Van paardenmarkt naar hippisch concours

Het Concours Hippique Buitenpost werd begin jaren vijftig opgericht door een club ondernemende Friezen. Het evenement kampt met tegenslag, maar is niet stuk te krijgen.

„We verwachten wat water vanmiddag.” Toen de weerman van Omrop Fryslân die woorden gisteren had uitgesproken, slaakte Tiemen Dolfijn een zucht. De voorzitter van de paardensportcommissie in het Friese Buitenpost is geen pessimist. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat ‘zijn’ concours moest worden afgelast vanwege hevige regenval.

Hoewel het een groot deel van de dag rommelde boven Friesland, ging Concours Hippique Buitenpost gewoon door. Met name bij de springrubrieken hielden bezoekers soms hun adem in – als zich maar geen ongelukken voordoen – maar de vele onderdelen werden in vlot tempo afgewerkt. Hoogtepunt vormde het Nederlands kampioenschap eenspannen Hackney’s kleine maat en het kampioenschap fokmerries tuigpaarden Fries ras. Geliefde onderwerpen onder fotografen.

De geschiedenis van wat wel ‘het mooiste eendaagse openlucht paardensportevenement van Nederland’ wordt genoemd, gaat ver terug. Buitenpost was lange tijd beroemd om zijn paardenmarkt, die met meer dan achthonderd paarden omstreeks de jaren dertig van de vorige eeuw haar hoogtepunt bereikte. Maar toen boeren overstapten op trekkers, en de handel zich verplaatste naar concoursen, liep de belangstelling terug. Velen vreesden dat Buitenpost zijn sterke binding met de edele viervoeter zou kwijtraken.

Maar begin jaren vijftig werd de ‘club van dertien’ opgericht, een groep ondernemende Friezen met liefde voor paarden. „Mijn vader was er één van”, vertelt de 73-jarige Johannes de Vries in de viptent van het concours. „Hij was timmerman en organiseerde samen met twee collega-timmermannen, zes boeren, een restauranthouder en drie winkeliers het eerste Concours Hippique Buitenpost. „Als de opkomst tegenviel, moesten ze geld bijleggen. Maar tot hun verbazing hielden ze geld over. Het liep als een tierelier.”

Wie gisteren de matig bezette tribunes zag, kan het zich moeilijk voorstellen. Maar er waren jaren dat het concours acht- tot negenduizend bezoekers trok, vaak door het vastleggen van beroemdheden buiten de paardensport. Zo werd er eind jaren zeventig asfalt op het terrein gelegd waar schaatsers als Atje Keulen-Deelstra, Kees Verkerk en Ard Schenk rondreden op skeelers. En ook Pippi Langkous en Bartje maakten hun opwachting in de hoofdplaats van gemeente Achtkarspelen. „Concours Hippique Buitenpost durfde in die tijd alles”, mijmert De Vries.

Voorzitter Tiemen Dolfijn erkent dat het paardenevenement de laatste jaren wat tegenslag kende. Niet alleen schommelen de bezoekersaantallen – van zo’n 1.750 gisteren tot ruim 4.000 vorig jaar – maar er haakte door de financiële crisis ook een aantal sponsors af. Tot overmaat van ramp overwoog de gemeente Achtkarspelen het Mejontsmaveld, waar het hippisch evenement van oudsher wordt verreden, aan te wenden voor starterswoningen. „En niet voor de eerste keer”, zegt Dolfijn.

Voor de start van de 57ste editie beloofde burgemeester Tjeerd van der Zwan de organisatie dat hij er alles aan zal doen om het Mejontsmaveld voor de paardensport te behouden. Een belofte die hij nog maar eens herhaalt. „In de Griekse oudheid werd het aanzien van stadsdelen afgemeten aan het aantal georganiseerde sportwedstrijden van betekenis”, zegt Van der Zwan met gevoel voor historisch besef. „Dat is in onze tijd niet anders. Achtkarspelen is het Athene van Friesland.”

Willemke en Jan Sybersma moeten waarschijnlijk weinig hebben van dat soort politieke statements. In regenpak en met thermoskan volgen de vijftigers – hij beleidsmedewerker, zij verpleegkundige – de rubrieken: van eenspannen Hackney’s kleine maat in de vroege ochtend tot tweespannen tuigpaarden Friese ras aan het einde van de middag. „Voorafgaand aan iedere rubriek overleggen we welke combinatie de grootste kans maakt om te winnen”, vertelt zij. „Fierheid, belijning, gangen, manen”, dat nemen we allemaal in onze voorspellingen mee.” Hij: „Het is spannend om te zien of de jury onze conclusies deelt. Zonder zo’n spelletje wordt het na een aantal uren geestdodend.” Zij: „Waarmee we niet willen zeggen dat we het saai vinden; we bezoeken dit concours al jaren.”

Om de toekomst van het evenement veilig te stellen, werkt ‘Bûtenpost’ sinds enkele jaren samen met concoursen in Dokkum, Garyp, Drogeham, Rijs en Workum. „Ons doel is financieel gezond te blijven en ervoor te zorgen dat mensen genieten van het Friese culturele erfgoed”, zegt Dolfijn. Afgaand op het verregende, maar tevreden echtpaar Sybersma, gaat dat laatste zeker lukken.