd hen te laten joyriden met een minderheidsvariant toonde even weinig respect voor een zuivere gang van zaken.

Anders dan wel beweerd wordt poogt de gegroeide procedure zo democratisch mogelijk varianten met een werkbare mate van steun in het parlement te verkennen. Wat dat betreft was het Kamerdebat van gisteren verhelderend. Het bevestigde dat informateur Lubbers zich het stuur uit handen heeft laten nemen. Jullie hebben toen niet geklaagd, hield hij de gepasseerden enigszins geagiteerd voor. Dat vermindert zijn verantwoordelijkheid natuurlijk niet. Hij heeft op dat moment niet overwogen de andere fractievoorzitters de ontstane situatie voor te leggen.

Hij had toen kunnen zeggen: dames en heren, als sommigen van u nu niet bewegen wordt de kans groot dat een gedoogvariant over rechts nabij komt. Wie biedt? Zoals hij de heren Verhagen en Rutte had kunnen vragen: weet u het zeker, er zijn meerderheidsvarianten die u misschien met klem van rechtstatelijke argumenten, onder verwijzing naar het aanzien van Nederland in de wereld, wilt voorleggen aan partijen waar u eerder (nog) geen zaken mee kon doen?

Dat is niet gebeurd. Rutte en Verhagen hebben duidelijk gemaakt dat zij daar ook niet meer voor voelen. Daarmee kiezen zij actief voor een kabinet dat voor één derde steunt op Geert Wilders. Lees de lamentabele gedoogverklaring van de drie nieuwe vrienden van vorige vrijdag om te zien wat daar voor nodig is. Tijdelijk CDA-leider Verhagen wringt zich buiten de Kamer in bochten om deze opzet te laten sporen met zijn eerdere ferme uitspraken jegens de PVV.

Wat voor gedooglinguistiek de komende dagen ook wordt bedacht, VVD en CDA worden partner van een beweging die de Nederlandse rechtsstaat maar ten dele erkent. Beoogd minister-president Mark Rutte heeft wonderlijk genoeg nog niet één uitgelegd hoe deze regeerdroom te rijmen valt met de meeste basale opvattingen van de VVD over liberalisme en de rechtsstaat.

Iedere dag dat Mark Rutte en zijn partijgenoten langer zwijgen geven zij de opvattingen van Geert Wilders over ‘de anderen’ meer geloofwaardigheid. Als hij het niet overtuigend kan uitleggen is het alleen aan onbekwaamheid op links te danken als de VVD daar geen prijs voor betaalt bij de Staten-verkiezingen van volgend voorjaar.

Alleen reacties onder vermelding van voor- en achternaam worden geplaatst.